GR 5 Alpen Côte d'Azur

 

GR 5 Les Houches

Gedeelte in de Franse Alpen. Thonon Les Bains – Les Houches, een wandeling van 7 dagen.

We vertrekken op een vrijdagavond, rijden de nacht aansluitend door en komen ’s morgens bij het meer van Genève aan. We gaan vervolgens meteen op pad. Door bossen met hier en daar een mug gaan we richting de Alpen. We slaan voor de eerste keer ons tentje op bij een waterreservoir. Deze is echter ondergronds, we kunnen er dus geen water nemen. Dit doen we wel bij een aangrenzend huis. De volgende dag is erg zwaar, vooral de klim naar col de Casa d’Oche is echt heavy. Vooral als je dit niet ingecalculeerd hebt. We slapen in Chalets de Bise bij een riviertje met dezelfde naam. We lopen dan al tussen de Alpenkoeien. Dag drie zijn we al vroeg onderweg, nog voordat de wandelaars van andere tenten waker zijn. Na een klim van 900 meter die wel veel gemakkelijker gaat dan die van gisteren, komen we op de col de Mattes. Een aangegeven beekje op de kaart blijkt droog te staan. Een paar kilometer verder vinden we -van de route af- een beekje en een kampeerplekje. We hebben een mooie zonsondergang. In de nacht wordt het weer slechter en krijgen we een paar regenbuien. Net als we opstaan, stopt het met regenen. We lopen o.a. door een skigebied en een stukje van Zwitserland. Als we weer in Frankrijk zijn gaan we op zoek naar een kampeerplekje. Uiteindelijk komen we uren later bij een refuge. Dag vier lopen we naar Samoëns en nemen een vrije middag om wat bij te komen. Omdat we gisteren zo lang hebben gelopen hebben we nu weer wat tijd over. De volgende dag staat in het teken van de beklimming van col d’Anterne, om vervolgens weer af te dalen naar Les Houches

Ons startpunt is Thonon les Bains en het eindpunt is Les Houches

Zwaarte van de route
Deze route begint aan de voet van de Franse Alpen. Sommige bergen zijn hier al behoorlijk steil. Door het vele klimmen is het een route in de categorie zwaar. De omgeving maakt veel goed. Vaak lopen we op de genoemde tijden. Soms ook een uur langer. Pauzes zijn dan wel meegerekend.

Overnachting
Er zijn in dit populair wandelgebied voldoende refuges, campings en hotels. Soms moet je hiervoor van de route afwijken. We hebben regelmatig wild gekampeerd. Dat is hier goed te doen. Zoek een plaatsje op met een beekje en je hebt voldoende accommodatie als je zelf je tent mee brengt.

Openbaar vervoer
Bepaalde gebieden zijn niet te bereiken met openbaar vervoer. Wij hebben onze trektocht aanzienlijk ingekort, omdat we niet bij een volgend plaatsje kunnen vertrekken met openbaar vervoer. We zijn met de trein naar Thonon les Bains terug gereisd. We hebben hier van te voren wel rekening mee gehouden en hebben op internet de juiste treinen gevonden. Dag en tijd, alles klopt.

Dag 64
Vrijdag 30, zaterdag 31 juli 1999
Le Crêt

We vertrekken om 22.45 uur vanuit Oirschot. Om 7.30 uur komen we -na een vlotte reis door de nacht, waarbij we beurtelings op de achterbank van onze auto hebben kunnen slapen- aan in Thonon les Bains bij het meer van Genève (431 m). Dit is het startpunt van onze wandeltocht. Het station waar de route begint staat aangegeven. We parkeren onze auto op Place de Crete -een mooi plein met Platanen- ten zuiden van het station. Via een trap lopen we een 20 meter naar beneden om bij de uitgang van het stationsgebouw te komen. Om 8.00 uur zijn we op pad. De route wijst ons meteen weer naar het pleintje waar onze auto staat. Het is lekker weer dus we ritsen de pijpen van onze broek. Er zijn vervelende muggen in het bos. We zijn de anti muggenolie vergeten mee te nemen. We maken vandaag voor het eerst gebruik van een Dazer: een apparaatje om (agressieve) honden van het lijf te houden. Het zendt een hoge toon uit, die bij honden vervelend in de oren klinkt. De hond stopt z’n actie, loopt even verdwaast rond om vervolgens een andere richting te kiezen. Bij het eerste klimmetje komt er al een hond blaffend op ons af. Jeannette gebruikt het apparaatje en ja hoor de hond stopt met blaffen en loopt weg. Tijdens onze laatste wandelingen zijn we regelmatig door agressieve honden lastig gevallen en zijn we ook bijna gebeten. 

We hebben vandaag heel mooi weer, 25 graden en zon. Het is lekker lopen in het bos. We stoppen net na het dorpje Le Crete (1000 m). We lopen een gîte voorbij en gaan naar een waterreservoir, lijkt ons een leuke plek om wild te kamperen. Bij aankomst blijkt het water ondergronds te zijn, een leuke kampeerplaats is er wel. Het plekje is vlak, er groeit gras en we staan met onze tent uit de wind. We vragen aan de eigenaar die op het perceel aan het werk is of we hier mogen kamperen, dat mag. We hebben geen water om te koken en te wassen. We vragen water bij een huis in de buurt. We horen hier dat de gîte, in Les Clouz, die in het boekje wordt genoemd gesloten is. We komen tot de ontdekking dat we ook een houten spateltje voor het koken zijn vergeten. Vincent maakt van een houtspaander een spatel. Hout is nodig om onze Tefal pannetjes te beschermen tegen krassen. We proberen, zittend op een boomstam, in de avondzon, een planning te maken voor de route. We hebben de uren verdeeld over de dagen die we willen lopen. We moeten hierbij rekening houden met plaatsen waar een trein komt. We spreken af morgen wat extra te lopen. Vandaag ging het ondanks de reis van Nederland naar het meer van Genève en de 6,5 uur wandelen redelijk gemakkelijk. We hebben onderweg vandaag veel hazelnoten, appels, en bramen gezien. Een aanrader als je deze route in het najaar loopt. Om 22.00 uur naar bed. Het is bijna donker. We zetten de wekker, een alarm op de hoogtemeter, op 6.40 uur.

Dag 65
Zondag 1 augustus 1999
Le Crêt – Chalets de Bise

Vincent wordt wakker, kijkt op zijn hoogtemeter en zegt: het is al 8 uur. We schrikken ons een hoedje, we willen namelijk vandaag extra uren maken om aan het einde van de trektocht goed uit te komen. 08.01 blijkt even later de datum te zijn. Het is pas 6 uur. We zijn toch wakker dus maar gelijk eruit. Er staat nog een tentje een stuk verderop in het weiland. Daar is nog niemand wakker. We hebben gisteravond ook niet gehoord dat ze zijn aangekomen. We zullen wel goed geslapen hebben. We beginnen meteen met een klim. Eerst gaat het betrekkelijk gemakkelijk. Daarna wordt de berg steeds steiler en het klimmen moeilijker. De klim naar col de Casa d’Oche is echt heavy. Steil en bij nat weer waarschijnlijk zeer glad. Als we boven zijn hebben we het eigenlijk al gehad en weinig zin om nog door te lopen. Na een korte pauze beginnen we toch aan de afdaling. We komen mooie bergmeertjes tegen, waar dagjesmensen zijn. Het ziet er goed uit om te overnachten. Maar ja, het is pas 12.00 uur, dus we moeten nog even. We klimmen vervolgens verder naar col des Portes d’Oche op 1937 meter. Voor de lunch vinden we een prima plekje bij een beekje in het gras en in de zon. Boven in de bergen horen we een paar geiten blèren. Met de verrekijker bekijken we de geiten van dichtbij. We nemen voor de lunch ruim de tijd, zodat we weer wat op krachten komen. 

Later dalen we af en klimmen naar col de Bise (1915 m) om vervolgens 400 meter zeer steil af te dalen. We hebben het zwaar om bij de afdaling onze voeten goed neer te zetten. Vooral omdat onze rugzak behoorlijk zwaar is en ons naar beneden duwt. Onderweg horen we voor het eerst de bellen van koeien die op de alpenweiden rondlopen. Uiteindelijk komen we bij Chalets de Bise waar ook een refuge is. Daar drinken we eerst wat tussen de geiten op het terras, daarna zetten we onze tent op bij het beekje. Later haalt een boer zijn koeien van de berg naar beneden om ze te melken. De koeien lopen dwars over het veldje waar wij onze tent hebben staan, een leuk gezicht. We zijn vandaag 8.30 uur onderweg geweest. Het boekje geeft aan dat we 6.15 uur de tijd hebben om dit te lopen. We zijn op vakantie en het moet wel leuk blijven, vandaar dat we onze plannen bijstellen. In de nieuwe planning lopen we tot Les Houches (bij Chamonix). We verdelen de uren die we volgens het boekje moeten lopen over de 8 dagen die we nog hebben. We zullen ons eigenlijke eindpunt niet halen en daar tussen in is geen mogelijkheid om terug te reizen naar Thonon les Bains.

Dag 66
Maandag 2 augustus 1999
Chalets de Bise – Lenlevay

Om half 8 zijn we onderweg. Het weer blijft goed. We beginnen weer met klimmen ditmaal naar Pas de la Bosse (1816 m) gevolgd door een steile afdaling. Bij een waterbak drinken we fris en ontzettend koud water. We zijn dan weer op 1000 meter hoogte. We lopen met een hoogtemeter van het merk Suunto. Erg gemakkelijk, zo weet je vrij nauwkeurig de hoogte en hoever het klimmen of dalen nog is. Hier zit een fout in het boekje. De 1.40 uur bleek 0.40 uur te zijn naar la Chapelle-d’Abodance. Deze keer dus een meevaller. Het is een mooi Alpendorp met allerlei voorzieningen. Als je de route blijft volgen kom je een stukje buiten het centrum bij een kleine supermarkt. We kopen brood en verder nog wat lekkere dingen en vullen onze brandstoffles bij het benzinestation. Nu begint een klim van in totaal 900 meter. Het gaat in tegenstelling tot gisteren erg gemakkelijk. De paden zijn goed te belopen. Uiteindelijk komen we op 1930 meter hoogte bij col des Mattes. Na wat klimmen en dalen gaan we op zoek naar een plaatsje om de tent op te slaan. Beekjes die aangegeven staan blijken geen water te hebben. Op de kaart zien we een beekje, een stukje van de route af. Dit beekje blijkt wel snelstromend water te bevatten. We vinden ook nog een vlak stukje voor de tent al is het maar een paar vierkante meter. Omdat we ook nog aan de oostzijde van de berg zitten hebben we de hele avond zon en dus warmte. ’s Avonds koelt het toch behoorlijk af op 1650 meter hoogte.

Dag 67
3 augustus 1999
Lenlevay – Col de la Golèse

Vannacht zijn we 3 keer wakker geworden van de regen. Dat belooft niet veel goeds. Als we opstaan is het net droog. We pakken de tent nat in. Andere dagen is het door de dauw, vandaag door de regen. Na 5 min zitten we weer op de route. We lopen tussen de bergen over een breed pad. Na een half uurtje is er een steile klim met smalle paadjes en beekjes naar col de Bassachaux. Hier zien we de zon weer tevoorschijn komen. Meteen de gamaschen uit en de broekspijpen afritsen. We lopen door een skigebied. In de zomer niet zo’n leuk uitzicht. Door alle skiliften valt de natuur eigenlijk weg. We lopen richting Zwitserland en gaan bij een refuge de grens over. Het skigebied houdt niet op ondanks de grens. Na een korte klim lopen we op 2100 meter bij col de Portes de l’Hiver. Hier zien we veel dagwandelaars en mountainbikers. Er zijn ook hier weer veel skiliften. In dit Zwitserse deel van de GR 5 zijn veel refuges en chalets waar je iets kunt gebruiken. We lopen ze allemaal voorbij en lunchen op een plekje langs het pad in de zon en uit de wind. 

We dalen af naar 1665 m en klimmen naar col de Coux (1920 m) om de grens naar Frankrijk weer over te steken. De omgeving is hier open. Veel gras en weinig bomen. Je kunt zo precies zien waar je naar toe moet. We kijken vanaf hier of we ergens de tent op kunnen zetten. Het is hier steil en veel bomen, dus geen mogelijkheid om wild te kamperen. Vervolgens een stuk bos met beek maar geen vlak stukje te bekennen. Ook zijn er veel plaatsen met koeienvlaaien. Ook niets dus. We klimmen verder naar col de la Golèse. Het is inmiddels 18.00 uur geweest. We komen aan bij een refuge die ze aan het opknappen zijn. Gelukkig is het werk al bijna klaar. We gaan bij gebrek aan kampeerterreinen in de refuge slapen. Er zijn ook nog 2 Spaanse mountainbikers. We hebben een 8 persoonskamer voor ons tweeën. We hangen de tent te drogen en kunnen ons wassen met warm water. Weer eens wat anders dan een koude beek. Er is elektriciteit wat ook niet altijd voorkomt in een refuge. We koken buiten zelf onze maaltijd. Als het buiten donker wordt gaan we slapen.

Dag 68
Woensdag 4 augustus 1999
Col de la Golèse – Somoëns

We hebben heerlijk geslapen en starten vanmorgen eerst de verkeerde kant op. Na 10 min. keren we om en komen we op het juiste pad. Hier beginnen we aan een geleidelijke afdaling, over brede paden en wegen. Soms regent het wat. Omdat we gisteren veel verder hebben gelopen dan de bedoeling was, hoeven we vandaag maar 2.15 uur te lopen tot Somoëns. Onderweg zien we een helikopter af en aan vliegen om de refuges te bevoorraden. Hier staat een middagje rust op het programma. Somoëns is een wintersportplaats. Er zijn winkeltjes en restaurantjes. We zoeken de enige camping van het dorp op, zelfs met speciale prijzen voor wandelaars (44 ff per nacht). De middag brengen we door met boodschappen, eten en drinken. De zon vandaag niet gezien.

Dag 69
Donderdag 5 augustus 1999
Somoëns – Chalet d’Anterne

Vandaag hebben we een klim van 1100 hoogtemeters voor de boeg. De camping ligt op 700 meter en dat is goed te merken (warmer). We kunnen daarom in de korte broek starten. Na een kwartier zitten we op de route. We lopen een heel stuk langs de rivier de Griffe. We nemen een brug (pont Revé) te vroeg en komen daar pas achter als we allerlei paden hebben geprobeerd die allemaal dood lopen. Uiteindelijk komen we weer bij de rivier en vervolgen de route om bij pont Perret wel de goede brug te nemen. Na een tijdje lopen we midden tussen de rotsen. Soms moeten we via ijzeren trapjes omhoog. Des gorges is een heel mooi stuk met nog mooier uitzicht over de rivier de Griffe. We beginnen (768 m.) aan de beklimming van de col d’Anterne. We lopen over brede paden door het bos. We zien recht voor ons een hoge berg met een rare halve cirkel in het gesteente. Op 960 meter een waterval, du Rouget. Dit deel is ook met de auto te bereiken, er zijn dan ook veel toeristen. 

De GR neemt telkens paadjes om de haarspeldbochten af te snijden. Op 1180 m drinken we wat in een berghut. Hier is het einde van de verharde weg en het begin van een natuurreservaat. We stijgen naar 1450 meter. Ook weer watervallen, nu 3 bij elkaar. Hier lunchen we. Na nog eens 1.15 uur bereiken we collet d’Anterne op 1900 meter. We blijken nu boven op de berg te zitten met die rare halve cirkel in het gesteente. We kijken tijdens de klim over het dal met rivier waar we vanmorgen nog hebben gelopen en tegen een hoge steile wand aan. Prachtig om te zien zo groot. Het is warm en er is weinig schaduw van bomen. Voor we het weten zijn we toch weer boven. Mooi uitzicht en geen koeien. Op 1800 meter komen we bij refuge chalet d’Anterne. Op 100 meter van de refuge vinden we een vlak stukje grond bij een riviertje. Onder aan de voet van die steile rotsberg. De zon verdwijnt achter de donkere wolken. Het regent niet ook al ziet het er donker uit. We zitten eerst onder het luifeltje en later bekijken we ons schitterende uitzicht vanuit de slaapzak.

Dag 70
Donderdag 6 augustus 1999
Chalet d’Anterne – Refuge Bel Lachat

De wolken van gisteravond kwamen vannacht tot ontlading. Het regende en onweerde flink. In de bergen galmt dit ontzettend na. Nu is alles overgetrokken en schijnt de zon achter de bergen. De lucht is weer stralend blauw. Na een klim van 250 hoogtemeters komen we langs het meer (lac d’Anterne). Bij het meer staan diverse tentjes van wandelaars. Je loopt hier midden tussen de bergen. Er loopt een kudde schapen en geiten met hun herder. Die heeft vannacht in de refuge geslapen. Hij kwam gisteren langs onze tent gelopen vanuit de bergen. Ook hier een prachtige plek om te kamperen dus. Na het meer klimmen we 200 meter hoger. Op 2257 meter op de top van de col d’Anterne hebben we een prachtig uitzicht op de bergketen van de Mont Blanc. Machtig om te zien. Als we omkijken zien we nog steeds die hoge steile rotsketen. Afdalen naar 1600 meter naar pont d’Arlevé. Op 2000 meter passeren we refuge Moëde (net voor de brug over de Arlevé was ook nog een mooie kampeerplek). Vanaf dit punt begint onze laatste serieuze klim van deze tour. We gaan van 1597 meter naar 2526 meter, bijna 1000 meter klimmen. We hebben er allebei niet veel zin in, maar we gaan toch maar. 

We hebben de hele dag nog steeds zicht gehad op de gorges de Fiz. Vanaf 2100 meter komen we de eerste serieuze sneeuw tegen. Op 2300 meter moeten we een aantal keren over de sneeuw lopen. De laatste 150 meter is meer klauteren dan klimmen, over rotsen, sneeuw en laddertjes. Onderweg zien we nog een hut die de vader van Jeannette een aantal jaren terug heeft gemaakt tijdens zijn wandeling om er te overnachten. Hij is nog goed intact. Na 4 uur klimmen bereiken we de top van de Brévent. Op de top is ook het eindstation van een kabelbaan, dus weer veel dagjesmensen. Je ziet ook regelmatig mensen die net als wij met de rugzak en tent op pad gaan, of wandelaars welke van refuge naar refuge trekken. Allemaal te zien aan de grootte van de rugzak. Na de top dalen we nog tot 2150 meter. Vlakbij refuge Bel Lachat vinden we een perfect plaatsje voor de tent en een waanzinnig uitzicht op de Mont Blanc met al zijn gletsjers. Om 18.00 uur komt er iemand van de refuge. Hij zegt dat het gaat stormen vannacht en dat er kans is dat de tent los zal waaien. Hij adviseert ons om achter een heuvel, waar water is en de tent uit de wind staat. We pakken alles in en zetten de tent 5 min. verderop weer neer. Als we gegeten hebben gaan we even uit naar de refuge. Van tevoren breken we de luifel af. Die is niet stormvast als hij in de wind staat. De rugzakken leggen we voor in de tent. Het is krap, maar ja, je moet iets. Een 10 tal wandelaars overnachten in de refuge en kijken naar de zonsondergang en de Mont Blanc. Als we terug lopen naar onze tent begint het net te regenen, het laatste stuk hollen we terug.

Dag 71
Vrijdag 7 augustus 1999
Refuge Bel Lachat – Les Houches

`s Nachts steekt er een flinke storm op. Het regent, waait en bliksemt veel. Soms lijkt het of de tent los zal waaien, maar `s morgens staat alles er nog. Het is koud en winderig als we opstaan, 8 °C wijst het thermometertje aan. Buiten is de lucht opengetrokken en we hebben vrij uitzicht op de Mont Blanc. Zeer speciaal wakker worden. Toch maar vlug inpakken, eten en wegwezen. Eenmaal onderweg komen we de zon al tegen. Dan is het weer lekker om te wandelen. We dalen 1150 meter af. Een flinke afdaling met zicht op Chamonix en later op Les Houches waar we tegen half 12 aankomen. Een eindje verderop is een camping, die hebben we tijdens de afdaling al zien liggen. Zo is het gemakkelijk om meteen de goede kant op te lopen en niet eerst naar het VVV te moeten. Na wat inkopen zetten we onze tent op. We hebben een plekje met schaduw. Lekker want de zon komt goed door.

We blijven nog een dag en vertrekken op zondag 9 augustus met de trein naar Thonon les Bains. We rijden, na onze auto in goede staat te hebben teruggevonden, weer naar Brabant.

Gedeelte in de Franse Alpen. Les Houches – Modane, een wandeling van 7 dagen.

We hebben een paar dagen op een camping gestaan in de buurt Annecy om uit te rusten. We hebben vorige week de Vierdaagse van Nijmegen gelopen. Vincent heeft voor de eerste keer, en waarschijnlijk ook wel voor de laatste keer, meegelopen.
Met de trein gaan we naar Les Houches en vervolgen daar de GR 5. Tijdens de eerste dag is het eerst klimmen, later lopen we een stukje om maar komen uiteindelijk op een gezellige camping uit in Les Contaimes- Montjoie. Er volgt een lange dag met een klim van 1500 hoogtemeters naar Croix du Bonhomme en zetten ons tentje op in de Middle of Nowhere. Na een zware nacht (storm en regen) gaat het weer even bergop om vervolgens af te dalen naar Landry (800 m). We krijgen deze week veel regen te verwerken. Na Col du Palet (2652 m) komen we in het wintersportgebied van Tignes. Hier volgen we een stuk van de GR 55 over Col de La Leisse en komen weer terug op de GR 5. Nadien blijven we boven de 2000 meter totdat we weer afdalen naar Modane (1060m.)

Ons startpunt is Les Houches en het eindpunt is Modane

Zwaarte van de route
Ondanks dat je in de Alpen loopt is het niet echt super moeilijk en zwaar. Met wat ervaring is het goed te doen. Het klimmen en dalen gaat redelijk geleidelijk.

Overnachting
Omdat de bevoorrading en de gelegenheden om te slapen deze keer geen probleem zijn, kun je als je moe bent er mee stoppen.

Openbaar vervoer
Er komt niet overal een bus en zeker geen trein. We waren van een paar mogelijkheden afhankelijk.

Dag 72
26 juli 2000
Les Houches – Les Contamines-Montjoie 5.10 uur

Zoals gewoonlijk bekijken we thuis hoe we het beste kunnen reizen in het gebied waar we gaan wandelen. Dit keer laten we de auto in een klein dorpje, St. Jorioz, staan om met de bus naar het station van Annecy te gaan. De bus komt wat te laat, maar om 8.25 uur zijn we onderweg. Onze 2 rugzakken hebben op zichzelf een hele busbank nodig. We reizen samen met mensen die naar hun werk of school gaan. Toch altijd een apart gevoel, als je op vakantie bent en de lokale bevolking kun je gade slaan in hun normale leven. We kopen op het station een “billet” van 93 Franse Franken per persoon en zijn na een comfortabele reis waar bij we 1 keer overstappen om 11.30 uur in Les Houches (1008m). We herkennen de brug en lopen door een voor ons nog bekend deel van het toeristische Les Houches. Als we bij de eerste skiliften aankomen is het ook voor ons weer tijd om te gaan klimmen. Het begin is altijd weer even moeilijk. We kruisen op een asfaltweg telkens de kabels van de lift totdat steenslag de verharding van het pad overneemt. We zien de eerste bergen met sneeuw. Waarschijnlijk heeft het daar vannacht gesneeuwd en waar we lopen geregend. 

Gisteren waren we namelijk op een camping in St. Jorioz, een dorpje vlakbij Annecy, in een tent en het regende de hele dag. We lopen sneller dan in het boekje qua tijd staat aangegeven. We klauteren omhoog. Soms passeren we een dorpje of een paar huizen. Tijdens de middagpauze zitten we op een boomstronk op een open stuk grond naast het pad. We lopen naar Dionnassay op 1314m. Na een paar kruisingen en gîtes raken we de markering kwijt. We missen het dorpje Champel, maar zien wel Bionay (950 m). Via het routekaartje zien we weer waar we zijn en lopen langs een drukke weg (D 902). We hebben 100 meter te veel afgedaald en moeten die dus nu weer omhoog. We komen in Tresse (1020m). weer op de route. We lopen langs een bergbeek met de naam Bonnant. We lopen eerst over een breed bospad. Dit gaat later over in een fietspad. Net voor Nivorino (1161 m) lopen we omhoog naar Les Contamines-Montjoie. Dit is een wat groter dorpje. Hier doen we inkopen. We zien de camping al aangegeven. We informeren bij de VVV waar de camping precies is. Het blijkt 3 km verderop te liggen en de enige camping in de omtrek. 

Camping Le Pontet. Om 18.00 uur komen we hier aan. Een leuke camping met een extra veldje voor trekkers, vlakbij een park. De rivier die hierboven beschreven is, kabbelt achter de camping door. We delen een picknicktafel met een Nederlandse jongen en meisje die de Tour du Mont Blanc (TMB) lopen. We wisselen meteen wat ervaringen uit. De jongen heeft al meer gewandeld. Zijn vriendin doet hier haar eerste wandelervaringen op met een meerdaagse rugzaktocht. We zien nog meer Nederlandse stellen die hun tentje hier hebben staan en dagtochten vanuit deze camping doen. De lucht is bewolkt maar het is droog. Soms waait het even, verder is het windstil. De zon schijnt op de bergen achter ons. Alle spullen kunnen nu goed drogen. Langzaamaan verdwijnt de zon achter de bergen en wordt het wat kouder. Moe van een eerste wandeldag duiken we onze slaapzak in.

Voorbeeld foto
Voorbeeld foto
Voorbeeld foto
Voorbeeld foto
Voorbeeld foto
Voorbeeld foto

Dag 73
Donderdag 27 juli 2000.
Les Contamines-Montjoie – La Berge 9.20 uur

We hebben de wekker op half zeven gezet, maar blijven nog lekker even liggen tot zeven uur. Om acht uur beginnen we aan de klim van 1400 hoogtemeters. Het is prima wandelweer in een bosrijk gebied. We passeren op weg naar de col de Bonhomme, veel dagjes mensen. We lopen tussen de bergen sommige met sneeuw. Op 1700 meter ligt de boomgrens en boven de 2000 meter lopen we over wat sneeuw. De col ligt op 2329 meter, maar wij moeten nog even door naar col de Croix du Bonhomme op 2479 meter. Daar komen de meeste dagjesmensen al niet meer aan toe. Het is dan rustiger. Voor ons blijft het flink klimmen met veel rotspartijen. 5 minuten wandelen over de col is een refuge. We zijn blij dat we er zijn. We tanken daar wat van het ijskoude bergwater wat in een houten uitgeholde boomstam loopt en nemen een lunchpauze van een uur in de zon op het gras. Het is er best fris. We drogen onze van het zweet natte shirts in de zon en trekken onze fleeces aan. Er is een panorama overzichtsbordje wat informatie over het mooie uitzicht over de bergen geeft. We vinden dat we een flinke pauze verdiend hebben na al dat klimmen. We zetten thee en smeren brood. 

Als we weer de puf hebben om het boekje nog eens goed bekijken zien we dat we nog meer moeten klimmen naar 2528 meter. Verder dan die Croix hebben we nog niet gekeken in het routeboekje. We zien voor ons een bergkam, waar nu ook mensen over heen lopen. We zien er behoorlijk tegenop om nog verder te klimmen maar we moeten er toch aan geloven. Als we eenmaal weer op gang zijn gaat het gemakkelijker dan we dachten. Zo’n pauze doet dan toch goed. We hebben een mooi uitzicht over de omgeving aan allebei de kanten, aangezien we helemaal over de kam moeten lopen. We dalen af en zetten koers naar refuge Plan de Lai op 1818 meter. We zien net voor de refuge een mooi kampeerplekje aan de rivier. Toch maar even doorlopen, naar de refuge. We drinken er wat en besluiten om nog 45 minuten verder te gaan. Na 45 minuten klimmen komen we aan bij een chalet, maar er zijn verder geen kampeermogelijkheden. We zien een wandelaar met rode jas, soms gaat hij zitten en spot met een verrekijker vogels. Hij blijft een hele tijd niet ver bij ons vandaan. We lopen hem en hij loopt ons voorbij. Het begint al laat te worden en we zijn beiden behoorlijk moe. We vinden nergens een geschikte plek. Dan is het weer te schuin om te slapen, dan liggen er op een vlak gedeelte veel koeienvlaaien. Er pakken donkere wolken samen rondom de bergen. We moeten snel iets vinden anders moeten we de tent in de regen opzetten. 

De wandelaar in rode jas loopt ons voorbij, we zien hem al een tijdje niet meer. De rotsen die we passeren zijn soms groter dan een huis. Om te voorkomen dat we zo dadelijk een leuk plekje zien en er geen water is, vullen we alvast onze waterzak en onze Sigg-flessen bij in een schoon beekje. Om kwart voor zeven zetten we uiteindelijk de tent neer op een uitloopstuk van een haarspeldbocht van een onverharde weg. Het is een stukje vlakke grond met stenen en relatief weinig koeienvlaaien. Verre van ideaal maar goed. We wassen ons snel wat met het meegenomen water. Het begint ondertussen steeds donkerder te worden door de wolken en het begint te regenen. We gooien vlug alles in de tent. Door het tentdoek horen we de regen extra goed. We zijn erg moe. We koken in de tent. We gebruiken etenswaren uit Nederland. Zoals foliepak vlees, gedroogde sperziebonen en puree. Later zetten we koffie. Na het schrijven van het dagverslag gaan we om half tien slapen. We liggen in de slaapzakken maar slapen deze nacht weinig. De regen roffelt op het tentdoek en de wind raast om ons heen. We horen ook het donderen in de lucht. Het licht van een bliksemschicht dringt door in onze gesloten ogen. Eigenlijk op het moment niet echt leuk zo met zijn tweeën in een tentje op een helling van een kale berg. Helemaal overgeleverd aan de grillen van de natuur, maar wel apart om dit te overwinnen.

Dag 74
Vrijdag 28 juli 2000
La Berge – Landry 7.50 uur

Om half zeven uur gaat het tijdalarm van de horloge annex hoogtemeter af. Deze gebruiken we als wekker. We zijn allang wakker maar het regent, dus we staan nog niet op. Na een kwartiertje lijkt het droog te worden. Snel aankleden, voordat dat gebeurt is regent het alweer de wind sleurt aan de tent, alsof hij deze mee wil nemen. Een tentharing schiet los. Vincent gaat naar buiten om hem weer vast te zetten. We ontbijten eerst, dit kan in de tent. Later is het even droog. We pakken snel alles in, maar het regent alweer voordat we vertrekken. Met regenponcho en gamaschen aan gaan we op weg naar de col de Bresson. We lopen naar een dal. Het ziet er donker en mistig uit. Er zijn weinig kleuren waar te nemen in dit landschap. Het is een groen-grijs geheel. Onder ons zien we het stuwmeer (Lac de Rosselend) liggen. De bergtoppen zijn gehuld in donkere wolken. We lopen over een modderig pad en passeren regelmatig beekjes. Er is veel water wat van de berg afkomt. Zeker nu het vannacht zoveel geregend heeft. We gebruiken de tent-wandelstok als steun om ons over moeilijkere stroompjes te loodsen. We zien ook weer de wandelaar met de rode jas. Hij zal ook wel ergens op de berg geslapen hebben. Waar, dat weten we niet. We hebben zijn tentje niet gezien. Misschien heeft hij wel in een huisje in het dal geslapen. 

Het wordt weer klimmen. De ondergrond wordt wat harder en minder drassig. Als we op 2000 meter, tussen grote rotsblokken lopen, verdwijnen we in de wolken en hebben geen dalzicht meer. Naarmate we hoger komen, begint het ook meer te waaien ondanks de mist. Om elf uur staan we op de top (2469 m) van de col de Bresson is het 4 °C met een behoorlijke wind. Echt koud dus. Hier zien we ook andere wandelaars die net de top bereikt hebben vanuit de andere richting. Na wat afdalen maken we een stop. Aan deze kant van de berg is er veel minder wind. We drinken op een windstille plaats koffie. Plotseling begint het ook hier tussen de rotsen toch weer te waaien. Koouud, koouud dat het is. We pakken onze spullen in, maar dit valt niet mee met onze koude handen. We trekken onze jas en fleece aan en dalen verder af naar een dal. De bewolking wordt steeds dunner. De lucht trekt open. We worden geleid door een rivier welke tussen 2 bergen naar beneden stoomt. Machtig mooi uitzicht. De wandelaar met de rode jas zien we voor ons afdalen. Om één uur in de middag onderbreken we de afdaling voor de lunch. Later verliezen we de routemarkering uit het zicht. We volgen de route op de kaart en komen als we het eigenlijk niet meer zien zitten toch bij een markering uit. 

We doorkruisen een weg met haarspeld bochten door over de tussenliggende weides te lopen en komen 2 uur later aan in Valezan. Een mooi pittoresk dorpje op 1185 meter. We dalen steil verder over mooie bospaadjes en een lekker zonnetje in de rug, naar onze eindbestemming: Bellentre. Moe hier aangekomen blijkt er geen tankstation voor onze benzinebrander en geen camping te zijn. Dit stond wel in het GR- boekje aangeven. Teleurgesteld lopen we weer 3 km / 45 min verder naar Landry. We zien het dorp in de verte liggen. Het regent daar, zo kunnen we op afstand al zien. Even later lopen we dus in de regen het dorp binnen. We doen inkopen in een kleine supermarkt. Een automobilist wijst ons de weg naar de camping. We lopen een stukje terug en melden ons aan bij de campingeigenaar. We betalen 100 FF en zetten onze tent op. Ook nu begint het weer te regenen. Leuk hé, je zou er niet goed van worden. Rond acht uur ’s avonds klaart het toch weer op. We kunnen ’s avonds in de kantine binnen zitten. Lekker warm. Er is een karaoke avond. De jeugd zingt wat met de muziek mee. Best leuk.

Dag 75
Zaterdag 29 juli 2000.
Landry – Pont Romano 2.00 uur

We hebben vandaag een korte wandeling voor de boeg. We slapen uit tot acht uur. Het heeft vannacht niet geregend, dus we hebben goed kunnen slapen. Om negen uur zijn we op weg. We moeten meteen flink klimmen en zien weinig markering. Met het kaartje komen we er toch uit. Na een paar kilometer gaan we van de route af om in Peisey onze brandstoffles met benzine te vullen. Op een bankje voor de VVV zetten we koffie. De brander doet het nog niet goed doordat we gisteren met petroleum hebben gekookt. We zien wat lokale bevolking rondlopen in het dorpje. Na nog een uurtje lopen via een bosrijk pad langs de rivier le Ponturin zien we een bankje tegenover een camping. Het is inmiddels half één en het lijkt een mooie plek en tijd om te lunchen. We bekijken of we onze wandeldag nu al kunnen beëindigen. Als er een mogelijkheid is om inkopen te doen op de camping dan willen we op de camping blijven. Dit houdt wel in dat we morgen een klein uurtje langer moeten lopen. We hebben de voorkeur voor het overnachten op een camping dan in een refuge, wat de volgende overnachtingsmogelijkheid zou zijn. Nadat we ons aanmelden bij de familie van de camping leggen we ons bevoorradingsprobleem uit. De zoon van de eigenaar gaat vanmiddag naar Peisey, één persoon kan meerijden om inkopen te doen, dat is dus prima geregeld. 

Jeannette wast wat kleding en Vincent doet inkopen. De supermarkt is klein maar ze hebben van alles, maar wel heel anders dan we in Nederland gewend zijn. Er zijn minder levensmiddelen die snel te bereiden zijn, zoals in Nederland je wel veel kant en klaar eten hebt. Na even zoeken heeft hij toch alle spullen bij elkaar. Alle natte kleding kan nu drogen. Af en toe regent het wat, maar gelukkig kan de kleding binnen drogen. Als onze Belgische overbuurman ons op een matje op de grond ziet zitten biedt hij ons 2 stoelen aan, dat slaan we natuurlijk niet af. Het blijft de rest van de dag bewolkt, soms zit er een opklaring tussen en dan kunnen we even van de zon genieten. We zitten buiten totdat we hebben gegeten. Het wordt om acht uur ’s avonds toch wat frisser en we gaan in het chalet wat fungeert als receptie en bar, wat drinken. Het is een prachtig oud gebouw met hoge muren en deuren en een trap met een balustrade. De camping ligt aan de rivier en we kijken uit over beboste bergen. De richting die we morgen op gaan ziet wit van de sneeuw. We zitten hier op 1440 m hoogte. ’s Avonds regent het nog een paar keer, maar als we om 21.30 uur gaan slapen is het droog. Misschien kunnen we weer rustig slapen vannacht.

Dag 76
Zondag 30 juli 2000
Pont Romano – Tignes Le Lac 7.00 uur

De wekker is weer gezet en om half zeven staan we weer buiten de tent. We halen onze kleding binnen op, die is vannacht lekker droog geworden. Alleen de sokken zijn nog wat vochtig. In 70 minuten hebben we alles ingepakt en ontbeten en gaan we weer op pad. De sokken en handdoek hangen we op de rugzak om te drogen. Het pad loopt rustig aan omhoog, langs een oude mijn en door het dorpje Les Lanches (1524 m). We steken de rivier ook weer een keer over tot we bij refuge de Rosuel komen waar we in eerste instantie hadden willen overnachten. Het is een mooie nieuwe refuge met een dak wat met de berg meeloopt en bedekt is met gras. Hier is een parkeerplaats waar wandelaars hun auto achterlaten om de bergen in te trekken. We zien een aantal mensen hun auto’s afsluiten. Even lopen we tussen die groep, maar al snel zien we hen niet meer. Dat vinden we wel zo prettig, alleen lopen. Je hoort dan de anderen niet praten en we kunnen ons eigen tempo aanhouden. We lopen tussen de bomen over een rotspaadje langzaam omhoog. Na een uur is er een 3-sprong. Er lopen hier in de middle of nowhere paden met soms een hutje voor een enkele koeienboer, verder alleen bergen. De hoogste met sneeuw, anderen met bos. 

Op 1800 meter hoogte komen we boven de boomgrens. Het landschap bestaat hier uit grote en kleine rotsblokken. We zien beekjes stromen op de helling. Het ruisen van het water is het enige geluid wat we hier horen. De zon schijnt en opeens zien we een marmot van heel dichtbij. Het beest is groter dan we gedacht hadden, wel erg leuk. Het is echt een schitterend gebied om te wandelen. Het pad stijgt verder met soms een stukje vlak. Om half één bereiken we eerst de refuge. Deze staat net onder top van de col du Palet op 2652 meter. We drinken wat water en maken gebruik van het aanwezige toilet. Op het terras van de refuge zitten verschillende wandelaars te lunchen. Menigeen zit al aan de rode wijn. Eenmaal over de top komen we in een heel ander landschap. Het is een weide helling met skiliften en wandelpaden. Als we een kwartiertje over de top zijn en uit de wind lopen lunchen we lekker in het zonnetje. We kijken uit over het grote skigebied van Tignes. We zien dagjesmensen langs lopen. De één strompelt om zijn blaren te ontzien. Een gezin met kinderen. De jongste heeft, bij het naar beneden lopen, last van zijn voeten. De teentjes komen tegen de voorkant van de schoen aan. Hij wil dus bij vader op de rug, maar die heeft al een kind op zijn rug. Moeder kan het kind niet dragen. Een probleem!! 

Ondanks dat we niet al te veel Frans spreken kunnen we de lichaamstaal goed volgen. We dalen verder af, dit gaat vrij snel. Om half drie zijn we in Val Claret. Hier willen we overnachten. Een volgende overnachtingsmogelijkheid zou nog 4 uur lopen zijn en dat wordt ons toch wel iets te veel. In het natuurpark van de Vanoise, waar we morgen ingaan, is wild kamperen streng verboden. Er zijn borden waarop te lezen staat hoe hoog de boetes zijn als je er je tent opzet. We zien ook veel mensen in skikleding en de latten in de hand uit de bergtrein komen. Bij de toeristeninformatie vragen we naar een slaapplaats. De hotels in het skigebied van Val Claret zijn veelal alleen per week te boeken. Een enkele voorziening is voor één nacht te boeken. We komen terecht in een soort jeugdherberg waar we 100 FF per persoon mogen achter laten. Na een lekkere douche laten we de tent buiten in de zon drogen. Later gaan we Val Claret even verkennen. We bekijken waar we morgen de route kunnen hervatten. We doen inkopen voor de maaltijden van morgen en drinken daarna wat in de bar van ons verblijf. ’s Avonds gaan we “luxe” uit eten in een pizzeria. Om negen uur zijn we weer terug, drinken nog even wat in de bar en dan naar bed.

Dag 77
Maandag 31 juli 2000
Tignes Le Lac – d’Entre Deux Eaux 6.10 uur

Een bed en een matras, dat slaapt echt heerlijk. Om half acht staan we op. Buiten schijnt de zon volop, er is geen wolkje aan de lucht. We lopen naar Val Claret en zoeken de rood-witte markering op. We volgen een skilift naar boven. We lopen nu een deel van de GR55. Een paar jaar geleden hebben we het deel van de GR5 om de Vanoise gelopen. Een stuk verderop zien we om ons heen flinke sneeuwplakkaten, waar we soms overheen en soms omheen lopen. We dalen langzaam af en passeren een paar kleine meertjes, totdat we aankomen bij een stuwmeer, wat we nog kennen van de vorige keer. We lopen langs de steile rotshellingen langs de oever van het stuwmeer. We passeren een aantal oudere vrouwen die bij het meer zitten. Als we nog iets verder afdalen passeren we de drie gebouwtjes van refuge de la Leisse, waar we bij vorige gelegenheid overnacht hebben. Tijdens de afdaling volgen we verder de rivier, die ligt echt in een dal tussen de hoge bergen in. Er lopen ook schapen te grazen. Om één uur lunchen we. We zitten niet echt lekker, want het is meer gaan waaien. De lucht blijft wel strak blauw. 

Om half drie uur komen we bij refuge Entre Deux Eaux op 2120 meter. Een mooie en gezellige refuge. Het is er druk met passanten en met wandelaars die willen blijven slapen. We geven aan dat ook wij willen overnachten en gebruik willen maken van de keuken. We betalen 67 FF per persoon. We slapen op een zaal en met een munt kunnen we met warm water douchen. We zetten koffie en thee en bestuderen alvast de route voor morgen en schrijven in ons dagboek. De was waait lekker droog op de waslijn in de wind. We zitten uit de wind en hebben uitzicht over het rivierdal van de Leisse met de bergen daar omheen. Deze zijn veelal groen, maar sommige ook met wat sneeuw. Om kwart voor zeven bereiden we onze maaltijd. Er zijn ook andere mensen en groepen die hun eigen eten koken. Er overnacht hier ook een groep waarbij de bagage steeds met de auto wordt weggebracht. Niet echt iets voor ons, maar het is wel leuk dat het kan. Degenen die zelf koken hebben een aparte eetzaal. We eten tortellini met bolognesesaus. Er zijn opvallend veel mensen die macaroni met boter en kaas eten. Misschien wel een gewoonte als je in Frankrijk gaat wandelen. Het is licht van gewicht en makkelijk te bereiden. Na de koffie drinken we nog een glaasje wijn in de gastenkamer. Dit is de eetkamer voor de gasten die vol pension genieten. Het is er best gezellig. Om half tien gaat iedereen, en wij dus ook, naar bed.

Dag 78
Dinsdag 1 augustus 2000
d’Entre Deux Eaux – Plan Sec 9.25 uur

Het is best druk in de refuge maar desondanks is het in de slaapzaal, met ± 20 personen, toch redelijk rustig geweest vannacht. Om halfzeven piept de wekker weer en staan we op. We maken weer gebruik van de keuken om thee te zetten. Om kwart over zeven gaan we weer op weg voor het laatste stukje van de GR55. Bij de brug over de Leisse op 2011 meter, pakken we de GR5 weer op. We zigzaggen een grasberg op en zijn zo al snel op 2400 m hoogte. We zien soms een marmot. Vincent ziet nog een gems wegschieten. Het gras gaat al snel over in rotsen. Om half elf stoppen we voor de 1e pauze bij een mooi bergmeertje. We lopen over een berghelling en zien een paar dorpjes langs een rivier en een weg in het dal. Als we aan de lunch toe zijn zien we een helikopter met een onderlanding tussen 2 plekken heen en weer vliegen. Het eindpunt kunnen we niet zien. Even later komen we langs refuge de l’Arpont op 2309 m. Dit is de refuge die bevoorraad werd door de helikopter. De refuge is dan ook alleen te voet bereikbaar. Als we langslopen zijn ze net begonnen met het uitpakken van de geleverde spullen. 

We komen regelmatig wandelaars tegen, maar niet vervelend veel. We lopen over een helling en zien in het dal een rivier en verschillende dorpjes. Het is een hele trip en we blijven op die berghelling lopen. De zon is nadrukkelijker aanwezig. Hij brandt op onze armen en we moeten ons beschermen tegen zonnebrand. Om kwart voor vijf, 9,5 uur na ons vertrek, komen we aan bij refuge Plan Sec op 2310 m hoogte. Een lange dag, maar achteraf toch goed te doen. Bij de refuge zetten we onze tent op voor 20 FF per persoon. Ook hier kunnen we weer warm douchen en daarna zitten we weer lekker in de zon. In de kookruimte wordt ’s avonds voor ons de houtkachel opgestookt, lekker.

Dag 79
Woensdag 2 augustus 2000
Plan Sec – Modane 6.25 uur

Om half zeven maakt de wekker ons weer wakker. Het weer ziet er goed uit. De tent is vannacht droog gewaaid, dat is het voordeel van overnachten op hoogte. Omdat alles goed droog is zijn we snel klaar met inpakken. We gaan naar de keuken om thee te zetten en te eten. Ondertussen komt er snel bewolking opzetten en begint het te regenen. Na het ontbijt is de regen weer over. We kiezen ervoor om via een kortere weg naar beneden te lopen, zodat we op tijd in Modane zijn. Tijdens het afdalen begint het flink te regenen. We dalen eerst om daarna weer 300 meter te stijgen. Qua tijd blijkt dit hetzelfde te zijn dan de langere route. We lopen hier wel weer tussen de bomen, de afgelopen drie dagen zijn we steeds boven de boomgrens gebleven. Ook zien we hier soms weer markering, die hebben we gisteren de hele dag weinig gezien. Mede omdat in het natuurgebied van de Vanoise gewerkt wordt met gele bordjes. Het is toch wel prettig om af en toe een bevestiging te hebben dat je nog goed zit. Als we de 300 meter weer hebben gestegen houdt het op met regenen en de lucht klaart zienderogen op. 

We lopen weer, net als gisteren op een zelfde hoogte, ditmaal op een soort plateau met wat stijgen en dalen. We komen regelmatig groepjes wandelaars tegen. Enige tijd later dalen we weer wat sneller en we zitten al gauw weer onder de boomgrens. Vincent ziet een wild zwijn weg rennen in het bos, even verder horen we van een Duitser dat ze er drie hebben gezien. We lopen weer door en komen op een splitsing waar we niet weten welke richting we moeten kiezen. We kiezen het afdalende pad. Als we even later op een breder pad uitkomen weten we dat we verkeerd zitten. Dan eerst maar even koffie zetten. We zitten lekker in de zon. Op de kaart zoeken we op waar we nu zitten. We besluiten om niet terug te gaan naar de route maar via het brede pad af te dalen naar Modane. Bij een oorlogsmonument in het gehucht Amodon loopt ons pad uit op verschillende weilanden. Als we die doorkruisen vinden we aan de andere kant een smaller pad naar beneden. Het is vrij steil en er liggen veel dennenappels op de grond, waarover je heel gemakkelijk uitschuift. Na nog eens 300 meter afdalen komen we aan in Modane. We lopen richting het centrum en lunchen op een bank op het plein tegenover het gemeentehuis. Dan gaan we op zoek naar de camping. Onderweg zien we een supermarkt met benzinestation. Daar doen we later onze inkopen. Op ons plaatsje op de camping aangekomen begint het weer te regenen, vlug de tent opzetten. Als de bui over is wassen we wat kleding en hangen die in de zon te drogen. Eerst maar even inkopen doen. Als we terugkomen is de was al bijna droog. De temperatuur is best goed, maar het begint alweer te regenen. Later gaat het ook nog hagelen en onweren.

Donderdag 3 augustus 2000
Het regent alweer als we bezig zijn met de tent afbreken en inpakken. We besluiten om naar huis te gaan. We lopen naar het station en nemen de trein naar Annecy. Het laatste stuk van de rit kan niet over het spoor. Er is een storing. We moeten met een bus. Dit duurt in plaats van de geplande 2 uur nu 3 uur. Omdat we in Annecy erg lang op de bus moeten wachten nemen we een taxi naar St. Jorioz waar onze auto staat geparkeerd. Vervolgens rijden we weer naar Nederland.

GR 5 en 55 Vanoise
Gedeelte in de Franse Alpen. Val d’Isere – Val d’Isere, een wandeling van 4 dagen.Route Rondje Val d’Isère
Voor ons beint de route van de GR 5 in Val d’Isere. We starten meteen met de zwaarste klim van onze wandeling de Col de l’Iseran. Na de top een erg mooie afdaling met een mooie rivier en enkele watervallen. Het volgende stuk is vrij laag en vlak, waarbij uitwijkmogelijkheden zijn naar verschillende dorpjes, voor het inslaan van proviand. Daarna weer een klim naar refuge de Vallonbrun. Na refuge Plan du Lac verder naar beneden gelopen om zo te komen op de GR 55. Het gedeelte naar Col de la Leisse heeft een deel met flink vals plat. Op de Col de la Leisse is het erg mooi, niet in de laatste plaats door de rivier de Leisse. Nabij de top van de Col ligt er tijdens onze wandeling (Augustus) nog sneeuw.

Weer beneden gekomen kom je in de wintersportoorden Val Claret en Tignes. Dit is een kaal stuk ten gevolge van de skipistes. Het laatste stuk naar Val d’Isere is heuvelachtig, met nog 1 klimmetje direct na het verlaten van Tignes.

Ons start- en eindpunt is Val d’Isere.

Het Landschap
Omdat je meestal op een redelijke hoogte loopt (bijna altijd boven 2000 m) is het landschap kaal en weids, maar zeker niet saai. Veel rotsen en ook nog lage beplanting.

Zwaarte van de route
Er zitten een aantal flinke hoogteverschillen in. De Col de l’Iseran (2764 m) is de zwaarste klim. Ook de klim naar refuge de Vallonbrun is zwaar. Onze ervaring is dat langzaam maar gelijkmatig doorlopen het minst vermoeiend is.
Wij hebben niet speciaal voor deze wandeling getraind, maar hebben wel een goede basisconditie. Voor ons was dit een leuke meerdaagse tocht.

Overnachting
In het nationaal park van de Vanoise kun je van te voren een gîte of refuge bespreken via het VVV kantoor in Tignes. Dit kost 40 FF, die later bij het afrekenen in de refuge zelf weer in mindering worden gebracht.
Wij starten bij de enige camping in Val d’Isere. Het is een kleine en goedkope camping aan de voet van de Col de l’Iseran. Wij kunnen er goedkoop onze auto en tent achterlaten. Het eerste punt om te overnachten ligt op 8.30 uur lopen, met de zware beklimming van de Col de l’Iseran. Als we bij de refuge aankomen blijkt die te zijn gesloten. In het nationaal park mag je niet wild kamperen (er wordt gecontroleerd). Het beste is om aan de voet van de col de l’Iseran van de route af te wijken en naar het plaatsje Bonneval-sur-Arc te lopen. Wel reserveren, gîte zit erg snel vol. Wij overnachten in een gîte in Villaron die zeker aan te raden is, maar wel op 9.30 uur lopen ligt vanaf de camping in val d’Isere. Er is een goede douche, een aparte keuken om zelf te koken en een balkon om je kleding te drogen.
Onze volgende refuge is Vallonbrun. Op zich is dit een mooie refuge, maar de waardin is niet echt gastvrij. Je mag bijv. pas om 16.30 uur in de slaapzaal en moet deze weer voor 07.30 verlaten. Er is geen douche maar wel een goede wasgelegenheid met koud water. Het is beter om door te lopen naar de onbewaakte refuge le Cuchet. Deze ziet er schoon en leuk uit.
De laatste overnachtingplaats is refuge de la Leisse. Dit is echt een aanrader. De refuge ligt op 2487 m en wordt bevoorraad door helikopters. Er is een mogelijkheid om je tent op te slaan of te overnachten in de refuge zelf. Geen douche, alleen een waterbak buiten op de binnenplaats.

Openbaar vervoer
De D902, vanaf Bonneval sur Arc richting Modane, heeft een busverbinding. Ook Tignes en Val d’Isere zijn vanaf Bourg Saint Maurice met een bus te bereiken. Er is geen openbaar vervoer verbinding vanaf Val d’Isere naar het zuiden van de route.

Rondje door de franse Alpen
Van Val d’Isère naar Val d’Isère in 4 dagen
Op vrijdag 8 augustus komen we met de auto aan in Val d’Isère. We vinden een camping (een weide met wat gebouwen) langs de rivier Rvoir. Bij het inchecken blijkt dat als de rivier, welke in korte tijd zeer snel kan stijgen ten gevolge van smeltwater, buiten zijn oevers treed de camping in zijn geheel ontruimd zal worden. Midden in de zomer zal dit zo’n vaart wel niet lopen.

’s Middags informeren we naar de overnachtingsmogelijkheden in de refuges. Vooral de eerste dag zal een probleem kunnen worden omdat er pas na 8 uur lopen een slaapplaats zal zijn welke volgens de plaatselijke VVV ook nog volgeboekt is. Voor de andere dagen boeken we wel een slaapplaats. We weten niet of het noodzakelijk is. ’s Avonds de rugzak inpakken en regelen dat onze tent en auto op de camping kunnen blijven staan. De autosleutel laten we achter zodat ze deze bij een evacuatie weg kunnen rijden.

Dag 80
Zaterdag 9 augustus
Val d’Isère – Le Villaron

De route loopt direct naast de camping. We kunnen dus meteen het pad oppikken wat al direct begint te stijgen. We lopen langzaam maar gestaag omhoog. Het pad is soms zeer steil zodat we voetje voor voetje naar boven klauteren.
De rugzakken zijn gelukkig niet zo zwaar en het weer is goed. De eerste col die we moeten nemen is de col de l’Iseran, we stijgen van 1809 m naar 2764 m. Een klim van 950 meter om mee te beginnen. Na verloop van tijd komen we op de skipistes met de liften, nu groene weides, om vervolgens boven de boomgrens uit te komen. Rond de middag komen we aan bij de top. 

Bonneval-sur-Arc, een prachtig oud dorp, lopen we voorbij, hier zijn een aantal refuges die al vol zijn. Dit hebben we vooraf al nagevraagd. Op de kaart staat nog wel een onbewaakte refuge. Er wordt echt verder nergens meer over gesproken. Niet bij de VVV en niet op bordjes onderweg. Toch gokken we daar maar op. We dalen wat af maar blijven op hoogte. Het uitzicht is zo prachtig. Regelmatig steken we een riviertje over die van de bovenliggende gletsjers komen. Na 8.30 uur lopen komen we bij die onbewaakte refuge; Du Mollard. Deze blijkt gesloten te zijn. De Vanoise is een natuurgebied waarin niet gekampeerd mag worden, dus moeten we doorlopen naar Villaron, we moeten dan wel de berg weer af. De totale looptijd daar naartoe is 9.30 uur. Via een erg steile afdaling naar Le Villaron. Gelukkig zijn er nog 2 plaatsen in de gîte d’etappe. We hebben eten meegenomen en dus koken we zelf. Er zijn goede voorzieningen, zoals een goed uitgeruste keuken, comfortabele douches en ruime slaapgelegenheid met een balkon waarop kleding en schoenen kunnen drogen.

 Dag 81
Zondag 10 augustus
Le Villaron – refuge du Vallonbrun

Omdat we gisteren lang hebben doorgelopen hebben we vandaag een tocht van maar 4 uur. We hebben geslapen tot 9.15 uur en daarna ontbijten we in de goed voorziene keuken van onze gîte. Om 10.15 uur gaan we op pad en om 11.00 uur bereiken we Bessans, daar kopen we een krant  en en lezen alvast een deel. Het volgende stuk is vlak, gevolgd door de steilste klim van onze tocht. Onder aan de berg lijkt het net alsof je de berg helemaal niet op kunt. Via haarspeldbochten en flink zweten komen we toch boven. Daar wacht onze refuge du Vallonbrun. Reserveren was niet nodig geweest, er zijn behalve wij nog vier fransen, terwijl er plaats is voor 44 personen. Het is een sobere maar nette refuge. Goed eten, geen douche. We mogen pas om 16.30 uur de slaapzaal in en om 7.30 uur moet deze weer leeg zijn. De refuge ziet er erg leuk uit maar doordat de waardin niet erg gastvrij is valt het toch tegen. We gaan dus maar vroeg slapen.

Dag 82
Maandag 11 augustus
refuge du Vallonbrun – refuge de la Leisse

We staan om 7.00 uur op. Om 8.00 uur zijn we weer op weg en ontbijten onderweg. Na 1.45 uur lopen komen we langs een onbewaakte refuge du Cuchet. We kijken hier even binnen en het ziet er erg leuk en comfortabel uit. Achteraf hadden we gisteren beter door kunnen lopen en hier kunnen overnachten. Het weer is minder vandaag, veel wolken, soms lopen we erin. We hebben meestal wel wat uitzicht naar beneden maar bijna niet naar boven. Halverwege onze tocht besluiten we om onze gereserveerde refuge Plan du Lac voorbij te lopen en nog 3 uur door te lopen naar refuge de la Leisse. Onderweg verlaten we de GR 5 om over te gaan op de GR 55.
We lopen door een langzaam stijgende vallei langs de rivier de La Leisse. De meeste sneeuw is gedooid. Het is er helemaal verlaten. Er is van onze beschaafde wereld niets te zien. Geen huis, geen weg. Alleen hier en daar een steenmannetje of een geverfde markering. We kijken over een geweldig massief van bergen en sneeuw. Bij de refuge aangekomen, die door een helikopter bevoorraad wordt, hebben we er een tocht van 9.15 uur opzitten. De refuge bestaat uit drie gelijke huisjes en is erg gezellig. Wassen moet buiten bij de waterbak en koken gaat met kaarslicht, maar dat maakt het alleen maar leuk. Er zijn geen Nederlanders in deze refuge, ook nog geen tegengekomen de afgelopen drie dagen. Omdat de fransen nu ook vakantie hebben zijn er bijna alleen maar fransen. De meesten spreken geen Engels en wij spreken geen Frans, dus het contact is beperkt tot wat woordjes en gebaren. Er is hier ook een mogelijkheid tot kamperen. Er lopen ook ezels rond, die worden gebruikt voor het vervoer van bagage.

Dag 83
Dinsdag 12 augustus
refuge de la Leisse – Val d’Isère

Vandaag de laatste dag lopen. Om 8.30 uur vertrekken we. Een heel mooie wandeling over de col de la Leisse (2758 m), mooie vergezichten en we lopen over sneeuw. Boven op de gletsjers zien we mensen skiën. We dalen verder af naar Tignes. Dit stuk is minder mooi door de vele skipistes die er liggen. Het is gemakkelijk te bereiken voor de vele dagjesmensen in het toeristische Tignes en het pad wordt dan ook behoorlijk druk belopen. We bonjouren wat af. Nog een laatste klim en verder door het dal naar Val d’Isère. Met Val d’Isère al in zicht worden we ingehaald door een wandelaar met flink de pas erin. Even later twijfelt hij over de route en halen we hem weer in. Het blijkt een Amerikaan te zijn die in één keer de GR 5 wil lopen. Eind april in Hoek van Holland gestart en hij hoopt eind augustus in Nice aan te komen. Vier maanden alleen onderweg.
Na hem de weg naar de VVV te hebben gewezen lopen we zelf verder naar onze camping. Alles is er nog zoals door ons vier dagen geleden achtergelaten.
Dit is het einde van onze 4-daagse wandeling. Het was erg leuk, we zijn er niet overdreven moe van geworden en gaan morgen weer op pad voor onze volgende wandeling over een deel van de GR 54.

GR 5 Auron
gedeelte in de Franse Alpen. Modane – Auron een wandeling van 11 dagen
We beginnen in Modane waar we in de zomer van 2000 gestopt zijn. De vader van Jeannette, Ad, is er dit keer ook bij. Hij is in 2003, 65 jaar geworden en heeft deze voetreis als cadeau gekregen van zijn vrouw en kinderen (Ad heeft ook reisverslagen op onze site met zijn Pelgrimstocht naar Santiago en de Kungsleden in Zweden). Op de top van Col de Garardin (2700 m) komen we in een hagelstorm. We zijn blij dat we er heelhuids overheen komen. Vanwege nieuwe sneeuwval moeten we een beklommen berg weer af om een lagere variant te nemen. Ja, ook in juni kan de sneeuw nog verraderlijk zijn in de bergen. Bij Larche komen we bij de Pas de la Cavale (2671 m) helemaal niet op. De sneeuw ligt er tot 80 cm hoog. Het pad is niet te herkennen. Liftend omzeilen we de pas en komen over een asfaltweg toch over de bergketen.

Ons startpunt is Modane en het eindpunt is Auron

Het Landschap
De bergen zijn wat lager dan in de Alpen zelf. Het gebied straalt rust uit. Er zijn weinig mensen en dingen die de natuur verstoren. Marmotten bevolken de hellingen. Een prachtig wandelgebied.

Zwaarte van de route
De route van Modane naar Saint Entienne is zwaar. Elke dag meestal één bergje met sneeuw. Ongeveer 1000 of 1200 meter klimmen.

Overnachting
We kamperen regelmatig wild of op campings en als het niet anders kan in een Auberge of refuge.

Openbaar vervoer
Als voorbereiding bekijken we de manier van reizen. We kiezen deze keer voor een autorit naar Genevé, met de trein verder naar Modane en na de tocht terugvliegen via Nice naar Genevé. De Alpen zijn moeilijk te omzeilen met de trein. Het duurt 14 maal zolang en is duurder dan een ticket van een low-butget vliegmaatschappij.

7 juni 2004
Keldonk- Modane

Om vier uur in de ochtend halen we de vader van Jeannette (Ad) op. Via Venlo, Freiburg, Basel rijden we naar Genevé, We kunnen goed doorrijden en zijn om 12.30 uur bij een klein stationnetje Meyzin-Vernier. Hier parkeren we onze auto in een woonwijk. Een kaartje kopen voor de trein naar het centraal station is niet mogelijk. Op het centraal station kopen we 3 treinkaartjes naar Modane. Een oud vrouwtje kijkt met verbazing hoe Ad zijn zware bepakking op zijn rug zwaait. We mogen drie maal overstappen in drie uur en veertig minuten. € 31 per persoon lichter staan we om half zeven ‘s avonds op het perron van Modane waar we in augustus 2000 met regen ingestapt zijn. We herkennen de omgeving nog en lopen eerst naar de supermarkt. Daarna zoeken we de gemeentelijke camping. We worden hartelijk ontvangen en nemen een kampeerplekje uit de wind. Na een warme douche en een zelfgemaakte maaltijd zoeken we alvast de route voor morgen op. Met de piepende geluiden van rangerende treinstellen op de achtergrond dommelen we in slaap.

Dag 84
8 juni 2004
Modane (1066 m) – Pont de la Fonderie (1897 m)

Via de dorpskern lopen we naar de gemarkeerde route. In een dorpje of stadje de route vasthouden is altijd moeilijk, ook hier. We lopen na het dorpje meteen verkeerd richting een steengroeve. We keren terug naar een paadje waar pas na ± 300 meter een rood-witte markering door ons wordt waargenomen. We beginnen aan een klimmetje van 1400 meter. Eerst een zwak stijgend pad wat al snel verandert in doorsteken tussen een weg met haarspeldbochten. De markering is summier. De zon staat in een onbewolkte lucht. We kruisen de snelweg naar Italië. Net voor de kapel van Valfréjus is er een aardverschuiving geweest. Het water heeft, met stenen en aarde, ons pad het ravijn mee in gesleurd. We moeten via een hoger gelegen, verharde, weg toch het wintersport plaatsje Valfréjus proberen te bereiken. Een in het routeboekje aangegeven winkel is in de zomer niet open. We kunnen er dus geen voorraad brood voor morgen inslaan. Na een koffiepauze, op een bankje in het te lege dorpje, proberen we ook hier de markeringen te vinden. De markeerder van dit deel is volgens ons drieën met pensioen, zo grappen we. We zien op het kaartje dat we goed zitten. Op 1900 meter ligt her en der een beetje sneeuw. Stijgend langs een rivier komen we op 2100 meter. Met een prachtig uitzicht eten we bij een onbemand hutje. 

Later is ook het pad niet langer sneeuwvrij. We proberen, vanwege het zware lopen, de sneeuw te vermijden door op onbesneeuwde stukken helling en dus van de route af te lopen. We moeten regelmatig de route opnieuw opzoeken. Marmotten hobbelen over de sneeuw. In een dalletje staat een alpenhut. Een stel Fransen in klederdracht en met drank zit daar te genieten van het uitzicht over de bergen. Onze rugzakken zijn nog behoorlijk zwaar. Zeker die dan Ad. Hij wil persé een blik (camping)boter, een pot jam, chocolade repen, marsen en suiker en melk voor in de koffie mee. 2 kg extra gewicht. Vincent neemt de boter en jam van Ad over omdat zijn rugzak té zwaar is. We halen toch de top. De afdaling over voornamelijk weidegrond is dan een genoegen. Riviertjes komen bij elkaar maar worden op een moment zo krachtig zodat we op blote voeten het ijskoude water over moeten steken. Koud!!!. Marmotten schieten naar hun hol en piepen om de anderen te waarschuwen voor het gevaar: drie wandelaars. Wij! We dalen af naar Pont de la Fonderie en kamperen (wild) pal naast het pad, niet ver van de rivier die woest buldert. We wassen ons met het koude water ervan. We rapen een paar stenen bij elkaar waar we op kunnen zitten en koken ons potje. Stamppotboerenkool (van Maggi) met (foliepak) hamburger. Lekker op een dergelijk warme dag, maar vooral licht om mee te nemen.

Dag 85
9 juni 2004
Pont de la Fonderie (1897 m) – Des Acles (2025 m)

We verlaten onze campsite en zitten na 10 meter weer op de route. We passeren de refuges van de la Vallée Etroite (1765 m.). Bij het kerkje nemen we nog wat drinkwater in. We klimmen in de schaduw van bomen. Vervolgens zien we boven de boomgrens een bergmeertje bij Col des Thrures (2194 m). We dalen weer over grasvelden naar een paar oude chalets. Bij Chappelle de Ames (1623 m) willen we op 10 minuten lopen van de route, in Village de Sallé, brood kopen, zoals aangegeven in het boekje. Ad blijft achter met de rugzakken, bij een picknickbank vlakbij de kapel. We lopen het dorpje door, maar geen winkel te vinden. We vragen het een vrouw. Die vertelt dat alle winkels in Sallé inmiddels gesloten zijn In Village de Névache, 30 minuten lopen verder, is wel een winkeltje. De teleurstelling is waarschijnlijk van onze gezichten af te lezen want ze biedt ons een retourtje met haar voiture aan. Dat slaan we natuurlijk niet af. Ze zet ons ook weer af bij het kapelletje. We bedanken haar hartelijk en lunchen op een luxe picknickbank bij een huis met gesloten raamluiken. Een teken dat het huis momenteel niet in gebruik is. Dan dalen we af naar de rivier (1482 m). 

Later lopen we een grindweg op waar we steil mogen klimmen. Kamperen mag in het gebied van des Acles niet (1870 m). Er staat aangegeven dat er kuddes schapen lopen die bewaakt worden door honden. De natuur is hier mooi. Lariks bomen krijgen nieuwe lichtgroene naalden. De plantjes ontspringen de berggrond. Op plaatsen waar de sneeuw nog maar net weg is krijgen ze een nieuwe kans om te ontkiemen. Er zijn heel mooie kampeerplaatjes. Maar er is ook een herder/beheerder. Jammer. We doorwaden de rivier op blote voeten. De stroming is behoorlijk we moeten ons aan een boomstam, die over de rivier ligt, vasthouden. We stijgen door naar 2025 meter. Hier zien we pas weer een plaatsje waar 2 tentjes kunnen staan. Honderd meter verder is ook nog een rivier met water. Voldoende voor een overnachting. Er komt niemand meer over het pad. Dat verwachten we ook niet, zover van de bewoonde wereld. We horen dat keien van de rotsberg achter ons, spontaan beginnen te rollen. We wassen ons in de rivier. ’s Avonds koelt het flink af.

Dag 86
10 juni 2004
Des Acles (2025 m) – Briançon (1290 m)

We staan maar een paar meter van het pad. We stijgen eerst tussen de bomen, door het ravijn. Dan gaat het beboste landschap over in weiland, waar tussen nog sneeuw ligt. Het gras is nog geplet van de net gesmolten sneeuw. We stijgen naar Col de Dormhouse (2445 m) en dan door naar Col de la Lauze (2530 m). We lopen in een skigebied. Er zijn een paar liften. We dalen af en lopen om een berg heen naar Montgenèvre (1849 m). Een wintersportplaats. Hier zijn wel wat winkeltjes open. Bij de supermarkt (Sherpa) vullen we onze lunch aan met fruit, yoghurt en jus d’orange. Een hotel wat in de zomer gesloten is, heeft een leuke trap waar we goed en uit de zon kunnen zitten. De zon brand, het is heet rond het middaguur. Verder valt er weinig te beleven. 

Na het dorpje krijgen we een omleiding van drie kwartier over een te breed pad. We kunnen de zon niet ontlopen. Het eigenlijke bospad is afgesloten. 10 flinke haarspeldbochten moeten we door voordat we weer zijn afgedaald. Dan komen we bij de kasteelruïne van Briançon (1290 m). Een enorm toegangsgebouw naar de stad. Bij de ingang van het park bij de rivier gaan we van de route af om te winkelen. We nemen eerst een koffiepauze om ons vervolgens in de stad te verdiepen. Een supermarkt is snel gevonden. Ook het tankstation voor de benzine is dichtbij. Er is niemand bij de pomp. Deze staat wel aan. Er staat zoals zo vaak “minimale afname 5 liter” op. Ik pak eerst mijn fles en tank die vol. Wat ik getankt heb, pakken ze niet meer af. Ik betaal € 0,71. De man moet wel goed op de pomp kijken om het te geloven. Als hij de fles ziet begrijpt hij het. Op de terugweg naar de route staan we even stil in een winkelstraat om te overleggen of we een ijsje nemen. 

Auto’s rijden over de weg. Op dat moment horen we; ’’ Krak’’ en Ad tolt om Vincent heen en valt tegen een kledingrekje aan. Het matje wat bij Ad op de rugzak zat, hangt aan een auto die net gepasseerd is en het nu aan zijn gebroken spiegel heeft hangen. De spiegel heeft het touwtje van de hoes in zijn greep. De auto staat bijna meteen stil. Alleen de spiegel is kapot. Al snel komt de politie erbij en zo zijn we een hele tijd bezig. Naam en adres achterlatend kunnen we om 18 uur weer verder. We wilden eigenlijk wild kamperen, maar nemen toch maar een camping aangegeven op 2 km. Na 1 km vraagt Jeannette bij een winkeltje een keer na of we goed zitten. Een man brengt ons meteen met zijn auto naar de camping. De campingwinkel is nog open. Een koud pilsje smaakt dan extra lekker. We lenen met toestemming van de campingeigenaar een paar stoelen van het terras. Zo kunnen we comfortabel zitten. We besluiten om in verband met het warme weer, morgen een uur eerder te vertrekken. Ook zien we op kaart hoe we binnendoor terug naar de route kunnen. Ook Ad voorgehouden een keuze te maken. Of boter en jam op het brood, of melk en suiker in zijn koffie. Dit omdat de rugzakken net iets te zwaar zijn en niemand ruimte heeft om extra gewicht mee te nemen.

Dag 87
11 juni 2004
Briançon (1290 m) – lac de Roue (1854 m)

Op de camping blijft een ½ kg boter achter, de jam is versnelt opgemaakt. Na 40 minuten zijn we terug, weliswaar een stukje verder, op de route bij Villard St. Pancrace. Een klim van in totaal 1250 meter. In de koelte van de ochtend is het gemakkelijker lopen. Rond 9 uur komt de zon pas door de bomen. Ook hier een omleiding. Niet over het bospad maar over een breed grindpad. Jammer. We passeren de huizen van Ages. Ad met een iets lichtere rugzak. Dan worden we het bos ingestuurd, langs een beekje, tot we boven de boomgrens komen. Hier en daar ligt nog wat sneeuw. We drinken koffie op een bankje bij een onbewoond hutje (Chalets de Vers le Col 2163 m). De laatste 300 meter klimmen we in 3 kwartier naar 2477 meter. Net over de top is het pad versperd door sneeuw. Na een korte pauze om bij te komen van de klim en te genieten van het uitzicht, omzeilen we de sneeuw en dalen af naar Brunissard waar een prachtige natuurcamping is. 

We passeren een paar winkelloze dorpjes en gaan dan op zoek naar een kampeerplek. Op het pad naar les Maisom (1693 m) waar we op een berghelling lopen vinden we niets. We klimmen nar lac de Roue (1854 m) waar volgens de kaart in het routeboekje een meertje moet zijn. Om half vijf zijn we bij het water. Er zijn een tiental picknickbankjes en wat vlak grasland tussen de bomen. Het met helder water gevulde meertje heeft op dit moment geen waterinvoer. Geen stromend water dus. Na een extra broodmaaltijd omdat we toch behoorlijk leeg zijn, gaan we wassen in het meertje. De lucht betrekt. Tijdens het eten koken, macaroni met tonijn en wat tomatensoeppoeder als saus, begint het te regenen. De donkere wolken doen serieus aan. Maar al snel waaien ze over en is het weer droog. Drinkwater maken we met de waterfilter. Er is ook een aangelegde vuurplaats. Het hout is te nat om te kunnen stoken. ’s Avonds klaart het verder op en zitten we op een picknickbank.

Dag 88
12 juni 2004
Lac de Roue (1854m) Ceillac (1639 m)

We dalen 500 meter door een bos af naar Château Queryras (1350 m). Een mooi oud dorpje. Hier belt Ad naar huis om het thuisfront op de hoogte te houden. Hij vergeet te vertellen over het ongelukje van een paar dagen terug. Dan maar weer klimmen, dit maal 950 meter. Zoals bijna elke dag. Het leidt door een landschap waarin riviertjes en beekjes ontspringen, veel gras en bomen. De bergen zijn nu in dit gebied zonder sneeuw. Prachtige uitzichten. Bijna geen mens te bekennen. Marmotten spelen in de weilanden of kijken naar ons. We komen een paar wandelaars en mountainbikers tegen net voor de top van Col Formage (2306 m). We hebben te weinig water om soep en thee te maken voor de lunch. Na een korte pauze op de top lopen we door en hopen op een beekje. Het lijkt er op dat dit niet zal gebeuren. Het ziet er, aan deze kant van de berg echt droog uit. Een 30 minuten later passeren we toch een beekje, waar we dan maar meteen lunchen. 

We dalen af naar Ceillac (1639 m), een klein dorpje. De winkels zijn dicht en zullen pas rond 16.30 uur open gaan. We lopen 2½ kilometer door naar de camping. Ook daar is geen winkel. We wassen onze kleding in een machine en gaan tegen het eind van de middag terug naar Ceillac om inkopen te doen voor het dagelijkse levensonderhoud. Op de weg krijgen we al snel een lift. De bakker in Ceillac heeft geen brood meer, dus dat kopen we ook maar in de supermarkt. Ongesneden brood, wat je bij een bakker kunt kopen blijft langer vers. Een lift op de terugweg lukt niet. Er komen wel geteld drie auto’s langs. Hebben ze daar een tweebaans asfaltweg voor aangelegd? Deze keer is er geen terras waar we stoelen kunnen lenen. Een bank bij het campinggebouwtje voldoet ook. Na het eten drinken we een flesje Franse wijn leeg en gaan rond half elf weer slapen.

Dag 89
13 juni 2004
Ceillac (1639 m) – Le Châtelet Rnes (1619 m)

We verlaten de camping. Als we de rivier oversteken begint onze, inmiddels, dagelijkse klim. Het is veel kouder dan de afgelopen dagen. Om 7 uur is het 3°C. Lange mouwen en pijpen aan de safaribroek. De zon schijnt nog wel, maar al snel zien we wolken boven de bergen. Bij lac des Prés-Soubeyrand (2217 m) drinken we bij een heel mooi meertje koffie. De bergen verbergen elkaar. In de verte zijn de toppen wit. We zien niets wat geciviliseerd is. Alles alleen maar natuur. Even verder lopen we dan weer door een skigebied. Nu grijze grind waar in de winter de skipistes liggen. Het begint soms wat te motregen. We zien dat de route over een besneeuwde berghelling ligt. De marmotten brengen zich weer in veiligheid, althans dat denken ze. Lopend vallen ze veel meer op dan dat ze stil zouden blijven zitten. Bij chapelle Saint-Anne (2415 m), een mooi gerestaureerd kerkje bij een azuur blauw meer in de middle of nowhere nemen we een pauze en een halve Snicker als extra energie om de laatste 300 meter naar de top te overbruggen. 

De donkere wolken zoeken elkaar steeds meer op. Als we halverwege de berg zijn begint het te hagelen. We trekken onze jassen aan. De top ligt al in de mist. Soms waait het. Het zicht wordt minder. De sneeuw, die er nog van afgelopen winter ligt, bedekt regelmatig het te volgen pad. Wandelen op de sneeuw valt hier best mee. Voetstappen van voorgangers zijn bevroren en daar door gemakkelijk te volgen. Soms begint het wat harder te waaien en te hagelen. Temperatuur is rond het vriespunt. Vincent loopt wat vooruit en zoekt het pad. Jeannette maakt een foto van Ad en ze raken zo wat achter. Jeannette en Ad kunnen het pad even niet meer vinden en lopen een stukje steile helling zonder sneeuw op. Deze is echter zo steil dat Jeannette niet meer voor- of achteruit kan en dreigt naar beneden te glijden. Ad kan nog net de wandelstok onder een voet van Jeannette steken en zo verder glijden voorkomen. Rugzak afdoen lukt niet. Jeannette zit even in een linke situatie. Als ze uit zou glijden zou ze een heel stuk van de ijsharde berg af kunnen schuiven. Voetje voor voetje komt ze toch op een minder steil stuk. De hagel waait flink op ons neer. Het voelt koud aan. Zeker net voor de top van Col de Garardin (2700 m). We hebben moeite om ons staande te houden op de pas en gaan meteen verder. Aan de andere kant van de pas ligt minder sneeuw. Het hagelen wordt langzaam weer minder. We zien dat een steenbok recht tegen een berg op loopt. Ongelofelijk dat zo’n dier zo tegen een berg op kan. In de verte kijken we uit over een kloof van wel 10 km lang. Daar moeten we vanavond een slaapplek zien te vinden. Een refuge is er niet. Soms stopt het met hagelen. Halverwege de afdaling lunchen we. Even bijkomen van de gebeurtenissen op de berg. De hagel gaat over in lichte sneeuw. Als we in de kloof van een paar honderd meter breed zijn klaart het verder op. In de kloof ligt een rivier, een asfaltweg en nog wat bos en plekjes genoeg om te kamperen. Net voor een hoge brug ( ja, van wel een honderd meter) over de rivier gaan we van de weg en kamperen bij een grote kei van ongeveer 8 meter hoog. Volgens een snelle berekening van Ad zou deze steen een kleine 23.500 kg moeten wegen. Bij een kleiner riviertje kunnen we water halen en ons wassen. ’s Avonds krijgt de benzinebrander een schoonmaakbeurt omdat hij dienst weigert.

Dag 90
14 juni 2004
Le châtelet Rnés – Saint-Ours

We gaan de meer dan 100 meter hoge en 30 meter lange Pont Voûte (brug) over. De rivier raast diep in de Canyon onder de brug door. Groots om te zien. We klimmen steil door het bos naar Fouillouse (1907 m). Het begint te regenen. Wolken overheersen de lucht. Bij het begin van het dorpje is een gîte. We wegen af of we vandaag wel moeten gaan lopen en niet in de gîte zouden moeten verblijven. We gaan toch een poging wagen en lopen door de regen verder. Op 1950 meter gaat de regen over in sneeuw. Onze regenponcho en gamaschen doen hun werk goed. We zien verse voetstappen in de sneeuw. Een herdershutje blijkt open te zijn. We schuilen er tijdens de pauze en maken koffie. Een kilometer verder, op 2250 meter, komen we drie Fransen tegemoet. Ze komen terug van de route, omdat ze de berg (Col de Mallemort 2558 m) niet over kunnen. Er ligt te veel sneeuw (20 cm). Geen pad en markering meer te zien. Ze overtuigen ons dat het geen nut heeft om verder te lopen. Dus maar terug. De wandelaars hebben lichte bepakking, waarschijnlijk geen tent en kookspullen en lopen dus veel sneller dan wij. Om half 12 zijn we weer bij de gîte, waar we vanmorgen om half 9 ook al waren. Daar hebben de Fransen al een kaart van de gîte-eigenaar ingekeken. Ze willen via een PR (Petite Route) en een minder hoge berg (Marindol 2433 m) naar Larche. We bestellen eerst een flinke Franse omelet bij de beheerder en wagen dan een zelfde poging. Alternatief is dat we de gehele dag in de gîte zitten. 

Morgen zal de sneeuw ook niet gesmolten zijn. Het blijft maar regenen. Vol energie gaan we weer omhoog en volgen de geel-rode markering van de PR (ook in het GR-boekje ingetekend). Hier heeft het minder gesneeuwd. Alleen het laatste stuk ligt het pad onder de sneeuw. De markering is nog wel in orde. De omringende bergen liggen in de mist. Er is niet veel uitzicht. We zijn blij de top te zien. We hoeven nu niet terug naar de gîte en morgen om de berg heen liften naar Larche. Het doemscenario. We dalen af naar Saint-Ours waar we een Gîte-auberge nemen. Hier mogen we niet zelf koken. We hebben voor deze gevallen eigenlijk altijd een noodmaaltijd bij ons. Dan laten we ons maar verwennen. Doorlopen zou nog 2 uur kosten en daarvoor hebben we vandaag te veel gedaan. Ze stoken hier een houtkachel zodat we het lekker warm krijgen. De tent mogen we drogen in de schuur. ’s Avonds zijn al onze spullen weer droog behalve de schoenen. Buiten blijft het zacht regenen.

Dag 91

15 juni 2004
Saint-Ours – Larche – Jausiers

’s Morgens krijgen we een Frans ontbijt met jam en voldoende brood. De boter die over is gaat mee in de rugzak van Ad. De schoenen zijn nog niet helemaal droog. Als we de gîte verlaten stopt het met regenen. We hebben uitzicht naar het dal. Lopend over de PR komen we na 1½ uur weer terug op de GR5 en lopen naar Larche aan de grens met Italtië. Voor vandaag hebben we eigenlijk verder een rustdag op de camping ingepland, maar we gaan ons eerst maar eens oriënteren op het vervolg. Bij de gîte vragen we om informatie. De waardin zegt dat het pad op Pas de la Cavale (2671 m) bedekt is met 50 cm sneeuw. Geen doorkomen aan. Via Italië is ook geen mogelijkheid doorgang te krijgen over de bergketen. De drie Fransen (van gisteren) zijn ook in de gîte geweest. Zij gingen liften naar het dorpje Jausiers om zich op weg te laten brengen op de D64 en zo een omleidingroute over het asfalt te creëren. Het enig andere alternatief is stoppen met wandelen en terugreizen naar Genevé dus allicht de moeite van het proberen waard. 

We gaan in Larche op zoek naar de in het boekje aangegeven winkel. Die is er dus niet evenals een tankstation om brandstof bij te vullen. Dan maar liften naar Jausiers. Dit lukt niet echt. Er komen weinig auto’s de grens met Italië over. En de tien in het uur die er wel over komen stoppen niet. Drie personen met rugzak is ook wel veel. We eten onze laatste koeken en brood met beleg op. Als we na 2½ uur nog geen lift hebben regelt de waardin die langs komt fietsen een lift. Haar vader brengt ons. Heel blij komen we in Jausiers aan. Maar ook hier geen supermarkt. De gîte hebben we snel gevonden, hier laten we onze rugzakken achter. We lopen 1 km verder naar het tankstation. Jeannette en Vincent liften vervolgens naar Barcelonnette, 8 km verderop. Hier zijn wel winkels. De liftgever moet over een uur weer terug en vraagt ons of wij dan ook weer mee terug willen. Dat is natuurlijk helemaal mooi. Bij terugkomst informeren we naar de een rit met een auto de D64 op om zo dichter bij de top te komen. Het is anders namelijk 35 km over een verharde weg en meer te vergelijken met de route die we eigenlijk hadden moeten volgen. Via de beheerder van de gîte regelen we zo iemand. Zoiets wordt dus waarschijnlijk vaker gedaan. We mogen op het terras ons potje eten koken.

Dag 92
16 juni 2004
Jausiers (1200 m) – Bousiéyas (1883 m)

We ontbijten met een croissant buiten op het terras. De kennis van de beheerder, die ons een zwarte taxirit geeft, heeft een oude Peugeot 309. Eén deur kan al niet meer open. Maar goed. Binnen een half uur brengt hij ons 1300 meter hoger en 25 km verder. Hier zouden we anders een hele dag op lopen. De weg is sneeuwvrij gemaakt. De laatst 200 meter klimmen we naar 2705 meter naar Col de Bonnet. Via de asfaltweg is het lang en saai lopen. Soms komt er een camper of motor voorbij. Over de pas beginnen we aan een afdaling van in totaal 1000 meter. Bij een ruïne dorpje komen we weer op de GR 5 en verlaten de verharde weg. Er komen steeds meer toerende motoren en fietsers over de berg. Het is echt een attractie, deze weg door de bergen. De bergen zijn hier en daar bevlekt met sneeuw. Een diep dal onder ons. Met onderin uiteraard de rivier. 

We dalen af over Alpenweides en komen uit bij Bousiéyas (1883 m). Hier is een prachtige en goed onderhouden onbemande refuge. Hier is ons eindpunt van de dag. Er is een gasstel om te koken en een houtkachel om het zaaltje te kunnen verwarmen. Er zijn 16 slaapplaatsen. We zitten buiten op een bankje voor het gebouw. Er passeert nog regelmatig een auto of motor. Drie wandelaars stoppen ook hier maar worden opgehaald door een auto met chauffeur. Het plaatselijke hotel is gesloten. Het gehucht lijkt langzaamaan leeg te stromen. Huizen zijn vervallen. Een enkel huis is nog onderhouden en bewoond. Er is nog wel een kerkje. De huisjes zijn opgebouwd uit keien die in de cement gezet zijn. ‘s Avonds arriveren nog twee wandelaars. Ze vertellen de Pas de la Cavale (2671 m) over te zijn gegaan. Tot aan hun borst door de sneeuw. Ze hadden een gedetailleerde kaart 1:25000 en goed zicht. We stoken de houtkachel in de keuken. Er is in het hele dorp ’s avonds maar 1 man aanwezig, die ’s middags bezoek heeft gehad. Verder is er geen licht en niemand te zien in de zeven huizen.

Dag 93
17 juni 2004
Bouséya (1883m) – Saint Etienne de Tinée (1144 m)

Het is stralend weer als we vertrekken. Beter dan de laatste dagen met al dat winters weer. De twee Fransen die ook in de refuge geslapen hebben, lopen tot de koffie niet ver bij ons vandaan. Rustig klimmen we naar col de la Colombière (2237 m). Geen echte sneeuw meer, alleen wat oude ijsplaten die nog gaan smelten. We dalen af. Eerst zonder en later weer met (dus onder de boomgrens) bomen. We maken dan dankbaar gebruik van de schaduw, want de zon schijnt weer sterk. In Saint Dalmas te Selvage (1500 m) drinken we koffie. Het dorpje heeft een oud dorpsgezicht. We komen er ook een werkvrouwtje tegen met gereedschap in de hand, oude kapotte kleding lief lachend tegen ons. Ze wel geen tanden in haar mond. Als we de brug oversteken staat er nog 1 klim met rugzak op ons programma naar 1739 meter. 

Onderweg stopt een Fransman met auto en vraagt ons of we een lift willen. Later staat hij stil en vraagt ons waar we wonen, waar we vandaan komen vandaag en wanneer we stoppen. We hebben op dat moment uitzicht op col de Colombière, dus we deze wijzen hem deze aan. Op de top van Col d’Anelle (1739 m) staan een paar huisjes. Dan dalen we af naar Saint-Etienne de Tinée (1144 m). De camping ligt vlak bij de route. De camping ziet er leuk en goed verzorgd uit, met picknickbankjes. Om vier uur komt de beheerder pas, zo lezen we op een bord. We zetten onze tent alvast op en nemen een douche. Na ons bij de receptie te hebben ingeschreven verkennen we het dorp. We informeren naar de dienstregeling van de bus naar Nice. ’s Avonds koken we op een picknickbankje en gebruiken een Frans stokbroodje met brie om onze reserves bij te vullen.

Dag 94
18 juni
Saint Etienne de Tineé (1144 m) – Auron (1600 m)

Uitgeslapen tot de zon op de tent schijnt en het binnen een paar tellen zo warm is dat je er wel uit moet. Ad is al naar het dorp en komt even later melden dat hij opnieuw opa is geworden. Dit maal van Geeke. Dochter van Gino (broer Jeannette) en Berdine. We bellen voor vertrek nog met de kersverse moeder en gaan zonder rugzak onze laatste klim van deze sessie tegemoet. Lekker licht dus. De tent laten we op de camping staan omdat we hier ‘s middags weer terug zullen komen. Over een schaduwrijk pad lopen we naar boven. Veel sneller en gemakkelijker dan met 18 kg op onze rug. We stijgen vandaag nog naar Auron (1600 m), een wintersportplaatsje wat nu leeg is. Een enkel restaurant en winkeltje zijn nog open. We kopen wat brood en fruit en gebruiken die op een bankje. Er is bijna geen verkeer. Na de middag lopen we terug naar de camping. ’s Avonds nemen we een restaurantje om echt Frans te eten.

Met de bus vertrekken we een dag later naar Nice om van daar uit met het vliegtuig terug te vliegen naar Genevé. Daar staat onze auto nog. We rijden terug naar Nederland.

GR 5 Nice
Gedeelte in de Franse Maritieme Alpen. Auron – Nice een wandeling van 6 dagen
De laatste aanzet om de GR 5 te voltooien. We verbazen ons er over dat de laatste dagen voor Nice nog zo op hoogte liggen. Een mooi gebied, veel natuur met oude dorpjes die op een steile berghelling liggen. Water is er voldoende. Alleen het einde van de GR 5 is een afknapper. Een laatste uur door de asfaltstraten van Nice eindigend op een saai pleintje midden in Nice, waar we het bord wat het einde van de route aangeeft moeten zoeken.

Na 100 dagen en, volgens de wandelboom in Bergen op Zoom, 2300 km, komen we dan aan in Nice. Al met al wel een geweldige ervaring. We vertellen er nog vaak verhalen over.

Ons startpunt is Auron en het eindpunt is Nice

Het Landschap
We blijven in de bergen. Het natuurgebied Le Mercantour doorkruisen we, waar we legaal een nacht ons tentje op kunnen zetten. Vaak gaan we door het bos. Er zijn ook gedeeltes waar we boven de boomgrens lopen met uitzichten over de bergen en de lager gelegen dorpen. Op de voorlaatste dag is er al zicht op Nice en de Middellandse zee.

Zwaarte van de route
De bergen zijn in dit gebied nog rond de 1500 meter. Met uitschieters naar 2000 en 2500 meter. Het blijf dus nog behoorlijk klimmen. Soms bestaat het pad uit losse stenen waarover het moeilijk lopen is. Alleen de laatste dag lopen we onder de 1000 meter grens naar Nice.

Overnachting
Met een tentje kom je hier een heel eind. Er zijn meer plaatsen om te kamperen dan in het boekje staat aangegeven. Ook de plaatselijk bevolking is vriendelijk en helpt je wel aan een slaapplekje. Er zijn niet overal accommodaties.

Openbaar vervoer
Er zijn hier regelmatig dorpjes met een busverbinding. De bus stopt er dan 1 of 2 keer per dag.

Dag 95
30 juli 2006 12.45 – 16.30 uur
Auron 1600 m – wild kampeerplek 1 uur na Roya 1735 m

Nu gaan we echt naar Nice en de GR 5 voltooien. We hebben eerst alle tussenliggende trajecten van Hoek van Holland naar Auron bewandeld. Als we in de ochtend vanuit de auto het terrein herkennen passeren we Jausiers, op weg naar Auron. In Jausiers hebben we, bij de vorige trekking, overnacht in een gîte. De laatste berg (col de la Bonette, 2650 m) hebben we toen nog te voet beklommen, omdat de Col de Larche besneeuwd was en we die berg toen niet over konden. Op internet hebben we de reistijden van de bus 740 van maatschappij TAM opgezocht. In Auron zijn, vlakbij een hotel, prima parkeerplaatsen in de zomer. We laten namelijk nogal wat spullen voor de verdere vakantie in de auto achter. Net na de middag zoeken we de GR route in het dorp op, achter de informatiekiosk. We mogen meteen 400 m klimmen door een ski- (Isola) en golfgebied. We zien een vrouw een slag maken op het golfterrein. Ze haalt ferm aan, maar de bal stuitert slechts 25 meter verder in wat hoog gras onder een boom. Ze zal nog veel moeten oefenen. We lopen de col du Blainon op (2011 m). Wel weer even wennen, dat klimmen te voet. We hebben de laatste jaren meer gefietst dan gewandeld en daardoor misschien wat meer fietsbenen gekregen. 

500 m lager loopt bij Roya de gelijknamige rivier. Er is in deze streek voldoende drinkwater, veel bronnen en riviertjes en anders wel in de dorpjes. We lopen nationaal park Mercantour in. Er zijn veel (zondags)mensen op de route. We volgen een zijtak van de rivier. We weten dat er geen accommodatie zal zijn. Op de kaart is te zien dat er voldoende water zal zijn, we zullen zien waar we terechtkomen. De rivier loopt in een diepe vallei, wij lopen door het bos halfweg op de helling. In tegenstelling tot veel andere nationale parken mag je hier tussen 19 en 9 uur wel een bivak opslaan (je mag er niet dagen achter elkaar op 1 plek kamperen). Een uurtje wandelen de berg op vinden we, naast de rivier Sallevielle, net over een houten brug, een mooi vlak stukje gras. Onze groene tent valt niet echt op. We kunnen ons wassen in het riviertje. Het waait wel, als de wind weg valt komen de vliegen, die er voldoende zijn. De geluiden die we horen zijn afkomstig van de rivier, marmotten, krekels, sprinkhanen en andere insecten. De berghellingen zijn vooral rots, op lager gelegen delen groeit wat gras, nog lager wat bomen. Af en toe passeren er nog wandelaars. ’s Avonds zien we de marmotten op de berghelling zitten. Ze vallen op door hun geluid; een diepe en luide fluittoon.

Dag 96
31 juli 2006
Roya – Rougios 7.50 – 17.15 uur

We pakken de spullen weer in de rugzak. Het pad volgt eerst de rivier. Bij een herdershut zien we de herder ontwaken. Een stuk verder de berg op loopt zijn kudde. Het zijn misschien wel 1000 schapen. Witte honden houden ze in het oog. Inmiddels hebben een paar wandelaars, met alleen een dagrugzak, ons ingehaald. Ze gaan naar de top van de Mount Mounier op 2817 m. Tussen de schapen en beekjes door klimmen we eerst naar de pas op 2480 m en dan nog 100 m verder naar een bergkam. De markeringen op dit deel zijn goed. Ze zien er fonkelnieuw uit. Op een kaal rotsachtig landschap zetten we de afdaling in naar col de Moulines. Het is al wat later in de middag als we aankomen bij Gîte “De Longon” (1883 m). Na een verfrissing op het terras en een blik bier voor vanavond dalen we af naar Rougios op 1467 m. Hier staan op een vlak gedeelte een aantal huizen. De huizen zijn dicht gespijkerd. Er is in de verste verte niemand te bekennen. Een prima kampeerplek met water in de buurt om te drinken en te koken en ons te wassen Tegen een houten huis staat een bank die is gemaakt van steigerplanken, prima voor ons. We zitten midden tussen de bergen. Er zitten veel insecten maar die houden zich bezig met waar ze voor bedoeld zijn, de bloemetjes. We zijn moe en duiken even na negenen al de tent in op ons slaapmatje.

Dag 97
1 augustus 2006
Rougios (1467 m) – St. Sauveur de Tinee (496 m)

Afdalen dus. Eerst volgen we de GR5 over een vlak pad langs de rand van een afgrond. We horen de bellen van de schapen. De herder zien we aan de andere kant van de vallei op een rots staan. Geen mager mannetje met een stok, maar een grote brede man die zijn honden aanstuurt. Met een simpele kreet beginnen de honden te rennen en drijven de schapen waar hij wil. Later kruisen we de asfaltweg die naar het dal loopt. Het blijft langzaam naar beneden gaan. Op dit stuk route (1096 m) is een prima kampeerplek bij de plaatselijke sportplaats, stromend water, picknicktafel en een vlak grasveldje voor de tent (staat niet in het route boekje). Het dorp ligt wel op een steil stuk helling. Later wordt ook de afdaling steiler maar het blijft leuk door het bos. In St. Sauveur, dat aan de rivier de Tinee ligt besluiten we te stoppen voor vandaag. We zoeken de camping op, vlak bij de route. ’s Middags bezoeken we het dorpje en lunchen er ook. We staan, omdat we voor de middag al zijn aangekomen, bijna de hele dag alleen op het veldje op de camping. ’s Avonds stroomt het veldje vol en staan er wel 15 tentjes, een 6-tal wandelaars en een paar fietsers. De rest is met de auto of de motor. Toch is er geen herrie op de camping. We hebben allebei sinds vandaag behoorlijk spierpijn, vooral in de bovenbenen. Onze spieren moeten weer wennen aan het klimmen en dalen. We gebruiken dan waarschijnlijk andere spieren dan in het dagelijkse leven.

Dag 98
2 augustus 2006
St. Sauveur sur Tinee – St. Dalmas

Als we ’s morgens opstaan zijn de fietsers al bijna weg. De wandelaars zijn aan het inpakken. Omdat het gras en de tent droog zijn, net zoals de laatste paar dagen, zijn we in 40 minuten weg, inclusief ontbijt. Omdat we weten dat het hier mooi weer blijft en het bij een eventuele bui weer snel zal drogen hebben we een lichtere rugzak (16 en 18 kg). We hebben geen regenponcho, een lichte jas, een dunne fleece en minder thermo ondergoed bij ons. Water is hier overal genoeg onderweg, dus dat nemen we ook niet zoveel mee. Het water uit de beekjes is volgens ons drinkbaar, we zijn (nog) niet ziek geworden. We hebben wel een waterfilter bij ons, maar nog niet gebruikt. We mogen eerst 500 m klimmen. Wandelaars die ook op de camping stonden zien we regelmatig lopen, ze gaan ook naar Nice. 

We klimmen door het bos. Later komen we door een paar leuke dorpjes en blijven dan wat tussen de huizen tot in St. Dalmas. Net voor het dorp is een kleine (boerderij) camping. Er staat op een bord dat er geen plaats meer is. Maar voor een klein tentje hebben ze toch nog wel een plaatsje. Bij de boerderij verkopen ze ook groente, fruit en honing. Leuke camping met een gemeenschappelijke koelkast en keuken en een overdekt zitje. Als we ’s middags naar het dorp lopen blijkt er ook nog een gemeentecamping te zijn. Er is geen tankstation en onze brandstof is bijna op. Jeannette lift naar het dorp 4 km verderop. De lift is binnen 3 minuten geregeld. Bij het tankstation in la Bolline weigert de man ons benzine te verkopen. De hoeveelheid is te weinig, of hij denkt dat de hendel niet in de fles past, we weten het niet en krijgen het ook niet duidelijk. Zelfs lief praten en zeuren helpt niet. Terug op de camping is een buurman, die ook op benzine kookt, zo vriendelijk om ons wat van zijn voorraad wasbenzine te geven.

Dag 99
3 augustus 2006
St. Dalmas – Carrefour de la D2565
We staan een half uurtje eerder op dan normaal omdat het een lange dag wordt vandaag. Er staat in het route boekje dat er in de komende 8-9 uur zelfs geen kampeerplekjes zijn. We klimmen van 1300 m naar Col du Varaire (1710 m) door een bos. Bij dit punt in het route boekje is wel een plekje om je tent neer te zetten met wat gras. Ook op 1906 m (Col de Caire Gros) net over de bergkam is ook wat vlak gras. Er is in dit gebied echter geen water. Langzaam klimmen we naar Col des Trous (1982 m). We hebben prachtig uitzicht over de bergen. De Middellandse zee zien we in de verte al liggen. We zien een beginnende bosbrand een aantal km verder op. Een blusvliegtuig gaat al poolshoogte nemen. We dalen af naar 1350 meter om vervolgens steil te stijgen naar Breche de Brec (1520 m) met op het laatste stuk veel keien. Ook de afdaling ligt vol losse keien. Het is dus opletten waar we onze voeten plaatsen. Het duurt dan lang voordat we af gaan dalen. Uitgeteld komen we in Utelle. Hier tanken we water en houden rust in het dorp. We koken eten en nemen nog een toetje wat we kopen in het kleine supermarktje dat om half zes open gaat. Na 2 uur pauze lopen we vervolgens weer verder. Om zes uur gaan we weer lopen, afdalen over stenen. Eerst een geleidelijke afdaling, later heel steil. Onder bij de rivier vragen we bij een oude boerderij of we op zijn terrein mogen kamperen. Dat is meteen goed. We mogen in de groentetuin onze tent opslaan. Er liggen nog wat oude geitenkeutels. Er staan waterbakken die we mogen gebruiken. We krijgen appels van zijn vrouw. Het zijn erg vriendelijke wat oudere mensen. De avond valt wanneer de tent staat en we ons gewassen hebben.

Dag 100
4 augustus 2006
Carrefour de la D2565 – Nice

We steken de rivier (195 m) onder bij de kruising over en stijgen naar Levens, 580 m. We zien een tentje staan op 400 m hoogte, het meisje hoort ons aankomen en denkt even dat het een groot beest is. Ze houdt zich stevig vast aan haar vriend. Als ze ons ziet moet ze lachen en wenst ons, zoals iedereen hier doet, een goede dag. We bonjouren wat af op een dag. We lopen kriskras door het dorp, een beetje on GR-achtig. We zien vliegtuigen af en aan vliegen om de bosbrand van gisteren te blussen. In het bos naar St. Claire raken we voor het eerst de route kwijt. Achteraf natuurlijk eigen schuld. De markering is eigenlijk zo goed dat we geen boekje nodig hebben. We hebben echter een markering niet gezien. Naar Aspremont mogen we nog een bergje op naar 710 m. Daarna klimmen we nog een keer naar 650 m. Dan volgt de afdaling naar Nice. We zien regelmatig de zee met ook een uitzicht over Nice. Het laatste stuk gaat door de straten van Nice naar het plein Alex Medicin waar we nog goed moeten zoeken naar het bord dat het einde van de GR aangeeft. Daar zijn we dan.

We gaan met de bus naar het treinstation. Hier wassen we onszelf en kleden ons om in het toilet. Later blijkt 50 m verderop een openbare douche te zijn. Met bus 740 reizen we terug naar Auron en is de GR 5 voor ons ten einde

Geef een reactie