Vogezen Jura

Dag 29
Maandag 4 juni 2001
Mondorf-Les-Bains – Natuurpark Haard 22 km

Om 8.10 uur stappen we van de camping af. Onze GR-vrienden (zonder boekje) zijn om 7.30 uur opgestaan en nog bezig met het ontbijt. We lopen door de kleine dorpjes. De wijngaarden hebben we achter ons gelaten. We zien nu korenvelden en koeien. Het traject is redelijk vlak. We doen wat inkopen bij een benzinestation in Mondorf-Les-Bains (een kuuroord). We hebben over het terrein van het kuuroord gelopen, zag er mooi uit. We lopen een stuk langsBuiten picknicken een rivier, een deel over Frans grondgebied. Veel verharde wegen, soms door het bos of langs een bosrand. Rond lunchtijd zien we een hut die open is. Er staan stoelen en banken. We zetten deze buiten en kunnen in het zonnetje eten. De hele ochtend heeft de zon geschenen en was het 14 graden. Vanmiddag is er wat meer bewolking maar geen regen. Na de lunch komen we nog door een dorpje waar we weer wat inkopen doen bij een benzinestation voordat we weer bij een schuilhutje willen overnachten. Bij de benzinestations is het iedere keer erg druk, niet gek natuurlijk met de lage brandstofprijzen in Luxemburg. We kopen Spaghetteria, bier en cola. In het volgende dorpje vragen we nog water bij een oude man. Hij geeft ons ook nog een fles Spa bronwater mee. We lopen een heuvel op (100 m) en komen bij een grote uitkijktoren. Er staat een ruïne van een kasteel en een kerkje. Ook zijn er een aantal picknicktafels. We willen hier overnachten. Het is er druk met dagjesmensen op 2e pinksterdag. We kunnen ons dus nog niet wassen en ook geen tent opzetten. De mensen blijven maar komen. Jeannette gaat kijken naar het volgend schuilhutje, dat was waar we eigenlijk ook heen wilden. Na een half uurtje is ze terug. Het is er rustiger en er staat een dicht hutje bij zo vertelt ze. We pakken de rugzakken weer in. Na een kwartiertje lopen zijn we er. We wassen ons in het hutje. Tegen 18.00 uur zetten we de tent op en koken we eten. Het blijft rustig weer. We fabriceren buiten een zitplaatsje met wat boomstammen uit het bos. De was hangt buiten te drogen. Soms komt er een wandelaar of jogger voorbij. Ze kijken dan hoe wij er bij zitten, en wij hoe zij lopen. We zitten nu midden in een natuurgebied waar vroeger in dagmijnbouw ijzererts gewonnen werd. Rond 19.30 uur zien we twee wandelaars naderen. Het zijn Kees en Wanda die we gisteren ook al op de camping hebben ontmoet. Ze besluiten dat ze voor vandaag genoeg hebben gelopen. Ze hebben 3 uur oponthoud gehad door een verloren bankpasje, wat ze gelukkig wel weer hebben teruggevonden. Ze maken macaroni bij “ons” hutje met een benzinebrander van 25 jaar oud. Voor nog een portie gebruiken ze onze brander, dat werkt wel wat gemakkelijker. Later drinken en praten we nog wat. Wij hebben bier, cola en Berenburg, Wanda en Kees drinken wijn. We gaan om half 11 slapen.

Dag 30
Dinsdag 5 juni 2001
Natuurpark Haard – Fontoy 24 km

Om 8.00 uur zeggen we Wanda en Kees gedag, ze zitten te eten en wij zijn klaar voor vertrek. Na een paar kilometer lopen gaan we een stukje van de route af om in Tetange inkopen te doen. We vinden een grote supermarkt maar helaas geen tankstation om onze brandstoffles te vullen. Ook een garagehouder kan ons niet verder helpen. Dan maar verder zonder, misschien komen we onderweg nog iets tegen. We pakken de route net buiten het dorp weer op en gaan richting de Franse grens. Het lijkt een zonnige en warme dag te worden. Zodra we de franse grens overschrijden, hebben we weer de vertrouwde rood/witte markering terug. We lopen door glooiend terrein met veel graan en soms een stuk bos. In het dorp Escherange lunchen we, zittend op wat houtblokken. Daarna volgt er een routewijziging, waarom is niet duidelijk. In plaats van door het bos lopen we nu naar het dorp Angevillers. We vragen ergens waar een tankstation is om onze brandstoffles bij te vullen. Door ons gebrekkig Frans snappen ze helemaal niet wat we willen. Uiteindelijk stapt Vincent bij moeder en zoon in de auto. Hij denkt begrepen te hebben, dat ze naar een tankstation te gaan. Maar nee, ze rijden naar iemand toe die Duits spreekt. Vincent legt nu in het Duits uit wat hij wil. Er blijkt in de buurt geen tankstation te zijn, maar de man heeft zelf nog wel wat benzine staan waarmee de fles wordt bijgevuld. Verder maar weer richting Fontoy, ons eindpunt voor vandaag. Na 1 ½ uur komen we bij een mooie Maria grot die prima als kampeerplek kan dienen. Het is 14.45 uur en dus eigenlijk nog iets te vroeg, jammer. In het bos zien we 3 keer een dode vos liggen, waarschijnlijk overreden door een Off The Road motor. Na nog eens een uur lopen arriveren we in Fontoy. We pinnen geld en even verder kopen we wat fruit. We vragen om water, dat verkopen ze niet, maar als we een fles hebben wil de vrouw die wel vullen. In totaal krijgen we 6 liter drinkwater en van betalen wil ze niets weten. We lopen een aantal trappen op naar weer een Mariakapel, inclusief grasveld en enkele banken. Het is inmiddels 17.15 uur, kortom, dit wordt onze plek om te overnachten. We wassen ons en kunnen zelfs nog even in de korte broek van de zon genieten. We hebben uitzicht over het hele dorp en de wegen daar omheen. We horen en zien de kinderen spelen onder ons. Soms komen er een paar wandelaars voorbij. Verder is het hier heerlijk rustig. Ons tentje zetten we pas laat op, om eventuele problemen met gezaghebbers te voorkomen. Aan een balustrade staan 3 grindbetonnen bankjes. Het koelt maar langzaam af. Om 22.00 uur lopen we nog een keer door het dorp het is dan al bijna donker. De kroegen zijn al dicht. We hadden nog wat water willen hebben, we hebben dorst. Het water wat we nog hebben willen we bewaren voor morgenvroeg. Als we terugkomen bij de tent zit er nog een paartje op een bankje. Om 22.30 uur gaan wij slapen. Het paartje vertrekt ook. Rond 22.00 uur wordt het donker.

Dag 31
Woensdag 6 juni 2001
Fontoy -Ternel 32km

Om 5.00 uur wordt Vincent wakker van de vogels, met oordopjes in kan hij nog een paar uur verder slapen. Het is wel droog, maar er is geen zon te bekennen. Er hangt bewolking, maar geen echt grijze massa, de wolken onderling zijn nog goed te onderscheiden. We doen alles weer in en op de rugzak en na de verzorging en het ontbijt vertrekken we. Het is lekker wandelweer. Het traject blijft vandaag relatief vlak. Voor tienen zijn we al in Neuf Chef (300 m). In een klein broodwinkeltje kopen we een fles drinkwater. In deze omgeving overheerst de ijzererts verwerking. Overal staan nog monumenten van oude mijnwagonnetjes op een rail. We lopen veel door het bos. We zien een hert en staan meteen stil. We wachten op een beweging van elkaar. Uiteindelijk schiet het hert snel verder het bos in. Een konijn sprint iets minder snel weg. Voor 12.00 uur zijn we in Rosselange (175 m. en 16,6 km gelopen). Het gaat bijzonder snel. We willen een supermarkt zoeken. Na een paar maal vragen nog nietsStaatbeeld in Rosselange gevonden. De antwoorden waren ook niet allemaal gelijkluidend. We lopen naar het centrum en vinden daar een winkeltje. We kopen tonijn, saus, fruit en cola. In een buitenwijk van het dorp lunchen we bij een watertje met een blauw hoofd. Als we alles geïnstalleerd hebben komt er een auto toeterend de straat inrijden en stopt een paar huizen verder. Het blijkt een bakker te zijn. We kopen verse croissantjes en eten deze gelijk op en lopen weer door. De zon schijnt af en toe wat. Onderweg regent het soms, maar we worden er onder de bomen in het bos niet nat van. Een paar kilometer verder ligt een recreatiegebied (Fond Saint Martin) met een klimmuur, sintelbaan, vijver, speelweide en kiosk. Omdat het nu iets harder regent gaan we even onder de overkapping bij de kiosk zitten. Eigenlijk willen we hier overnachten en onze kleding wassen. Omdat het regent zal de kleding niet snel drogen en eigenlijk vinden we het veel te druk. We lopen maar door. Langzaam stijgen we naar boven de 400 m. waar we bij een stalen uitkijktoren (Tour de Drince) uitkomen. Hier kun je de hele omgeving overzien. We volgen de markering weer. Bij een wateropslagplaats komen we een echtpaar uit Nederland tegen. Ze rusten bij een slagboom. We wisselen wat informatie uit. Ze zijn bezig om vanaf Maastricht naar Nice te lopen en zijn nu 3 weken onderweg. Het Pieterpad (van Pieterburen naar Maastricht) hebben ze al eerder gelopen. Hun leeftijd schatten we op midden 50. We lopen weer verder en komen uiteindelijk in Ternel. Hier vragen we aan een oud echtpaar wat buiten zit om water. We krijgen ook nog een half stokbrood mee en 7 liter water. Het winkeltje tegenover is helaas gesloten, anders hadden we een fles drinkwater kunnen kopen. We lopen het dorp uit en passeren een snelweg. Net tegen een bosrand op een weide zetten we de tent op onder een hoogspanningskabel. Het gras is pas gemaaid, dus lekker kort. Het blijft bewolkt. ’s Avonds koken we 1 liter water om als drinkwater te gebruiken. We kijken uit over het dorpje, maar het is niet zo dichtbij als gisteren.

Dag 32
Donderdag 7 juni 2001
Ternel – Gorze 32 km

Van het geraas van de (vracht-)auto’s op de snelweg hebben we niet veel last gehad, we slapen er gewoon doorheen. Ook de hoogspanningsmast is blijven staan. Het heeft vannacht even wat geregend, maar veel was het niet. Een uur nadat we zijn gewekt staan we gereed voor vertrek. We lopen verder over een landweg met uitzicht over een stadje. In de verte zien we 3 koeltorens van een kerncentrale in noord Frankrijk. 2 van de 3 torens geven constant waterdamp af. Vandaag lopen we weer bosje in, bosje uit, dorpje in, dorpje uit. In de verte zien we wat van de industrie van Metz, maar dichtbij komen we nooit. We drinken koffie in Lorry Lès Mets (280 m) in een overdekte wasplaats. Die zie je hier in bijna elk dorp, maar worden nu natuurlijk niet meer gebruikt. Een Fransman komt in keurig Engels informeren wat we aan het doen zijn, hoever we vandaag nog willen wandelen en of we uiteindelijk ooit in Nice aan willen komen. Nadien lopen we een bergje op naar Fort de Plappeville. Er zijn hier veel forten, zo beschrijft het boekje. Het fort naderen we op zo’n afstand dat we er eigenlijk niets van zien. Het pad wat we belopen is wel heel mooi. Helemaal overgroeid met struiken. In Plappeville hebben we uitzicht over Metz. Een gigantische stad zo te zien. De kathedraal is in de verte te herkennen (zie tekst buiten GR in boekje). Helaas is er door de bewolking geen goede foto van te maken. Even laten begint het te regenen. Eigenlijk net zo’n weer als gisteren, alleen worden we nu wel nat omdat we niet onder de bomen lopen. We lopen bijna de hele verdere dag met de poncho aan, of hangend op de rugzak of over ons heen. Verder is de temperatuur best goed, we kunnen gewoon in een shirt met korte mouwen lopen. Rond de middag lopen we in Scy Chazelles (250 m). Om inkopen te doen lopen we 2 km om, maar vinden dan ook een grote supermarkt. We kopen brood in een boulangerie. Bij het Hotel de Ville (gemeentehuis) eten we ons brood met thee. Het dreigt weer te gaan regenen, maar het zet niet door. Als we het dorp uitlopen zien we een tankstation. Omdat we de komende dagen ziet zoveel tegen zullen komen tanken we de brandstoffles bij. Jeannette belt even naar huis hoe er de zaken bij staan. Na een paar kleine dorpjes als Vaux (205 m) en Ars sur Moselle (173 m) gaan we naar Gorze. Hier is een gite d’etappe volgens het boekje. We klimmen door een bos naar 330 m. Bij een open plaats met een kruis pauzeren we even. Het is 15.45 uur en het is nog 4 km tot aan Gorze. Hier en daar zien we een omgevallen boom, verder gaat het wel goed. Net voor Gorze krijgen we nog een omleiding. Deze is wel wat langer maar voert over een mooi bospad. In Gorze (203 m) vragen we waar Chalets des Garunes zou zijn. Eerst worden we een stuk verder verwezen. Een paar honderd meter verder zien we een robuuste man met een poolhond. We vragen nog een keer de weg. Hij vertelt dat de beheerder, M. Petelet 3 Chalet des Garunesweken geleden is overleden. We lopen samen met de man naar de burgemeester. Die geeft de naam en telefoonnummer van de huidige beheerder. Eerst is de man niet thuis, later neemt hij wel op. Het is dan net 18.00 uur. Vincent rent nog snel naar een winkeltje voor wat inkopen. De beheerder, M. Roncin haalt ons op om naar het chalet te brengen met een klein oud Renaultje. Jeannette voorin, Vincent bij de rugzakken achter in de bak. Het chalet blijkt een paar kilometer buiten het dorp in het bos te liggen. Het kost 50 FF per persoon. Hij komt ons morgenvroeg weer halen. Hij vertelt nog dat we geluk hebben, de hele week is het chalet al gereserveerd, alleen vanavond was er niemand. We hebben stromend warm water bij de hand, we nemen een douche en wassen al onze kleding. Er staat een houtkachel binnen. Om de kleding snel te drogen maken we de kachel aan. Het is hier goed toeven na een zware dag. Later maken we nog een flesje wijn open en drinken deze buiten op een bankje voor het chalet. Om 22.30 uur begint het tot onze verassing te regenen. We ruimen de spullen op en pakken alvast zoveel mogelijk in voor morgenvroeg. Om 23.00 uur liggen we dan op een dubbel matras. We horen nog even buiten de regen, maar vallen al snel in slaap.

Dag 33
Vrijdag 8 juni 2001
Gorze – Vilcey-sur-Trey 32 km

We kunnen iets later opstaan omdat we de tent niet af hoeven te breken. De beheerder komt ons om 8.00 uur ophalen om ons weer op de route te zetten. De was is (kurk) droog, dus nu kunnen we er een paar dagen tegen (denken we). Als we opstaan regent het buiten al, een hele dunne miezerige regen. De lucht is één grijze massa. De beheerder krijgt zijn geld en zet ons bij de route af. Hij rijdt zelfs een stukje over de route om ons wat verder weg te brengen. Wij vinden dat niet erg met dit weer. We willen vandaag naar een schuilhutje lopen, en dat ligt 32 kilometer verderop. Er is verder geen mogelijkheid om te overnachten. Om 8.15 uur gaan we met de regenponcho aan op pad. Wel even wennen vanuit een droge en warme hut. Vooral tijdens het klimmen ga je snel zweten. Na een paar km zitten we fout. We kunnen op het routekaartje zien waar we zijn. Ook hier wordt de route weer wat korter. Weer niet erg met die regen. Het blijft constant regenen. In het 2e dorpje wat we passeren drinken we koffie in een bushalte zonder bankje en lopen weer verder. Net voor 12.00 uur wordt het even droog. We lopen nu juist door erg hoog gras, daar worden we nog veel natter van dan van de regen, ondanks de gamaschen. We zien steeds meer bomen die ons pad barricaderen en waar we omheen moeten lopen op er overheen klauteren, maar dat is weer heel lastig met de poncho aan. We lopen nu dwars door het bos en lopen een heel stuk om omdat er verder geen doorkomen meer aan is. Alles wordt door en door nat door de natte takken en bladeren waar we doorheen lopen. Wat heeft het hier huisgehouden tijdens die storm in ’99. Er liggen vooral veel grote en dikke bomen om. We zien een aantal vrachtwagens die hout op komen halen, hierdoor krijgen we soms een routewijziging. Sommige gedeeltes zijn slecht gemarkeerd, maar met het kaartje en soms een keer heen en weer lopen komen we er toch weer uit. Ondertussen blijft het maar regenen. Om 16.15 uur zetten we koffie en thee in Vilcey sur Trey (225 m). Daarna nog 5 km lopen. Eerst een klim naar 375 m en dan weer afdalen naar 100 m. Rond 18.00 uur komen we aan bij de schuilhut. Gelukkig een vrij grote hut aan drie zijden dicht. Het is er wel vies. We wassen eerst de viezigheid van onszelf af en met hetzelfde water doen we ook de tafel en de bank. Na het eten zetten we de tent op. Die kan ook in het hutje staan. Om 20.00 uur stopt het met regenen, maar in het bos blijft het nog lang nadruppelen. Laag aan de grond wordt het mistig en donker. 

Dag 34
Zaterdag 9 juni 2001
Vilcey-sur-Trey – Martincourt 18,8 km

Uitgeslapen tot 8.00 uur. Om 9.20 uur zijn we “pas” weg. In een dorpje 2 km verderop vragen we een man die net is opgestaan en vanuit zijn geopende slaapkamerraam nog wakker aan het worden is waar de supermarkt is. Hij vertelt dat het 3 of 4 km verderop is. We vragen hem aan te wijzen op het kaartje. Het blijkt 1½ km verderop te zijn. We zijn er eigenlijk zo. Het is een Aldi-achtige winkel, Netto staat er met grote letters op. We doen inkopen voor vanavond. We nemen een goed stuk vlees, we hoeven toch niet zo ver te lopen (hopen we). Bij een bakker kopen we een ongesneden bruin brood, dat blijft langer vers. Als we weer buiten komen regent het. Met de poncho aan zoeken we de route weer op. We klimmen het bos in en volgen daarna een vrij recht bospad van 5 km lang, wel saai eigenlijk. We klimmen naar 300 m en komen aan in Mancey. We lunchen voor het gemeentehuis op een trapje, het stelde niet veel voor. We zitten wel net droog onder een kleine overkapping. Na de middag volgen we de route door het bos, we hebben nog een kleine maar mooie omleiding. Om 14.30 uur zijn we in het dorp van onze eindbestemming, Martincourt. Hier zou een gîte zijn, na wat navraag op straat blijkt de gîte gesloten. Er wordt voor ons gebeld. Een paar huizen terug in een boerderij kunnen we terecht. De vrouw des huizes verwelkomt ons aan de deur. Ze vraagt of we een tent bij ons hebben, die kunnen we op het gazon opzetten. We hebben meer zin om binnen in de schuur te slapen. Het vrouwtje buurt maar en buurt maar, alles in het Frans. Soms kunnen we wat volgen, maar meestal niet. Uiteindelijk kunnen we toch binnen slapen. Ze regelt zelfs nog matrassen voor ons. Wat we uit haar verhaal hebben begrepen is dat de gîte is gesloten omdat hij niet meer voldeed aan de Europese richtlijnen. Wij vinden het een prima onderkomen. Om 16.30 uur komen de twee al door de vrouw aangekondigde wandelaars aan. Het zijn Nederlanders, Piet en Janny uit Heusden. Ze zijn via een deel van de GR 5 onderweg naar Assisië. Gewoonlijk slapen ze altijd in de caravan. Vandaag niet, ze konden niets regelen met openbaar vervoer. Gisteren zijn ze hier al met de auto geweest en hebben ze met de vrouw afgesproken dat ze hier konden overnachten. Vincent heeft honger en eet een pan macaroni met daar doorheen een pakje tomatensoep van Cup á Soup, dit smaakt en vult goed. Een recept wat we wel vaker kunnen gebruiken. Piet en Janny zijn veel tijd van het jaar onderweg met rugzak en caravan. We wisselen wat wandelervaringen uit en hebben zo leuke gespreksonderwerpen. Om 22.30 uur duiken we het bed in en slapen heerlijk in de schuur.

Dag 35
Zondag 10 juni 2001
Martincourt – Liverdun 18 km

Alweer uitslapen tot 8.00 uur. We ontbijten samen met Janny en Piet. Om 9.00 uur zijn we onderweg voor ons 18 km lange traject voor vandaag. Het is prachtig wandelweer, soms een zonnetje en 18 graden. Na een paar kilometer zien we al geen markering meer, we lopen op goed geluk een pad in, de goede richting bepalen we met het kompas. Na een tijdje midden door het bos te hebben gelopen komen we op een duidelijk pad en jawel hoor, markering. Om 10.15 uur komen we aan in Rogéville waar we koffie en thee drinken in de zon op de trap voor de kerk. Onze route gaat nu vooral door graanvelden, een heuvelachtig landschap. Zo komen we terecht in Rosières en Haye. We lopen nog enkele kilometers door en lunchen dan op één van de vele boomstammen in het bos. Ook hier zijn de gevolgen van de storm nog goed zichtbaar. Na nog een tijdje door het bos te hebben gelopen komen we via twee woonwijken aan in Liverdun-Hout, een mooi bewaard gebleven vestingstadje met een mooiZicht vanuit Liverdun uitzicht over de Moezel. We dalen af via een aantal smalle straatjes en een mooie trap om aan te komen bij het station van Liverdun. Van bovenaf hebben we de camping al zien liggen; een stukje achter het station. We treffen een man die de sleutel heeft van het sportpark. Hij loodst ons binnendoor over het sportpark en staan al snel op de camping. Na betaling van 40 FF zoeken we een plaatsje. Lekker douchen en de kleding uit laten waaien. We doen wat inkopen in het winkeltje van de camping. Naast ons komt een Duitse jongen staan met zijn tent Hij is op fietsvakantie, solo. Rond 16.30 uur arriveren ook Piet en Janny op de camping. Ze staan naast ons met hun caravan. We wisselen wat ervaringen uit van vandaag. ’s Avonds lopen we even richting dorp om te kijken of we iets kunnen eten. We kopen pizza’s en verorberen die op een bankje lang de weg. Als we daarna weer terug komen op de camping zijn Theo en Christine uit Hoofddorp bezig met het opzetten van de tent. Eigenlijk is het zo dat Theo met iedereen praat en Christine de tent opzet, maar dat is een detail. Theo en Christine zijn de Nederlanders die we een paar dagen geleden bij de wateropslagplaats, in het bos hebben getroffen en die via de GR 5 onderweg zijn naar Nice. Ze nodigen ons uit om ’s avonds een wijntje te komen drinken, dat slaan we natuurlijk niet af. Samen met de Duitse jongen die Thorsten blijkt te heten zitten we gezellig wijn te drinken uit onze opvouwbare bekers. We eten er stokbrood met Camembert bij. Om 23.30 uur gaan we slapen.

Dag 36
Maandag 11 juni 2001
Liverdun – Amance 23 km

Om 8.00 uur pakken we voor de laatste keer deze vakantie onze tent in. Theo heeft, zo blijkt, vanmorgen nog was op onze waslijn gehangen. Deze was gisteren niet goed uitgespoeld in de machine, dat heeft hij vanmorgen om 6.00 uur nog maar even met de hand over gedaan. Als wij inpakken en opruimen komt Theo regelmatig even buurten over het wandelen en het materiaal wat zij en wat wij bij ons hebben. Hun waslijn is gebroken, ze moeten het nu doen met scheerlijnen. We geven ze onze waslijn, 10 meter lang en 2 mm dik nylon touw, sterk en toch licht. Het is toch onze laatste dag en wij kopen thuis wel weer een nieuwe waslijn. Om 8.15 uur zijn we onderweg en zoeken in het dorp de route op. Door de omgevallen bomen is de route vandaag één grote omleiding. Het lijken luciferhoutjes, het zijn bomen van ± 1 meter bospaden. De kleine paadjes waar we eigenlijk over zouden lopen zijn onbegaanbaar door de omgevallen bomen. Op een gegeven moment lopen we langs een bos wat compleet is omgewaaid op een paar kleine boompjes na. De stammen liggen langs het pad om opgehaald te worden. We komen even later Piet en Janny tegen, die de route vandaag andersom lopen. Ze zijn vanmorgen met openbaarvervoer naar hun beginpunt gelopen en lopen nu weer terug naar de camping. Het is bewolkt en soms regent het een beetje, maar veel is het niet. Na 23 km komen we aan in het dorpje Amance waar een bus zou lopen. We willen van hieruit naar Nancy reizen om per trein weer bij onze auto uit te komen. De enige bus van vandaag komt pas om 19.15 uur, het is nu 14.15 uur. Daar wachten we niet op. We gaan lopen richting Nancy, dat is nog 12 km. Als we liftend het volgende dorpje uitlopen, stopt er een auto voor een lift. We kunnen instappen. De franse vrouw hoeft niet in de buurt van het station van Nancy te zijn, maar uiteindelijk zet ze ons toch voor het station af. We wachten 1 uur en een kwartier voor de trein naar Luxemburg. Ondertussen verfrissen we ons wat in het toilet van de stationsrestauratie en trekken andere kleding aan. Onze wandelkleding stinkt natuurlijk behoorlijk. Aangekomen in Luxemburg nemen we de trein naar Ettelbruck waar onze auto op ons staat te wachten. We hebben in 12 dagen bijna 300 km gelopen.

GR 5 Barr
Een wandeling van 7 dagen, beginnend in Amance en eindigend in Barr.

We moeten eerst weer op de route zien te komen, daar we vorige keer liftend Amance hebben verlaten. Openbaar vervoer is hier niet. We kruisen een vlak gebied, plateau van Lotharingen, dat op 300 meter ligt. De route loopt ook meer over verharde paden en asfaltwegen. Het is eigenlijk een overgangsgebied naar de Vogezen. Desondanks is er wel een mooie natuur, met een prachtig merengebied. De bergen van de Vogezen zien we in de verte al liggen. De eerste berg die hoger dan 1000 meter is heet de Donon. Zo maken we weer de eerste hoogtemeters. De laatste dagen lopen we via het franse routeboekje; Crête des Vosges.

Ons startpunt is Amance – Barr ons eindpunt

Aangegeven
aantal km of uur

Amance – Barr (Frankrijk)

Dag 37
Vrijdag 24 mei 2002
Amance – Salonnes 21,5 km

Om half vier ‘s nachts rijden we naar Champigneulles, een klein rustig dorpje net ten noorden van Nancy. We parkeren hier onze auto om kwart voor acht, niet ver van het stationnetje, vlak bij de rivier La Meurthe. We zien de net gevallen regen als damp weer van het asfalt opstijgen. Het in een waas gehulde dorp is aan het ontwaken. Auto’s en, opvallend veel, bussen rijden over de hoofdweg. We doen onze rugzakken om en lopen naar het station. We bekijken de bushaltebordjes: geen Amance als bestemming. Amance is ons beginpunt, 13 km verderop, waar we vorig voorjaar, gestopt zijn. We willen, als het kan, daar toch weer onze tocht hervatten. Plan A (bus) werkt niet, over op plan B: liften. Op een kruispunt hebben we al snel een ritje, van een vriendelijke fransman in een bestelauto, in de goede richting. Hij neemt ons mee tot in Eulmont. Daarna lopen we een stukje. Na 1 km hebben we een tweede chauffeur die ons tot op 1 km van ons beginpunt brengt. Het is een Canadees die in Frankrijk werkt. Hij vertelt in het engels, dat het hier gisteren de gehele dag gemiezerd heeft. Vandaag is er wel wat bewolking, maar de zon laat zich tot nu toe ook regelmatig zien. Lopen van Champigneulles naar Amance zou minstens een halve dag gekost hebben. We herkennen de omgeving nog van vorig jaar. We bedanken de jongeman voor de lift en moeten dan nog 1 km lopen naar de kerk. Om negen uur zijn we in Amance. We ontbijten eerst, om vervolgens met onze tocht te beginnen. We wandelen ’t dorpje uit en lopen tussen het koren en akkerbouw over voornamelijk asfaltwegen. Het is weer even wennen met de rugzak. Jeannette heeft 16 en Vincent 18 kg als bagage. In Brin Sur Seille nemen we een pauze en drinken koffie. Er is hier wel een bushalte en een winkeltje. We kopen hier meteen een stokbrood voor de lunch. Om 12.30 uur zijn we in Grémecy. Op een picknickbankje bij een betonnen bak met stromend water. De zon schijnt soms tussen de wolken. Het is 18 °C. Na drie kwartier vervolgen we ons pad, verder het bos in. Het pad is eerst goed maar wordt modderig en echt glad. De modder blijft als harde klodders aan onze schoenen hangen en is er moeilijk vanaf te krijgen. Zelfs niet met een hard voorwerp of door over asfalt te schuren. Bovendien hangt de schoen bij een volgende stap op het pad weer vol. Het is opletten om niet onderuit te gaan zeker met rugzak. We zijn zo toch een beetje topzwaar. Om half vier zijn we 2 á 3 km voor het dorpje Salonnes. Er is een beekje en een pas gemaaide weide. Het ligt tussen een houtwal en een bosheuvel. Een goed plekje om (wild,ssst) te kamperen. Het ziet er in het routeboekje niet naar uit dat er binnen een paar uur een goed kampeerplekje zich voordoet. We hebben op deze plek geen last van de wind. Ondanks dat de bewolking, die donkerder en dus dreigender is geworden, en door de wind hard over de bomen heen gejaagd wordt, blijft het droog en zitten we beschut.

Dag 38
Zaterdag 25 mei 2002
Salonnes – Assenoncourt 29,5 km

Als we opstaan regent het wat. Niet veel maar we besluiten eerst de rugzak in te pakken en later te eten. Met bescherming van de bomen worden onze spullen niet nat. Met regenponcho lopen de bosheuvel op over een smal pad. De druppende takken komen tegen ons aan. De poncho beschermt ons ook tegen deze nattigheid. Na een paar km lopen we Salonnes binnen. Daar ontbijten we in een bushokje. Het lijkt eigenlijk een soort garage met bank. Zelfs de openslaande deuren hangen er nog in. Er staat een ongesloten kinderfietsje in. Afsluiten zal hier wel niet nodig zijn. Het begint tijdens ons ontbijt nog wat harder te regenen. De lucht is effen grijs. Het lijkt alsof het de hele dag zal regenen. Als we weer vertrekken regent het nog, maar als we het dorpje uit zijn wordt het droog. We slaan de regenponcho naar achter, zodat deze op de rugzak blijft hangen. In Vic sur Seille kopen we wat brood en water. We doen dit al vroeg op de dag. In het boekje staat aangegeven dat er in de volgende dorpjes ook winkeltjes zijn. De vraag is altijd of ze er nog wel zijn en of je in de buurt komt met de route. We hebben al vaker meegemaakt dat de winkeltjes gesloten zijn of een paar km verder zijn. Kopen als je kopen kunt dus. Om half 12 komen we in Marsal. We zien bij het binnenlopen van dit dorp een vestingwerk. Volgens het boekje uit de Gallo- Romeinse tijd (17e eeuw). We maken in de vesting, met onze benzinebrander, heet water voor koffie en thee. Er staat een koude wind hier. We doen onze fleece aan. Later lopen we door het dorpje en lopen voorbij een kerkje uit de 12e eeuw en volgen, zoals veel van de route vandaag, een asfaltweg. Rond één uur eten we in Blanche – Eglise (we kwamen inderdaad geen bevoorradingsplaats meer tegen.) In het vervolg van de route komen we langs grote vijvers met een vestingeiland. Het begint, een paar km voor ons einddoel van vandaag, zachtjes te regen. Een prachtige oude kasteelhoeve zou dit moeten zijn volgens het boekje. Dat is het absoluut, maar 77 euro vinden we voor 1 nachtje toch teveel. 2 km verder komen we in Assenoncourt. Het stopt weer met regen, maar we hebben geen zin om nat te kamperen. In een Art-shop (nergens geen winkel te vinden, maar ze hebben wel een Art-shop) in Assenoncourt vragen we naar een overnachtingplaats. 5 minuten lopen buiten het dorp is een Gite. Voor 30 euro hebben we een kamer met douche, toilet en tv. We wassen onze kleding. Deze waait in de wind snel droog. Ondanks de dreigende bewolking regent het niet.

Dag 39
Zondag 26 mei 2002
Assenoncourt – Gondrexange 20,5 km

De boerderij waar we slapen ligt aan de GR 5. We groeten de boerin en lopen al snel een bos in. Na een km zien we de markering niet meer. Ook hier heeft het bos nog zichtbaar te lijden van de storm van eind 1999. We lopen een stuk terug om de route te hervinden. De markering stond waarschijnlijk op een omgewaaide boom. We lopen ’t pad in wat volgens het kaartje goed zou kunnen zijn. En ja hoor, een eindje verder het bospad in zien we markering. Ze gebruiken in deze streek kleine witte (5×5 cm) met een rood diagonaal geplaatst vierkant in het midden, waarin met witte letters GR 5 staat. Ze vallen wel op. We lopen nog steeds in een vijver gebied, zoals ze ’t in het boekje noemen. Sommige vijvers staan leeg. In de plassen die we in het pad tegenkomen schieten veelvuldig groene kikkers weg. Na Fribourg bestaat de route weer uit asfalt. We zien een ijzeren kruis. In het open veld hebben we een mooi uitzicht over de korenvelden. In de verte zien we het massief van de Vogezen al opdoemen. We passeren een perfect kampeerplekje. Een visvijver met een hutje met overdekt terras en een mooi vlak grasveldje. Het is echter pas elf uur en dus veel te vroeg om te stoppen. De zon schijnt tussen de wolken door. We lopen dan door een prachtig merengebied waar we aan alle kanten omringd zijn door water. Bij het “de la Marne-Rijnkanaal” wat de Marne met de Rijn verbindt, lunchen we. We bakken hierbij ook een eitje. Een oudere man komt kijken wat we aan het doen zijn en maakt een praatje over het eten en onze voettocht. De wolken komen weer opzetten, de zon verdwijnt zo nu en dan. Het kanaal ligt verlaagd en dwars tussen het grote water. Na de innerlijke versterking volgen we het kanaal, met plezierjachten. We lopen op een naast gelegen asfaltweg, die met het kanaal gezamenlijk ingekaderd is door dijken. Een paar km voor het dorpje Goundrexange kunnen we op de dijk gaan lopen. We hebben nu een overzicht. Aan alle kanten is er water. Op de open wateren zijn vissers vanaf de kant en in een roeibootje aan het vissen. De winkels zijn in het dorp op zondagmiddag gesloten, we gaan de brug over en komen aan bij camping les Monettes. De camping ligt aan hetzelfde water als waar we een deel van de dag langs hebben gelopen. We zetten onze tent op een windvrij plekje en kopen wat koeken en drank bij de receptie. Een echte winkel of kantine hebben ze niet. Ze hebben wel een speeltuin met een overkapte plek met een picknickbank. Als we hiervan gebruik maken voor de koffie regent het even flink. We eten in een restaurant 100 m verderop. De lucht klaart op. Het is een prachtig zonnige en windstille avond. We spelen het kaartspel Kolonisten onder de overkapte picknickbank tot het donker wordt (± 22.00 uur).

Dag 40
Maandag 27 mei 2002
Gondrexange – Abreschviller 23 km

We staan om zeven uur op. Het regent even wat, nou ja, het zijn alleen wat druppels. Driekwartier later zijn we bij de lokale bakker. We hadden geen brood meer. We vullen dit aan en ontbijten op een bankje in de zon, vlakbij het kanaal. De wolken verdwijnen langzaam. We lopen verder langs het kanaal en even later alweer tussen de koeien, paarden en schapen. Zo gaan we van dorpje naar dorpje, vaak over asfaltweggetjes. De Vogezen (bergen) komen dichterbij. Net voor de middag doorkruisen we een bos met een steile klim, tot in Saint Quirin. Een “bekend” bedevaartsoord voor huidziekten. De kloosterkerk heeft twee opvallende, met een hoog balkon met elkaar verbonden, torens. Achter de kerk loopt een mooi beekje, waar we lunchen. Door een bos klimmen we tot 430 m. Bij Roche de la Basse Frentz hebben we een prachtig uitzicht over het dorp. We kijken of we al een camping kunnen herkennen. Dit lukt ons niet. We zien wel een houtzagerij, sportvelden en een grote visvijver. Met de verrekijker zien we dat deze terreinen zijn afgezet met hekken. Na een afdaling komen we in Abreschviller (250 m). Beneden aangekomen zijn we meteen bij camping “Du Moulin” We moeten bij de naastgelegen gîte de Communal betalen. We nemen eerst een warme douche en hangen de kleren onder een veranda met bankjes te drogen. We hebben de kleine camping met 25 plaatsen voor ons alleen. We winkelen wat in het dorp. Tegen het einde van de middag komen er nog een Nederlands stel met een camper en een Duits stel op een tandem bij. We informeren bij de campinghouder of er een camping is in Shirmeck. We hadden gelezen op internet dat die er niet meer is. De vrouw des huizes geeft ons een briefje met de naam en adres van de dichtstbijzijnde camping vanaf Shirmeck. Deze is 3 km vanaf de route in La Claquette. ’s Avonds zitten we onder een veranda en drinken we een glaasje rosé. De wolken trekken weg. De zon schijnt mooi op de gîte. Als het donker wordt gaan we slapen.

Dag 41
Dinsdag 28 mei 2002
Abreschviller – Wackenbach 29 km

Als we opstaan schijnt de zon volop. We pakken alles onder de veranda in. We tanken onze brandstoffles (inhoud: 0,67 l) bij het tankstation vol. De vrouw staat een beetje onwennig te kijken als we maar € 0.38 hoeven af te rekenen voor de benzine. We lopen over de weg naar Lettenbach (309 m). De route begint, nog voordat we het dorp uit zijn, al steil te klimmen,. Eerst een weide met paarden doorkruisen om vervolgens via een smal bospad verder te klimmen. De route gaat kris kras door het bos tot we op 520 m hoogte zijn. De hoogtemeter bewijst zijn dienst weer. In een berghut op 615 m nemen we een pauze. Op dit punt liggen weer veel boomstammen van tientallen meters lang. Als luciferhoutjes opgestapeld. De stukken bos zijn met regelmaat dor en kaal. Stukken stam met splinters van enkele meters staan er tussen, nog steeds door de storm van eind ’99, een triest gezicht. We passeren vandaag weinig dorpjes, de punten staan in het boekje van col naar kruis beschreven. Op col Entre-Duex-Donons staat een schuilhut van de Vogezenclub (uitleg). We willen hier rustig gaan lunchen. Er zitten echter ± 250 kinderen met wat ouders. We eten ons brood tegenover de mooie hut. Een prima plek om je tentje erbij te zetten en te overnachten. De kinderen zijn 5 – 7 jaar oud. Ze eten hun brood en rennen rond. Ze mogen niet bij de boomstammen komen waar wij op zitten, te gevaarlijk, ze kunnen misschien gaan rollen. We vertrekken net iets eerder dan de groep en klimmen naar de top van de Donon (1009 m). Eindelijk weer eens wat hoogte. De laatste tijd is het allemaal vrij vlak geweest. Vandaag ging het heel geleidelijk aan naar 800 m. De laatste meters waren wat steiler. We hebben een prachtig uitzicht over de omgeving hier op de top. Er staan twee panorama plateaus waarop we kunnen zien welke richting Amsterdam, Parijs, Berlijn of Rome ligt. Er staat ook een Gallo-romeinse tempel. Gallo-romeinse tempel met slecht weer in aantocht.We dalen af over een mooi bospad. Soms even een breed pad of asfaltweg. Zo dalen we af naar 370 m naar het plaatsje Wackenbach. Daar aangekomen zien we wel een leuk kampeerplekje. We proberen bij de eigenaar om toestemming te vragen. Alle deuren zijn open, maar er is niemand thuis. We zien even later wel iemand voor het huis lopen. We spreken hem aan en maken in “ons” Frans kenbaar dat we daar willen overnachten. Hij is niet de eigenaar maar heeft wel een ander idee. We lopen met hem mee. Hij laat ons een stukje verder een veldje zien met een houten hutje bij hetzelfde beekje. We vinden het een prima plek. We wassen ons in de beek. In het dorp blijkt geen winkel te zijn, niet zo heel erg, we hebben nog voldoende in de rugzak. We eten macaroni met een zakje cup-à-soup als saus, blikje tonijn en een ei erdoor, kaas erover en we eten lekker. We zetten onze tent op, het hutje blijkt niet geschikt om in te slapen. Te veel insecten en alleen de binnentent kunnen we er niet in opzetten. Overdag is het veel bewolkt geweest, rond 20.00 uur verdwijnen de wolken weer. We filteren water uit de beek met de waterfilter, zo hebben we meteen drinkwater. De man heeft voorspeld dat het vannacht en morgenvroeg zou gaan regenen.

Dag 42
Woensdag 29 mei 2002
Wackenbach – Hohwald (570 m) 6.35 uur

Het regende vannacht en vanmorgen inderdaad. We kunnen alle spullen in het hutje inpakken. Onze gastheer komt nog even kijken. Het miezert nog wat, met de regenponcho aan zijn we om 8.15 uur weer onderweg. Als we even onderweg zijn regent het al bijna niet meer. In Shirmeck is een grote supermarkt. Hier doen we wat inkopen zoals brood, macaroni en tandpasta. Als we buiten komen regent het weer wat. De poncho maar weer aan. Als we Shirmeck uit willen klimmen kunnen we dat niet. Het pad is afgesloten omdat ze in het bos bomen aan het kappen zijn. Er is geen omleidingsroute, dus zoeken we die maar zelf. Met behulp van het nieuwe Franstalige GR-boekje inclusief kleurenplattegrond lukt dat goed. Het duurt wel even. We lopen door het bos naar 700 m naar Struthof. Dit is een concentratiekamp wat je kunt bezoeken. Allemaal grijze gebouwen, het hek staat er nog omheen, erg deprimerend allemaal. We vervolgen onze route naar 1000 m, Champ de Messin. Het is even na 12 uur maar de abri die hier staat is uit 1918 en de wind staat er vol op. Om 13.45 uur vinden we een geschikte plaats om te lunchen, een mooie schuilhut van de Vogezenclub. Er zitten nog 2 franse mannen te eten die een dagrugzak bij zich hebben. ze eten een waar feestmaal met wijn, bier en kaas. Het is de hele dag al behoorlijk bewolkt. Hoe hoger we komen, hoe kouder het wordt, soms lopen we door de wolken. Het is rond de 10 graden. We gebruiken de poncho tegen de kou. Met klimmen is het snel te warm en als het vlak is wordt het weer koud. De poncho kunnen we gemakkelijk op en af doen. We koken water voor soep en thee. Verder eten we stokbrood met kaas en paté. Om 14.30 uur vertrekken we naar Col du Champ de Feu, ons hoogste punt van vandaag, 1075 m. In 1.45 uur dalen we af naar 600 m, de camping van Hohwald. Onderweg begint de zon het steeds meer te winnen van de wolken. Op de camping schijnt de zon volop. Alles kan nu goed drogen. We doen wat inkopen in het dorp voor vanavond. We spreken nog een Nederlands stel die hier met hun caravan staan vandaag. Het is een mooie avond. Om 19.30 verdwijnt de zon achter de bomen. De volgende dag nemen we een rustdag. We slapen uit, verkennen de omgeving, winkelen wat in het dorpje, bakken uitgebreid pannenkoeken en liggen wat in de zon.

Dag 43
Vrijdag 31 mei 2002
Hohwald – Barr 5.15 uur

We pakken de tent al weer vroeg in en verlaten het camping terrein. We klimmen het dorp uit en lopen door het bos. Het is mooi weer. De zon schijnt lekker tussen de bomen door op onze petten. We lopen veelal op afstand, parallel aan een asfaltweg. Soms in hoogte er onder, dan weer erboven. We klimmen met mooie bos- en veldpaden naar 800 m. en komen zo in Forêt de Barr zoals het bos hier heet. Rond het middaguur zijn we bij een fort uit de zevende eeuw. Deze staat op een rots. Mount Sainte Odile (764 m.) Vanaf hier is er een fantastisch uitzicht over het gebied. Het is er druk. Er staan veel auto’s en bussen. We lunchen hier boven op een rots. Een stuk van de route loopt over het zelfde pad heen en weer. Dit om bij het fort te kunnen komen. Verder zien we regelmatig een schuilhutje van de Vogezenclub en panorama’s op een tafel bij een uitzicht. In de verte zien we Barr al liggen. Het eindpunt van deze tocht. In de Vogezen gaat het geleidelijk aan omhoog. Tussendoor zijn hier ook vlakke stukken land zichtbaar. We lunchen nog in een bos met verschillende picknickbankjes bij elkaar, en lopen naar Barr. Uitzicht over Barr.

Als we het bos uitlopen hebben we een mooi uitzicht over dit stadje. We zoeken het station op. Dit staat met bordjes (gare) aan gegeven. We hebben voordat de trein vertrekt nog net even de tijd om ons bij een verscholen fonteintje te wassen en om te kleden. Als we in de trein zitten en van de conducteur een kaartje willen kopen, weet hij niet dat er in Champigneulles ook een stationnetje is. Het staat nergens in zijn boeken. We overtuigen hem ervan dat er toch echt één is. We hebben het zelf gezien, en ook de landkaart geeft aan dat er een station is. Hij kan zo de prijs van het kaartje niet berekenen. Met een telefoontje met zijn mobieltje komen we er dan toch uit. We reizen via Strassbourg naar Nancy. Hier moeten we even wachten voor de trein naar Champigneulles. We zien, als we wat eten, Senegalezen dansen in de straten. Ze hebben op het ‘wereldkampioenschap voetbal in Japan/Korea gewonnen van Frankrijk. Ze hebben groot feest, terwijl de Fransozen er een beetje beteuterd naar staan te kijken. Uit eindelijk komen we weer bij onze auto in Champigneulles en rijden naar Nederland.

GR 5 Villers le lac
Ons startpunt is Barr en Villers le lac ons eindpunt

Aangegeven aantal uur

Zwaarte van de route
Er zijn in de Vogezen meer hoogteverschillen. Alles gebeurt redelijk geleidelijk. Een leuk terrein voor een beginnende bergwandelaar.

Overnachting
Er zijn veel meer overnachtingsmogelijkheden dan in het routeboekje staan. Hier en daar zijn onbemande hutten. In verband met het slechte weer hebben we regelmatig gebruik gemaakt van een gîte of refuge. Wildkamperen is goed mogelijk. Er is wel een natuurgebied waar het niet mag en eigenlijk ook niet kan.

Openbaar vervoer
Er is hier regelmatig openbaar vervoer. Soms is het wat verder lopen om bij een bus of trein te komen.

Barr – Villers le Lac (Door de Vogezen met een begin van de Jura)

Dag 44
22 juli 2002 maandag
Barr – Sherwiller 8 uur

Om zeven uur gaat de wekker. Na de opruimwerkzaamheden en een ontbijt vertrekken we om acht uur. We lopen van de camping Saint Martin (Let op! Er staat geen camping aangegeven in het routeboekje) in Barr, naar de GR5 route. We zijn gisteren met de auto aangekomen. Het is maar een paar honderd meter. Onze auto staat bij het station in Barr, zodat we op de terugweg meteen vanuit de trein in de auto kunnen stappen. Het is mooi weer, de zon schijnt en het is net boven de 20 °C. Tussen de wijnvelden, over een asfaltweggetje, verlaten we het bebouwde gedeelte van Barr (200 meter). Via Mittelbergheim lopen we in een uurtje naar Andlau (225 meter). Hier pauzeren we, midden in het wijndorp, bij een waterpartij. De huizen verraden dat het een rijke omgeving is. Grote huizen, vaak met een versiering verwijzend naar de wijn. We klimmen na Andlau via de wijnvelden een bos in .Druiven. Eerst een lang wat saai steenslagpad. Het stijgt langzaam maar wel constant. Het is recht en veel te overzichtelijk. Zo zien we regelmatig waar we over bijvoorbeeld 15 minuten lopen. Aan het einde van het pad staat refuge Gruckert (580 meter). We gebruiken een trap naar een grasveld, vlak bij de refuge, als zitplaats om koffie te drinken. De eigenaar van de refuge komt regelmatig even kijken op zijn balkon, of we niet bij hem willen logeren. Na de pauze, kronkelt het steenslagpad wat meer en gaat over in zand met boomstronken. Vooral het laatste stuk gaat steiler naar 901 meter (Ungersberg). Op de top luncht een gezin. Er staat een toren. Met een trap hebben we uitzicht op de omgeving. We dalen weer af. Er staan hier en daar bankjes. Op een picknickbankje lunchen we. Het is eigenlijk wel warm weer. Nadien dalen we naar 350 meter om weer te stijgen. Bij Ruïne du Bernstein (540 meter) is ons drinkwater op. We hebben wat verdeelt over de middag. We hebben eigenlijk wel dorst. We zijn de laatste uren niet veel water, of mogelijkheden tot aanvullen van onze watervoorraad tegengekomen. Even later staat toevallig een source (bron) aangegeven. 750 meter van de ruïne. Het is 300 meter van de route. Nu kunnen we water naar behoefte drinken en inslaan. We willen naar een riviertje lopen om wild te kamperen. We nemen dus geen water mee om voor een overnachting. Jammer, zo blijkt achteraf. Onderweg zien we heel mooie kampeerplekjes zelfs met bankjes. We maken hier koffie. Het is vier uur ’s middags. We lopen langs ruïne de l’Ortenbourg (450 meter). Ruïne de l’OrtenbourgWe dalen sterk af naar 200 meter. Onderweg zien we de eerste mountainbikers. We lopen ze voorbij. Wij gaan sneller naar beneden dan de fietsers. Boomstronken maken het pad zo glad dat de fietsbanden weinig grip hebben. We komen bij het riviertje, maar er zijn geen kampeermogelijkheden. We lopen door. Bij de afslag naar Scherwiller staat een camping aangegeven, het zou nog 800 meter lopen zijn. Het blijkt ongeveer de dubbele afstand te zijn. We winkelen in het dorpje en gaan naar de camping, die aan de rand van het dorp en tussen wijnvelden ligt. Er zijn een aantal Nederlanders. Het weer is lekker, 20 °C en wat zon. We krijgen een paar luxe stoelen van onze Hollandse buren uit Venlo. De wind die er even was gaat later op de avond weer liggen. Met een fles Elzas wijn komen we de avond wel door.

Dag 45
Dindag 23 juli 2002
Scherwiller (Cahtenois) – Ribeauvillé

Om 8.45 uur zijn we bij het kruispunt richting Chatenois. We moeten nog wat boodschappen doen. Brood, batterijen voor fototoestel, die zijn onverwacht leeg. We kopen ze in het dorpje. Een batterij voor de horloge/hoogtemeter, die aangeeft dat de batterij vervangen moet worden, hebben ze niet. De plaatselijke radio-tv man is toevallig 3 weken met vakantie. We tanken een klein beetje benzine. De vrouw vindt het erg grappig dat we benzine tanken in onze brandstoffles, we hoeven niet te betalen. We lopen het dorp via de wijngaarden uit en verdwijnen in de bossen. Het gaat maar langzaam omhoog. Jeannette kan dit loopwerk goed. Vincent houdt meer van de echt steile stukken, dat klimt gemakkelijker en binnen een korte tijd win je meer hoogte. Na een uur lopen komen we aan in Wick, in het boekje staat er 1,5 uur voor. We pauzeren bij een dierenpark, de Apenberg genaamd. Er lopen verschillende gezinnen de dierentuin binnen. Na de koffie, klimmen we gestaag door naar 730 meter. We passeren drie Duitse wandelaars die we gisteren ook al gezien hebben. Zij lopen met een dagrugzakje van hotel naar hotel. Na een pittige klim van 350 meter zijn we bij het kasteel Haut Koeningsbourg (733 meter). Het is er best druk met dagjesmensen. De drie Duitse wandelaars komen bij ons aan het tafeltje zitten. Zo wisselen we wat informatie uit. Ze hebben een 3-daagse wandeltocht. Een organisatie vervoert de rest van hun bagage. Een poort door de ruïneWe dalen via het bos af naar Thannenkirch (480 meter). Daar lunchen we bij een Heilige Maria eik. We klimmen en dalen, via een paar oude chateau’s naar Ribeauville (265 meter). Het is een pittoresk dorpje en daardoor erg toeristisch. Bij de VVV vragen we naar een camping. Er zijn er twee. De ene vlak bij de route, de ander 3 km verderop, de keus is dus niet moeilijk. We doen inkopen en kunnen hier (gelukkig) wel een batterij kopen voor het hoogtemeter-horloge. Op de camping zetten we onze tent op. Het is 16.30 uur, om 17.00 uur gaat de receptie pas open. We zijn door het klimmen behoorlijk moe. Na een douche en een goede maaltijd herstellen we snel. Het is een camping met 1 ster en is alleen van 1 juli tot 31 augustus open. Er zijn alleen wat sanitaire voorzieningen. De camping staat halfvol en ligt tussen twee heuvels met loofbossen, daardoor is de zon snel onder. Toch blijft het nog een aangename avond. De buren, een Nederlands gezin, bekvechten wat tegen elkaar. Een kleuter van een ander gezin poetst voor haar moeder de campingtafel met veel ijver af. Ze maakt er een sport van door de strepen van het beetje achtergebleven water op de tafel allemaal in dezelfde richting te laten lopen.

Dag 46
Woendag 24 juli 2002
Ribeauville – Col des Bagenelles

We lopen van de camping terug naar de route. De zon schijnt soms tussen de wolken door. Het pad loopt door het bos en voert ons naar hoger gelegen gebieden. Eerst naar 675 meter, Col de Seelacker, vervolgens naar de Koenigsstuhl (938meter). Onderweg begint de lucht te betrekken, maar het regent niet. Ook de temperatuur loopt merkbaar terug. We hebben, door de wolken, geen uitzicht op de rotsformatie die een stoel voor moet stellen. Een stuk lager bij een picknickbankje maken we koffie, het begint meer te waaien. In Aubure aangekomen wordt het serieuzer. Het is er koud. Door de wind voelt de door de thermometer aangegeven 10 °C nog kouder. Het dreigt te gaan regenen. Later gaat het ook regenen. je ziet duidelijk het pad tussen de stenen.We klimmen met regenponcho. Deze gebruiken we meer tegen de kou dan tegen het beetje regen. We lopen op een breed pad door de wolken. Hele kleine druppels/miezer daalt op ons neer. Om 1 uur ’s middags komen we bij een schuilhut (1128 meter) van de Vogezenclub. Deze wordt al gebruikt door een houthakker met gezin en knecht. Er is ook nog voldoende ruimte voor ons. De houthakkersvrouw is de lunch komen brengen met de kinderen. We maken drinkbouillon en gebruiken brood wat we gisteren gekocht hebben. De kinderen zijn behoorlijk stil. Ze durven door onze aanwezigheid niet hardop te praten. Ze kijken ongeloofwaardig hoe Vincent de benzinebrander aansteekt. In de bossen staat regelmatig aangegeven dat je geen vuur mag maken. Vuur is natuurlijk gevaarlijk in een bos, maar voor het voorverwarmen van de brander noodzakelijk en beheersbaar. We nemen een lange pauze van een uur omdat we denken dat we nog maar een uur en een kwartier hoeven te wandelen, voordat we vandaag zullen stoppen. We klimmen eerst naar 1228 meter Grand Brézouard. Hier moeten we eigenlijk een prachtig uitzicht hebben over het massief van de Vogezen en de vallei van de Moezel. Maar helaas, ook hier belemmeren de wolken het uitzicht. We lopen eerst wel een paar schuilhutjes voorbij. Door het afdalen komen we onder de wolken uit en zien hier en daar huizen en de zon. We dalen een kwartiertje af naar de refuge des Amis de la Nature (1077 meter). Een groot gebouw, staand op de helling van de berg, met een mooi uitzicht over de vallei. Deze blijkt echter gesloten. We lopen verder. We dalen driekwartier door de bossen af naar 903 meter. Een bospadje.Hier is de refuge bij col du Bagenelles wel open. Van buiten lijkt het nieuwer dan van binnen. Daar is veel bruin hout gebruikt, wat een warme uitstraling geeft. We zijn de enige die hier te voet zijn. Er is nog een stel met een auto. We douchen ons met heerlijk warm water en wassen kleding. We hebben een gezamenlijke keuken en een twee persoonszolderkamer tot onze beschikking. Kosten € 8,– p.p. De kachel wordt gestookt, het is er heerlijk warm. Prachtig houten trappenhuis. Leuk zitten beneden in de eetkamer. We informeren ’s avonds bij de beheerder of de volgende refuge die we op het oog hebben open is. Dat zou iets meer dan 6 uur lopen zijn. We bespreken meteen voor morgenavond. Als we net op bed liggen horen we het buiten hard regenen.

Dag 47
Donderdag 25 juli 2002
Col de Bagnelles – Col de la Schlucht

We ontbijten onder in de zaal en verlaten om acht uur de refuge. We zoeken de route op en dalen af naar le Bonhomme (690 meter). Daar kopen we een brood en lopen door naar l’Étang du Devin (950 meter). We klimmen eerst door naar 1220 meter, Tête de Faux. Hier zijn de sporen nog te vinden van de eerste wereldoorlog. Tunnels, bunkers en schietplaatsen. We dalen af naar een kerkhof van diezelfde oorlog. Hier maken we koffie, maar zijn al snel weer weg. Er zijn kleine vliegjes die steken, net zoiets als de mitches in Schotland. We blijven op hoogte, rond de 1100 meter. Op Gazon du Faing (1302 meter) lunchen we bij een rots. Het is al de hele dag bewolkt. Echt dreigend ziet het er niet uit. Wanneer we net zitten vallen de eerste druppels. Halverwege begint het flink te plenzen. De lucht wordt helemaal zwart. We gaan met alles onder de poncho zitten en wachten tot de bui over is. We houden niet alles droog. Het ziet eruit alsof het nooit ophoudt met regenen, zo donker. Na een kwartiertje wordt het droog. We eten snel ons brood en lopen verder over het “Gazon”. Een vlakte zonder veel bomen, maar met bloeiende heide. Rond 15.00 uur nemen we een pauze. We gaan midden op het pad op de grond zitten. We plukken bosbessen die net naast het pad staan. Vincent bosbessen aan het plukken.Ze zijn goed rijp en er hangen er veel. Wild kamperen is in deze regio niet gemakkelijk. We lopen naar Col de la Schlucht op 1139 meter om vervolgens naar de besproken refuge Trois Fours te gaan. Dit is 5 minuten lopen vanaf de route. De deur is nog dicht, we bellen aan. Dan kunnen we wel naar binnen maar moeten na het uitpakken nog tot 17.00 uur wachten voordat we mogen douchen. later gebruiken we in de kantine wat en bekijken de route voor morgen. We kunnen een hoge of een lage variant nemen. We hebben niet voldoende brood voor de hoge, bij de lage variant is er een mogelijkheid voor bevoorrading. We vragen aan de waardin of we hier brood kunnen kopen. Dit blijkt mogelijk. Zo hoeven we morgen niet 850 meter af te dalen en te klimmen voor wat brood. Ze hebben hier bij elke refuge een keuken en een eetgelegenheid waar je zelf je potje kunt koken. Alleen de ingrediënten breng je zelf mee. Een complete keuken met fornuis, pannen, borden en bestek is aanwezig. We eten macaroni met saus en kipburgers uit een foliepak. ’s Avonds drinken we een karafje wijn in de kantine. We spelen een spel, Kolonisten, een kaart variant voor 2 personen. Er zijn nog een 7-tal gasten meer. Om 22.00 uur wordt ons verzocht om in de bezoekerskeuken te gaan zitten. We wilden toch net gaan slapen. De kleding en andere spullen zijn door de wind, met de ramen open, goed droog geworden. Om 22.30 uur zijn we klaar met praten en gaan we slapen.

Dag 48
Vrijdag 26 juli 2002
Refuge 3 Fours – abri bij Col du Haag

Om 7.00 uur gaat de wekker. We eten in de bezoekerskeuken en kopen 2 broden. We beklimmen le Hohneck (1362 meter). Het druppelt wat en het is koud, 9 °C lezen we op de thermometer. Op de top bij het hotel restaurant komen veel paden samen. We kiezen het hoge pad naar Col du Herrenberg. We blijven goed op hoogte, moeten soms wel 50 of 100 meter klimmen, maar daar blijft het dan wel bij. Op veel plaatsen staan grote struiken van beukenbomen. Verder is er alleen wat gras en heide. Net voordat we weer samenkomen met de lage route staat er een abri van de Vogezenclub. Het zou een prima overnachtingsplek zijn. In de buurt bij een Auberge zouden we water kunnen halen. In het midden van het gebouwtje is een open haard. We drinken er koffie en vervolgen ons pad om bij een gesloten refuge Hahnenbrunnen (1190 m) te komen. Op een picknickbankje lunchen we. Onderweg zien we hier regelmatig groepjes mensen die bosbessen aan het plukken zijn, emmers vol. Er staan er ook veel. Een uur verder ligt Markstein op 1200 meter op de route, een echte wintersportplaats. We zien ook de hele dag al skiliften de heuvels ontsieren. Dan lopen we weer door een bos naar een Abri du randonneur. Het staat aangegeven op het pad. De abri ligt maar 50 meter vanaf het pad, maar is niet te zien. Het is bijna 4 uur. Abri Col du HaagEen overnachting zou er goed mogelijk zijn. We hebben alleen geen water. Dit gaan we dan maar halen bij de wat verder gelegen gîte waar we eigenlijk wilden overnachten. We laten de rugzakken achter en gaan, zo blijkt, 20 minuten verderop 5,5 liter water halen. Als we op de terugweg zijn nemen we ook gekloofd hout mee wat naast het pad ligt. Na een wasbeurt met ieder een ½ liter water zagen we het hout. Er is een zaag, een bijl en een bezem aanwezig. Binnen is een open haard, bankjes en een grote tafel. De hut is nog dicht te maken met plastic wat voor het deurgat hangt. Na een poosje proberen we het vuur aan te maken. Het hout is nog nat en de stukken zijn (te) groot. Tot drie keer toe lukt het niet. Het zal toch niet gebeuren dat we hier geen vuurtje kunnen maken. Ineens bedenken we dat we ook nog benzine voor ons kooktoestel bij hebben. We maken nog wat kleine houtjes en gebruiken wat benzine om deze te besprenkelen. Nu hebben we meteen een flinke vlam en het vuur brandt de hele avond. We eten Spaghetteria en biefburger uit een foliepak. We hebben hout genoeg en vermaken ons met een spelletje Kolonisten. De Jägermeister komt op een dergelijke avond ook goed van pas. Er staan nog een paar kaarsjes die we aansteken. In het bos is het verder donker. In het dal zien we lichtjes van de huizen. Het lijkt of er een eind komt aan de bewolking. Als we in onze slaapzakken liggen horen we alleen nog het geknetter van het haardvuur.

Openhaardvuur

Dag 49
Zaterdag 27 juli 2002
Abri Col du Haag – Thann

We slapen prima in het houten hutje. De deur van dubbele plastic folie werkt goed. We horen het buiten waaien als we opstaan. De abri ligt echter zo goed beschut door de omringende bomen dat het plastic niet eens op en neer waait. De zon schijnt. Om 7.20 uur verlaten we onze mooie overnachtingsplaats. We tanken al vrij snel water van een slang die op een koeienbak uitkomt en lopen naar de refuge. Hier beginnen we aan de klim naar 1424 meter van de Grand Ballon. We zien van verre dat er een grote koepel op de berg staat. We denken aan een skilift, maar het blijkt een radarinstallatie te zijn. We klimmen in de schaduw van de berg. De zon is vandaag behoorlijk sterk. Op de top van de Grand Ballon zien we in de verte de toppen van de ontzagwekkende Alpen te liggen. We raken bij de afdaling de markering kwijt, maar kunnen op het routekaartje, mede door de skiliften, de route goed terug vinden. Langs een paar boerderijen, via het bos, dalen we af naar Col Amic 825 meter. Om via leuke paadjes, door bos en over weilanden, weer te stijgen. Eerst naar 928 meter. We zien de top echter niet. Er zijn vele bomen met markering omgewaaid (storm 1999). Zo raken we de route weer kwijt en komen via een duister, smal en krap pad toch weer op de route richting col du Silberloch. Het pad er naar toe is op een boshelling van de Ooievaarscol maar staat vol met frambozen die op het moment rijp zijn. We maken dus regelmatig een stop om een handvol met frambozen te plukken en ze al lopend op te eten. Wel lekker en fris. Ook hier beschermen de bomen ons weer tegen de felle en warme zon. Zo duurt het wel drie kwartier voordat we bij col du Silberloch zijn. Hier is een begraafplaats voor overleden soldaten van de oorlog van 1914-1918. Er is ook een asfalt weg, waar veel motorrijders gebruik van maken. Na een koffiepauze en een ijsje bij het aanwezige café stijgen we verder naar refuge du Mokenrain (1094 meter). Om vervolgens af te dalen naar Thann (343 meter). Hier informeren we bij de VVV naar kampeermogelijkheden. Er is geen camping. We kunnen op het lokale voetbalstadion gratis onze tent opzetten. We willen een rustdag in lassen, dus informeren we ook naar campings die met de trein goed te bereiken zijn. In het aangrenzende stadje Cernay vinden we een gezinscamping, 500 meter van het treinstation. De streek is bekend door het verblijf van vele ooievaars. Er zijn nesten en verblijven voor deze vogels gemaakt, waardoor ze deze streek aandoen. Zondag 28 juli hebben we dus een rustdag. We bezoeken Thann en lunchen er.

Dag 50
Maandag 29 juli 2002
Thann – Ferme du Ballon d’Alsace

We kopen onderweg van de camping naar het station wat stokbroden. Met de trein zijn we om half acht weer in Thann. Als we net op de route zijn gaan we ontbijten. Het zonnetje schijnt zacht. Het is een mooie ochtend. Thann ontwaakt. Het verkeer komt op gang. We laten Thann (343 meter) achter ons en klimmen via een bospad naar 474 meter. Het gaat gestaag omhoog. Bij het bestuderen van de route hebben we gezien dat dit voorlopig weer een laatste grote klim is van de Gr 5. Col du Hundsruecken (748m.). We missen de goede route en wandelen per abuis de variant. Hierdoor klimmen we naar 1182 meter. Als we op de eigenlijke route terug komen nemen we een koffiepauze (11.20u). Dan passeren ons een viertal wandelende Nederlanders. Even later, bij Col du Rossberg (1100m.) lopen we hen weer voorbij. We raken aan de praat. Ze hebben een dagrugzak bij zich. Ze vertellen dat ze de Gr 5 van Hoek van Holland tot Metz gewandeld hebben met dagtrips. Ze lopen nu een dagrondje. Even voorbij Col du Rossberg lopen ze weer terug naar hun auto. Even later nemen we bij een ferme auberge Belacher (979 m.) alweer onze middagpauze (12.00u). We willen komende nacht weer in een abri overnachten. Bij de boerderij is onze laatste kans om water bij te tanken. Althans zo denken we en zien we in ons boekje. We nemen vijf en een halve liter water mee. Dit maakt de rugzak wel erg zwaar, maar goed. We willen graag in de abri overnachten, dus dan zullen we er iets voor over moeten hebben. Het is warm. Soms lopen we in de zon. Vaak is er schaduw van de begroeiing. We passeren een glooiend landschap en lopen zo tussen de 1000 en 1250 meter. Onderweg zien we nog een waterbron. We maken er gretig gebruik van om extra water te drinken. Na col des Charbonniers moeten we na ongeveer 30 minuten een pad naar de abri nemen. We missen op één of andere manier het pad en zien te laat dat we (veel) te ver zijn gelopen. Voor niets dus zoveel water meegenomen. Er komt meer bewolking opzetten. Stapelwolken. Wel een fraai gezicht maar er gaat ook dreiging vanuit. We zien nog wel een paar kampeerplekjes maar nu willen we door naar Ballon d’Alsace 1247m. Het klimmen gaat na een dergelijke zware dag toch wel moeilijker. Boven op de Ballon zou een refuge moeten zijn. We klimmen dus verder. Om zes uur zijn we uitgeput bij de Ballon. Maar er is geen refuge te vinden. We lopen naar Ferme du Ballon d’Alsace (1170m.). Onderweg van de top naar de boerderij (Ferme) begint het hard te waaien en te regen. We zijn daar net binnen, als het buiten stortregent. We vragen naar de refuge. Deze blijkt 40 minuten lopen verder te zijn. We nemen hier een kamer voor € 45,00. Doodmoe nemen we een bad en maken beneden ons eten. Niet veel later vallen we op ons bed in slaap.

Dag 51
Dinsdag 30 juli 2002
Ferme Ballon d’Alsace – Evette Salbert (397 m) 5.10 uur

Om 7.00 uur loopt de wekker al weer af. We zijn nog moe van de grote inspanning van gisteren. Als de spullen ingepakt zijn vertrekken we, om even verder op een picknickbankje te ontbijten. Het slechte weer is overgedreven, de zon schijnt volop. Onze benen zijn nog moe van gisteren en daardoor vinden we het klimmen vandaag niet leuk. Gelukkig dalen we veel af. Eerst via een bos naar La Genriane (1055 meter). Later via een open vlakte met voornamelijk gras naar ferme du Wissgrut (1080 meter). Hier verandert de markering van een rood balkje weer in een rood/wit balkje. We hebben dit niet goed in de gaten en lopen zo nog een gedeelte verkeerd. We komen toch weer vrij gemakkelijk op het GR-pad terug bij abri Col du Chantoiseau. We weten eigenlijk niet waar we willen stoppen. Het lopen blijft moeizaam gaan, maar het gaat wel steeds beter naarmate de dag vordert. Om 11.35 uur zijn we in Giromagny (470 meter). Hier doen we inkopen voor vanavond. We hebben al besloten om door te lopen naar de volgende camping, 2.20 uur lopen verderop in Evette Salbert. We zijn hersteld van gisteren en het lopen gaat weer goed. Op alweer een picknickbankje bij een sportveld gebruiken we onze lunch en lopen door een vlak gebied met vele plassen en meren. HetOverzicht over het meer ’s avonds. is erg warm, 32 oC. Er blijkt een groot watersportmeer te zijn waar we veel mensen zien zwemmen, dat willen we zelf ook zo snel mogelijk met deze hitte. We zien nog geen camping. Na wat navraag blijkt er geen camping te zijn, maar een stukje verderop aan het meer is een Club Nautique, waar we kunnen overnachten op een grasveld aan het meer. Nadat we onze tent hebben opgezet lopen we terug naar het zwemgedeelte van het meer en nemen een duik in het verfrissende water. Het is er behoorlijk druk, toch kunnen wij er nog gemakkelijk bij. We hebben zelfs nog keus of we in of uit de zon willen liggen. Mensen lopen af en aan. Er zijn ook verschillende spelen te doen, zoals schaken, dammen, fietsen, badminton enz. Het is er wel gezellig, geen harde radio’s aan, geen jongeren die de zaak willen beheersen en weinig toeristen. We blijven tot na vijven en gaan dan weer terug naar onze tent. Er is nu ook een jongerengroep christelijke Duitsers gearriveerd. Later op de avond is het meer verlaten. De jongerengroep heeft dan nog een tafelgesprek over het geloof. We zitten nog een tijdje op een ponton bij het water en lopen nog wat over de oever van het meer.

Dag 52
Woensdag 31 juli 2002
Evette Salbert – Fesches le Châtel (330 meter)

Om 7.40 uur verlaten we de ‘camping’ en lopen naar Salbert. We komen hier geen winkel tegen, maar de volgende 3 of 4 dorpen hebben we waarschijnlijk wel een gelegenheid om te winkelen. We klimmen steil naar een fort op 625 meter om vervolgens naar Chalonvillers af te dalen. Hier is wel een klein winkeltje met brood, maar er zal vanmorgen nog wel een winkel komen. Zo Een boerderij naast de wegdenken we. We lopen dus door naar Echenans. We hebben brood nodig. We hebben nog wel wat, maar het is eigenlijk te weinig voor de lunch. Op straat loopt een vrouw met brood in haar handen. Een goed teken, er zal een bakker in de buurt zijn, zo is dat meestal. We vragen waar de bakker is. Er blijkt geen bakker te zijn in het dorp. Dus maar weer door naar Brévillers (357 meter). Soms door bos, dan weer over het veld. Het weer is een stuk minder. Het is bewolkt, maar gelukkig regent het niet. In Echenans vragen we aan een vrouw waar de bakker is en ze wijst ons de weg. Daar aangekomen blijkt de bakker 2 maanden geleden voorgoed te zijn gesloten. We eten het restje oud geworden brood maar op. Ondertussen begint het even wat te regenen. In een oude wasplaats kunnen we droog zitten. Nu we de Vogezen achter ons hebben gelaten, is het redelijk vlak. We lopen naar Châenois les Forges (340 meter). Gelukkig, hier kunnen we wel winkelen. Nu op zoek naar een tentplaatsje. Er zijn geen campings, hotels of gîtes in de buurt. Navraag bij het gemeentehuis levert ook geen plaatsje op. Bij Nommay 25 minuten verder, begint een waterrijk gebied. Misschien is daar …. Nee, het is in dit gebied verboden om er ’s nachts te zijn. Het is ook heel open en er komen vele fietsers en wandelaars lang. Geen mogelijkheid om op een verborgen plekje te kamperen. Dan weer verder langs een kanaal. Het is dan al 18.00 uur. Hier vinden we een hutje van de hondenclub. Met een overdekt terras. We hopen dat er vanavond geen les is. We installeren onze spullen en wassen ons. Als we net met een pilsje (meegenomen van de supermarkt) de route voor morgen willen bekijken, komt er een auto aanrijden. De man stapt uit neemt daarbij meteen zijn gevaarlijk grommende herdershond mee en komt boos op ons af. Hij sommeert ons te vertrekken. We pakken de spullen in en gaan verder, de nog briesende man en hond achterlatend. WHet sluishuisje met onze tent.e vragen, een kilometer verder, bij een sluiswachterhuis of op zijn gazon onze tent mogen zetten. Dit is meteen goed. De familie moet wel weg, maar we krijgen gewoon de sleutel van de poort die we morgenvroeg dan maar onder een steen moeten leggen. Ze komen morgenmiddag pas weer terug. Ze nemen afscheid en rijden met de jeep weg. In een open garage mogen we zitten aan een geïmproviseerde tafel en een paar tuinstoelen. Dit biedt ons de nodige bescherming tegen de wind en regen die er is. We zitten in de garage tot we naar onze slaapzak inkruipen. We laten onze spullen in de garage.

Dag 53
Donderdag 1 augustus 2002
Feschs- les Châtel (330 meter) Villars lès Blamont (600m.)

In de garage pakken we alles in en ontbijten daar. Dan trekken we de poort achter ons dicht en leggen de sleutel onder een steen, zoals afgesproken. In 15 minuten lopen we naar het stadje Fesches Le Châtel (330 meter). De winkel blijkt helemaal aan de andere kant van de stad. We willen inkopen doen voor de volgende 4 dagen. Er zijn voorlopig geen grote winkels meer, zo laat het zich aanzien. Het duurt 5 kwartier voordat we weer terug zijn met spaghetteria, tonijn, soep en brood. De route is vrij vlak. We komen in Dasle, waar we koffie en een luxe chocoladebroodje van de plaatselijke bakker eten op een muurtje. Zoals zo vaak bij het standbeeld met de namen van gevallenen tijdens de eerste wereldoorlog. We passeren Vandoncourt (424 m) en stijgen via een fraai bospad waar we als het ware in een dal tussen de heuvels omhoog lopen. Er is een kennel met honden die zeer veel lawaai maken. Blij dat ze niet los lopen. We hebben even moeite om het goede pad op te gaan in plaats van de variant te nemen. Om 13.00 uur zijn we in Abbévillers (560 m) waar we eerst een bankje voorbij lopen en even later op de trap van een schoolgebouw onze lunch eten. Als we weer willen vertrekken begint het te regenen. Eerst zachtjes, later staat het te gieten. We lopen door. Na een paar uur schuilen en rusten we even onder een overdekt terras van een restaurant in het bos. Als het niet regent, is het een mooie plek. We klimmen op de inmiddels, door de regen glad geworden bospaden, naar boven. Op zich is het niet zo koud en de regenkleding (poncho en gamaschen) geven voldoende bescherming. De was hangt te drogen.Op 566 meter lopen we 4 km langs de Frans-Zwitserse grens en klimmen nog verder naar 680 meter. Het blijft maar regenen. Het ziet er door de effen grijze lucht nog niet uit dat het zal ophouden. Uiteindelijk komen we om 16.30 uur in Villars lès Blamont. We maken koffie in de bushalte voor de schoolbus en gaan dan op zoek naar een onderkomen. Een gîte of een plaatsje voor de tent. Het is ondertussen opgehouden met regenen. We vragen aan een man op straat naar een gîte. Die blijkt er geen te zijn. Hij wijst ons een plekje voor de tent, een eind buiten het dorpje, met een picknickplaats. Het ligt aan de route, we zijn er eerst voorbij gelopen omdat het toen nog regende. Gaandeweg de avond wordt het weer steeds beter. De grijze wolken drijven langzaam weg en maken plaats voor de zon. We kijken uit over een vallei waarin we twee dorpen zien liggen. De natte kleding kan op een draad om te drogen. De buurman 150 meter verderop, waar we water hebben gehaald komt nog kijken en brengt een fles sterke drank mee.

Dag 54
Vrijdag 2 augustus2002
Villars lès Blamont – Fessevillers (861 meter)

We tanken water midden in het dorp bij een fontein. De zon schijnt weer, al is het nog koud om 08.00 uur, 10 C. In dit gebied, de Jura, lopen we nog regelmatig in een bos, maar ook vaak over een weide of een asfaltweg. We lopen vandaag veel sneller dan in het boekje staat aangegeven. We klimmen eerst een 300 meter om af te dalen naar Saint Hippolyte (405 m) en Soulce Cernay (390 meter). Nog voor de lunch stijgen we naar 800 meter. We lopen langs rivier de Doubs, deze heeft ook Gorges: steile rotswanden. Het ziet er indrukwekkend uit. Om een weide in te gaan of te verlaten moeten we telkens een hekwerkje, paaltje met prikkeldraad, open en dicht maken. In Courte Fontaine (770 m) eten we midden in het dorp in een oud badhuis. In Nederland staan winkels en auto’s midden in het dorp, hier vaak een badhuis en een gedenksteen. We klimmen nog naar 900 meter en dalen naar 816 meter, Fessevillers, waar we om 15.15 uur aankomen. Hier is een gîte d’etappe. We kunnen zo binnen lopen. Er is geen beheerder aanwezig. Na een paar dagen zonder is het weer heerlijk douchen. We wassen meteen wat kleding. Alles droogt buiten in de zon, al zijn er ondertussen wat wolken bij gekomen. We zetten koffie en lopen naar het café-restaurant in het dorp. We hebben wel weer eens zin in een bord friet. Het restaurant is nog gesloten. We lopen terug en maken in de gîte een bord macaroni om onze honger te stillen. Er is ook een dagboek waarin veel wandelaars hun verhaal schrijven, leuk om te lezen. Er komen hier veel Nederlanders, zo aan de verhalen te zien. We hebben de gîte voor ons alleen, de achterzijde van een boerderij. De boerin komt afrekenen € 6,– p.p. We eten in het restaurant. Het is een soort huiskamer met 5 tafeltjes. Het enige wat we kunnen krijgen is plat du jour. Dat blijkt meer dan voldoende te zijn en erg lekker. Wel eens lekker om weer flink bij te eten. Zo merk je toch dat wandelen veel energie kost. Bij terugkomst in de gîte is er nog een Fransman waarmee we de “tent” moeten delen. Geen probleem, er is plaats voor 20 personen.

Dag 55
Zaterdag 3 augustus 2002.
Fessevillers – La Rasse (610 meter) 7.15 uur

Om acht uur klimmen we naar 980 meter. De route is anders gemarkeerd dan in het boekje staat aangegeven en gaat tot Gourmois veel over asfaltweggetjes. Het laatste stuk afdalen gaat wel over een bospad. Hier kopen we brood, broodbeleg en fruit. In deze regio is er bij de route niet veel bevoorrading, dus we moeten van te voren uitkienen wat waar te kopen. Niet alle, in het boekje aangegeven, winkels zijn nog aanwezig. Na Goumois begint het even te regenen. We lopen vlak langs de rivier door het bos. Aan de andere kant van de Doubs is het Zwitsers grondgebied. De rivier raast. Het water wordt tussen de rotsstenen geperst, met zo’n vaart dat er witte wolken ontstaan. Er staan mooie bankjes. Hier drinken we koffie. In de Jura staan minder bankjes. In de Vogezen hebben we niet één keer zonder bankje gerust. Hier moeten eerder of later pauzeren om toch op een bankje te kunnen rusten. Het pad is lastig te belopen. Veel door het bos. We moeten echter bij elke pas opletten waar we onze volgende voet neerzetten. Het is ook glad door de regen. Soms is het pad even wat breder en hoeven we minder op te letten. Na Bief d’Etoz gaat het nog moeilijker. We halen zelfs de tijd niet die in het boekje staat. Normaal halen we elke traject binnen de gestelde tijd. We blijven de rivier volgen die nu breder en een stuk rustiger is. We zien een paar mensen in een kano en een stel op een mountainbike. Bij de splitsing van de gewone route en de variant staat een mooie schuilhut. La Charbonnière. Een overnachting is hier aan te raden. Wij klimmen verder. We lopen de mountainbikers een paar maal bijna voorbij. Met de fiets ben je in een dergelijk terrein zelfs langzamer dan een wandelaar. We komen aan bij Echelles de la Mort. Het gebied dankt zijn naam aan het gevaarlijke terrein. Vroeger zijn hier mensen van de rotsen naar beneden gevallen. Nu een afdaling met ijzeren ladders en steile natuurlijke trappen. Over een asfaltweg lopen we naar Refrain. Hier is een stuwdam voor het opwekken van elektriciteit. We vervolgen onze route over een bospad langs het stuwmeer naar Biaufond. Bij barrage du Refrain is een grensovergang naar Zwitserland. We horen de koeienbellen van de koeien die over de alpenweide wandelen. In de verte horen we een hoorn. Verder is er vooral rust van de natuur. We lopen verder over een mooi pad vlak langs de rivier. De zon schijnt tussen de wolken. Bij hotel van La Rasse gaan we van de route naar Maison Monsier. 15 minuten over de grens in Zwitserland. Hier slapen we in een Dortoir: een grote slaapkamer met wasgelegenheid. Douchen kan in het naastgelegen hotel. Er is plaats voor 30 personen. Er slapen er vandaag 18. De lucht betrekt. Er komen donkere wolken opzetten. Het ziet er wel mooi en Zwitsers uit. De rivier is hier breed. Het lijkt wel een meertje. Om zeven uur is er een heuse wolkbreuk. Nadien koken we buiten zelf ons eten. ‘s Avonds drinken we nog wat in het restaurant van het hotel.

Dag 56
Zondag 4 augustus 2002
La Rasse (610 meter)– Villers le lac (750 meter)

Vincent gebruikt oordopjes tegen het snurken van anderen in het slaapvertrek. In stilte, om de rest niet te storen, pakken we de rugzak in het voorportaal in. We ontbijten buiten aan een grote picknickbank voor het hotel. Even na achten zijn we weer op Franse bodem bij hotel La Rasse en wandelen over het pad langs de rivier verder. Het pad is eerst nog vlak. Na de afslag van de variant naar Sentier Bonapart naar een plateau wordt het slechter. Grote stenen maken het pad ongelijk. Het pad gaat ons vervelen. Het ligt wel leuk aan de rivier, maar je moet weer constant kijken waar je je voeten neer zet. Geen tijd om van de omgeving te genieten. Het gras en de takken langs het pad zijn vochtig van de regen en de dauw. We worden zo uiteindelijk nog redelijk nat. We komen nog wel langs een paar abri’s die goed voor een overnachting te gebruiken zijn. Deze overnachtingsmogelijkheden staan niet in het routeboekje. Het regent ook nog het laatste stuk, dus de regenponcho kan weer aan. Het duurt twee en een half uur voordat we bij een volgend stuwmeer bij Chatelot komen. We lopen langs dit stuwmeer naar Saut du Doubs. Dit is een flinke stroomversnelling in de rivier met een forse waterval. Het is te mistig om een mooie foto te maken. Het is hier toeristisch ingesteld. Er zijn hier veel dagjesmensen. Bij een picknickbank met een prachtig uitzicht over de rivier lunchen we. Als we verder lopen komt er een zelfde wolkbreuk als gisteravond over ons heen. Vanaf Sant du Doubs lopen we over een asfaltweg naar Villers le lac (750 meter). Onderweg is het even droog. Als we in het dorp zijn begint het opnieuw behoorlijk te regenen. De dichtsbijzijnde gîte is 5 à 6 km verderop. Dus toch maar een camping. Als we er om vier uur aankomen is het droog. Het is een onbemande gemeente camping. We zetten de tent op een grasveldje met wat bomen. In het bijhorende gebouw met toilet is ook een picknickzaaltje. Hier kunnen we onze vieze en natte kleding uithangen om te drogen. Na een heerlijke douche gaan we terug naar het dorp. Er is daar een bakker toevallig op deze zondag open. Zo kunnen we toch nog wat te drinken en eten kopen. Er komen ’s avonds op de camping nog een paar tenten en campers aan. Wij zitten veelal op het bankje van de receptie, een klein houten gebouwtje. Er komt niemand het staangeld voor de tent ophalen.

Maandag 5 augustus 2002
We liften naar Monteau waar een treinstation is. In Frankrijk krijg je nog redelijk gemakkelijk een lift. Een jonge vrouw van tussen de 20 en de 25 jaar neemt ons in de auto van haar vader mee en zet ons af bij het station. Ze spreekt redelijk goed Engels. Bij het station moeten we twee uur wachten tot half twaalf voordat de trein naar Besançon. Na een paar maal overstappen, komen we om half zeven ’s avonds in Barr aan. Onze auto staat nog op het station…..

GR 5 Nyon
We zijn van 6 juni tot 14 juni 2003 in totaal 7 dagen gaan wandelen.

Tussen de Vogezen en de Alpen ligt de Jura. De Jura is een gebied met laaggebergte. De GR route golft wat van dal naar bergkam. Er is regelmatig water in riviertjes en meren. De Doubs vindt hier zijn oorsprong bij Mouthe. Lage plateaus, bergweiden van de Risoux. Enorme bossen van eiken en beuken, valleien en scherpe bergkammen.

Ons startpunt is Villers le lac en Nyon ons eindpunt

angegeven aantal uur

Zwaarte van de route
Hoogtes liggen tussen de 800 en 1400 meter. We wandelen meestal rond de 1000 meter. Eén keer iets meer dan 400 meter klimmen. Verder gaat het glooiend op een enkele korte en ferme klim na. Bomen zorgen voor de nodige schaduw.

Openbaar vervoer
Plannen waar je begint en eindigt. www.bahn.de is een gemakkelijke link hiervoor. Je zit wel in een uithoek en op de grens met Zwitserland. Het Zwitserse en Franse openbare vervoer sluit niet altijd op elkaar aan. We reisden met de auto via Duitsland en Zwitserland naar Nyon bij het meer van Genève. Met de trein naar le Locle (CH) en liftend de Franse grens over.

We starten iedere morgen om 07.00 uur omdat het overdag nogal warm wordt, tussen de 25 en 30 graden. Tussendoor hebben we 1,5 dag rust genomen.

Bevoorrading is redelijk goed. In de toeristische plaatsen zijn winkels, bakkers, supermarkten, pinautomaten etc.

Overnachting
Er zijn hier voldoende overnachtingsmogelijkheden. Van camping tot hotel. Wij zijn uitgegaan van de in het route aangeven mogelijkheden. Dit was zelfs genoeg om een goede planning te maken. Wild kamperen is ook hier zeer goed mogelijk.

Villers le Lac – Nyon De jura van Frankrijk en Zwitserland

6 juni 2003 Voorbereiding
Rugzak inpakken natuurlijk. We plannen de route voor de auto met ANWB routeplanner. De mogelijkheden van het reizen per trein bekijken we op www.Bahn.de naar Villers le Lac.

Om 4 uur vertrekken we vanuit Keldonk. Bij Venlo de grens over naar Duitsland over de A61, Koblenz en Karlsruhe naar Basel waar we aan de grens met Zwitserland een tolvignet kopen. We geven € 30,00 en krijgen nog een paar franken terug. Volgens de routeplanner van de ANWB blijkt deze route sneller dan over Frankrijk. Dit omdat Nyon ver van de Franse snelwegen vandaan ligt. 5 minuten later dan dat de routeplanner aangeeft zijn we in Nyon, dat in Zwitserland aan het meer van Genève ligt. Eerst verkennen we per auto het dorp. We vinden zo het station, het meer waar we aan het einde van de wandeling aankomen. En een plek waar we onze auto zonder te betalen veilig kunnen parkeren. We lopen in 15 minuten naar het station. In het centrum is het bijna overal betaald parkeren. Om kwart over twaalf kopen we een kaartje naar Le Locle. Kosten 80 frank voor 2 personen, bijna 60 Euro. Er is vandaag een staking in het Franse openbaarvervoer. We hebben dus geluk dat we via Zwitserland kunnen reizen en dat dit ook de snelste route is. We hebben nog tijd om wat te eten en rond te neuzen in Nyon, omdat de trein om twee uur pas vertrekt. Zwitserland is gewoon heel duur voor onze begrippen. Twee belegde stokbroodjes en wat water kosten bijna 10 Euro. Om 14 uur vertrekken we met de trein. Via Neuchatel waar we overstappen komen we om tien voor vier in Le Locle (gare) aan. We verlaten het kleine stationnetje en dalen een trap af richting het centrum van het Zwitserse dorpje. Even verderop proberen we een lift te krijgen naar Villers le Lac, 8 kilometer verder. Na 5 minuten hebben we al een lift te pakken. De grote hond die op de achterbank ligt moet wat plaats voor ons maken. We praten met de chauffeur in het Engels. Hij is een fransman die in Zwitserland werkt en woont, maar zijn boodschappen in Frankrijk doet, omdat het daar veel goedkoper is. Op onze vraag weet hij ook te vertellen dat Martin Verkerk op het tennistoernooi van Roland Garros de halve finale heeft gewonnen en dus zondagmiddag in de finale staat. We zijn beide fervente tennisfans. Onderweg betrekt de lucht en het wordt heel erg donker. Er valt een hevige onweersbui. De regen valt met bakken uit de lucht. Als we bijna in Villers le Lac zijn wordt het even droog. We stappen 150 meter vanaf de camping uit de auto en bedanken de fransman voor de lift. Bij aankomst blijkt de camping waar we vorige keer ook geslapen hebben dicht. De deuren van het sanitair zijn gesloten evenals de zitruimte. Een teleurstelling. Maar voordat we het bekeken hebben begint het weer te stortregenen. We nemen plaats op de tribune, onder het afdak. De tribune.Eerst heeft er een voetbalveld voor gelegen nu ligt er een parkeerplaats. We zien het water van de 50 meter verder staande sporthal afstorten. Er zijn koks in de keuken aan het werk. We halen daar, als het minder regent, water. Zo kunnen we alvast koken en eten. Tegen de avond klaart het langzaam op. We zetten onze tent op dezelfde plaats als de vorige keer en lopen even naar het dorp. In een bar zien we nog wat tennis op TV. Ferrero (Spanjaard) wordt de tegenstander van Martin Verkerk in de finale. Zondag dus proberen te kijken. ’s Avonds drinken we weer koffie bij het houten receptiehutje. De zon schijnt nu weer overmatig. Alles kan zo goed drogen.

Dag 57
7 juni 2003
Villers le lac 750 meter Les Alliés 950 meter 8.15 uur

Als we opstaan is het mistig (15 °C). Een uur later lopen we over de route de camping af en verlaten Villers le lac. We klimmen boven de mist, die in het dal hangt, uit. Dit is elke keer weer een gewaarwording. In de mist is het triestig, alsof we de hele dag in de mist moeten lopen. Net er boven schijnt de zon en schitteren de druppels op het natte gras. In Le Prelot komen we weer bij bij wat huizen. We klimmen naar Sur la Roche op 1140 meter. We lopen regelmatig op en soms over de grens met Zwitserland. Er staan grensstenen. Hier en daar is een muurtje van grote keien aangelegd om de grens te markeren. We lopen voornamelijk door het bos over een bergkam. Opeens staat Jeannette verstokt en roept heel hard: “Vincent”!!. Er beweegt iets groots in het bos. Het lijken wel grote honden die met een snelheid op haar af komen lopen. De twee roodbruine dieren lopen passeren ons pad op 5 meter afstand en verdwijnen in het bos. We denken dat het vossen zijn, al komen ze daarvoor te agressief en te groot voor over. Maar ja, wat moet het anders zijn. Opgelucht en nog levend lopen we verder. We lunchen vlak bij le Niddu Fol op een paar boomstammen. We lopen vooral over grind en asfaltweggetjes. Grenspaal 29.Er zijn varianten van de GR 5 uitgezet, omdat op de normale GR hier de komende uren geen bevoorrading is. We hebben voor de eerste dagen voldoende bij ons. Zuurdesembrood, wortelstamppot en gedroogde boerenkool, puree in poedervorm en bijvoorbeeld foliepak vlees. ’s Middags zien we stapelwolken in de lucht verschijnen die zich samenpakken en uitmonden in een flinke onweersbui. Met de regenponcho aan lopen we verder. Onderweg, in de regen vragen we water bij een Zwitserse vrouw, om onze dorst te lessen. We lopen dan op 1200 meter. Nog voordat we in Alliés zijn, is het alweer droog. We willen in de plaatselijke gîte slapen. Deze bevindt zich achter in het gemeentehuis. Een groep heeft deze accommodatie in zijn geheel gehuurd. We kunnen er niet meer bij. Het weer begint te verbeteren. We vragen in het dorpje (ongeveer 10 huizen) naar een ander onderkomen. Die is er volgens een jongeman niet. Net buiten het dorp is wel een picknickbank met een waterbak waar water uit stroomt. Hier zetten we onze tent dan maar op. We wassen on zelf met water uit de waterbak. Om zeven uur begint zelfs de zon te schijnen. Langs ons plekje stroomt een beekje. In de verte zijn bellen te horen van grazende koeien. We koken en eten aan de picknicktafel. We zijn wel moe van de zware dag. We zijn in totaal 9 uur onderweg geweest.

Dag 58
8 juni 2003
Les Alliés 950 Malbuisson 890 meter

We staan vroeg op. We willen op de camping in Malbuisson, Verkerk nog zien tennissen in de finale van Roland Garros, als ze tenminste een TV hebben. We verlaten het dorpje en lopen afwisselend over asfalt/grindpaden en door bos. Hier en daar staat een boerderij, zo weinig dat de namen van de boerderijen allemaal in het boekje staan aangegeven. Het landschap is glooiend. Eerst 200 meter klimmen, dan weer 100 meter afdalen. We blijven zoals veelal in de Jura, rond de 1000 m hoogte. Ook zien we op eerste pinksterdag regelmatig mountainbikers en hardlopers. Bij Fort Maler drinken we koffie. Na Le Angels klimmen we naar 1000 meter. Een loodzware klim met gladde rotsen en stenen. De zon schijnt ook flink. Net voor Chaon zien we het meer; lac St. Point vanuit de verte liggen. We denken er dan bijna te zijn maar klimmen nog van 800 meter naar 1000 meter. Het blijft maar klimmen en dalen. We hebben wel regelmatig een mooi uitzicht over het meer. Uiteindelijk zijn we net na drie uur bij de camping, Les Fuvettes. Een 3 sterrencamping aan het meer. In de bar zien we op TV dat de tennispartij net begonnen is. We zetten de tent op en gaan douchen. In de 2e set pakken we de wedstrijd op. Helaas verliest Verkerk in 3 sets van Ferrero. Het waait buiten wel lekker. Met wat zon zorgt die dat alle spullen weer goed droog worden. We dineren buiten op het terras van het restaurantje van de camping. Het is net even boven de 25 graden, wel goed te hebben. Als we willen afrekenen begint het wat te regenen. De wolken waren eigenlijk al over gewaaid. We lopen een keer naar het meer. Het is relatief druk op de camping i.v.m. Pinksteren. Kinderen spelen, gezinnen barbecuen. Na intern overleg besluiten we om hier nog een dag te blijven. Het is hier mooi en het weer is goed.

9 juni 2003
Maandag 2e pinksterdag. We slapen uit tot 9 uur en ontbijten bij de tent. Er zijn gezinnen die gaan inpakken en vandaag gaan vertrekken. Hun vakantie zit er weer op. Er zijn hier bijna geen Nederlandse gezinnen. We lopen naar het dorp om boodschappen te doen. De winkels zijn hier vandaag net als op zondag open. Wel gemakkelijk. De wasbenzine is helaas uitverkocht. Deze brandstof voor onze brander is in de winkels moeilijk aan te komen. Wel in de tankstations, maar die is er in het dorp geen. ’s Middags liggen we lekker op een grasveld aan het meer. Er zijn gezellig wat mensen. Fransozen komen picknicken en gaan weer, andere komen waterfietsen of komen uitrusten na een rit op een warme motor of met een auto wat afkoeling zoeken. Wel lekker zo’n rustdag. ’s Avonds blijft het als uitzondering een keer droog. De camping is dan al wel aan het leegstromen. Voor vele vakantiegangers zitten er de vrije (Pinkster) dagen weer op en vertrekken naar huis.

Dag 59
10 juni 2003
Malbuisson- les Hôpitaux Neufs 8.55 uur

Na het ontbijt vertrekken we om 9.30 uur. We hebben alle tijd, vandaag staat er maar 2 ½ uur op de planning. We hebben berekend dat we zo (waarschijnlijk) goed uitkomen met overnachtingen. We hebben nog 4 dagen van ongeveer 6 uur over. We lopen terug naar de route en stijgen naar 1011 meter. We drinken koffie in een overdekt hutje met een kraan waar bergwater uitloopt. Het is non potable (niet drinkbaar). Onze stops zijn vandaag ook langer. Het terrein golft wat op en neer. We lopen een tijd pal langs een spoorlijn, over zeer grof grind. Rond de middag zijn we al in Hôpitaux Neufs, een wintersport plaatsje. Vandaar dat het ook allerlei voorzieningen heeft. Winkels, restaurants, tankstation en een toeristische trein. Treinen.We zien net de op diesel gestookte trein vertrekken, met mensen achter de gedekte tafels. De winkels zijn tussen 12.00 uur en 15.00 uur dicht. We lopen naar de camping. De receptie van de camping is ook nog dicht. We zetten onze tent alvast op en gaan douchen. Er zijn nog een paar campingbewoners. De zon schijnt volop. We nemen een plek in de schaduw van een paar grote bomen. Na de lunch en een flinke pauze gaan we om 14.30 uur kijken in het centrum. Bij de Petit Casino hebben ze ook geen wasbenzine. Dan maar bij het elf benzinestation. Hier moet je minstens 5 liter afnemen, de man deed daar nogal moeilijk over. Hij vertelde dat er 600 m verder een supermarkt met benzinestation is. 300 m verderop vinden we de supermarche. Hier tanken we met euroloodvrij onze brandstoffles vol voor € 0,36. Daar ook boodschappen gedaan. We lopen verder naar het dorpje, zitten een tijdje op een bankje en bekijken de plaatselijke kerk We sturen een kaart naar ons petekind Tjeu en gaan terug naar de camping. De receptie van de camping gaat vandaag niet meer open, morgen ook niet. Betalen zullen we dus ook wel niet meer kunnen. ’s Avonds eten we in een Italiaans restaurantje. Het is dan nog 24 graden met een beetje wind. De eigenaar van de camping maakt ’s avonds nog een ronde over de camping, zodat we alsnog af kunnen rekenen. We spelen nog een spelletje Carcasonne en gaan om 22.00 uur slapen.

Dag 60
11 juni 2003
Le Hopitaux Neufs 990 meter – Mouthe 935 meter

We beginnen met een klim naar iets boven de 1400 meter. In het begin van de klim zijn vele picknickbankjes waarbij goed wild gekampeerd kan worden, er is geen stromend water. We klimmen naast een parcours waar ze met mountainbikes naar beneden kunnen spurten en met een stoeltjeslift weer naar boven worden gebracht. Er zijn allerlei bruggetjes en stootkussens. Er is vandaag geen activiteit. We lopen over een afwisselend terrein naar de top van Le Morond. We dalen 80 meter om deze weer te klimmen naar een rotsenformatie van Le MondtRotsenformatie van Le Mondt d’Or d’Or. Het is weer een warme dag, ± 26 graden. We dalen langzaam maar zeker over koeienweides en door bos. Een simpele schuur heet hier dan meteen een chalet. Op een enkel restaurant na komen we niets tegen. Bij een houthakkershut nemen we pauze en drinken koffie. We dalen steeds verder. Een half uur voordat we op de camping in Mouthe (935 meter) zijn lunchen we op een boomstammetje. De zon schijnt scherp. Op de camping aangekomen (het is vooral een (saaie) wintercamping met een 10-tal plaatsen met gras) zoeken we verkoeling bij het achterliggende riviertje de Doubs. De rivier ontspringt 200 meter verderop uit een bron. We verdoen onze tijd bij een picknickbankje dat vlak bij de rivier staat. Er komen meer mensen om de koelte van de rivier op te zoeken. Drie Franse stellen met kinderen komen picknicken op en bij een bank. Ze spelen, eten stokbrood, kaas en paté. Wijn en bier worden gekoeld in de rivier. De zon zakt achter het bergje om 21.15 uur. Er is geen wind, we horen het gekabbel van de achterliggende rivier. ’s Avonds kleuren de wolken prachtig roze.

Dag 61
12 juni 2003
Mouthe 935 meter – Chapelle des Bois 1084 meter

We ontbijten om kwart voor zeven bij de rivier op een picknickbankje en vervolgen onze route naar het dorpje Mouthe. De zon komt net achter de berg vandaan. Over het fietspad wat achter de camping doorloopt hebben we uitzicht op het dorpje en de Doubs (foto). Het valt ons op dat hier de daken steeds vaker van ijzeren platen zijn gemaakt. De meeste platen zijn aan het roesten. We lopen het dorp uit en passeren meteen de douane. Er zit niemand in het hokje. In de zon is het nu al heet. Gelukkig lopen we al snel het schaduwrijke bos in naar Chaux-neuve (1009 meter). Hier proberen we in een telefooncel naar het thuisfront te bellen. Toch eens horen hoe het daar is. Helaas wordt er niet opgenomen. We maken in het dorp op een bankje koffie. Het is dan 09.00 uur en toch al zo’n 26 graden in de schaduw. Kinderen spelen in de speeltuin. Doordat we veel in de schaduw kunnen klimmen naar 1212 meter hebben we niet veel last van de hitte. Het gebied rondom Mouthe is volgens het routeboekje in de winter het koudste gebied van heel Frankrijk. Het is hier in de winter regelmatig -30 graden. In 1888 was het ooit -48 graden. Ze noemen het hier dan ook klein Siberië. We dalen af richting Chapelle des Bois. De zon blijft sterk schijnen. We zoeken een plekje voor de lunch. We lopen een boom met stenen voorbij. Er staat een schuurtje in een weide, 40 meter vanaf de route. Een hekje waar wij wel en koeien niet overheen kunnen.De achterdeur kan open. Er staan 4 tuinstoelen in. We zetten deze in de schaduw. Als de thee net klaar is komen er koeien in onze richting lopen. We denken dat ze gedreven worden, maar de ± 30 koeien lopen de schuur voorbij zonder begeleiding. We zetten de stoelen terug in de schuur en lopen het laatste stukje naar Chapelle des Bois. Er komt al meer bewolking. Bij de Gîte d’etappe slapen we in het dortoir. Dit is een grote slaapzaal, voor € 9,45 p.p. kunnen we er een nachtje blijven. Ze hebben zelfs een sauna. We doen wat inkopen in het winkeltje, wat lager in het dorp. We kijken tegen een steile rotswand aan waar we morgen naar boven moeten. Er staat een groot kruis bovenop de berg. Het dondert en bliksemt in de verte. Chapelle des Bois blijft voor de onweer en de regen bespaart. Het koelt hierdoor wel lekker af. Onder in het gebouw hebben we een gezamenlijke keuken. We zitten een tijdje buiten op een picknickbankje. De tent en kleding hangen te drogen. We koken onze maaltijd in het keukentje en eten het buiten op. Ondertussen komen er vier Zwitsers die ook in de slaapzaal slapen. We ruimen de tent en kleding op. Als we dan om 19.30 uur buiten gaan zitten zijn er twee Duitsers aangekomen. Ze lopen ook delen van de GR 5. We gebruiken de engelse taal om het elkaar verstaanbaar te maken. Ze vertellen dat ze vanmiddag wel door de regen en onweer hebben gelopen. Morgen stoppen ze in Les Rousses om weer terug te reizen naar hun auto. In 20.00 uur begint het buiten hard te waaien, zodat we naar binnen gaan. De lucht blijft relatief warm. Om 22.30 uur gaan we naar bed. De Zwitsers hebben nog even wat herrie. ’s Nachts begint er één te snurken. Vincent doet het bedlampje aan en gooit een kussen dat over is naar hem toe. Even later stopt het snurken.

Dag 62
13 juni 2003
Chapelle de Bois (1080 meter) – Bief de la Chaille (1041 meter)

Omdat we geen tent hoeven in te pakken gaat de wekker om 06.30 uur. We nemen alles mee naar de keuken beneden, zodat de vier Zwitsers geen last van ons hebben. Om even over zeven kiezen we het pad naar het dorp en dan de steile bergwand op. De zon is nog achter de berg. Er is ook nog wat bewolking. Onderweg naar het grote kruis wat je vanaf het dorp goed kon zien, ontdekken we een Gems. Hij (of zij) ziet ons ook, maar blijft toch nog even staan voor een foto. Bij het kruis aangekomen (1325 m), hebben we uitzicht over de omgeving waar we gisteren gelopen hebben. Vier km verderop bij La Roch Bernard (1289 m) nemen we een waterpauze, het is gelukkig niet zo warm als gisteren. We stijgen nog verder tot 1350 meter. Bij de in het routeboekje aangegeven abri zien we net de wandelaars die gisteren ook in de winkel waren vertrekken. Ze hebben in de abri overnacht. Nadien lopen we veeltijds over een breed grindpad. Bij een koffiepauze halen de abri-overnachters ons in. Wij even later hun weer. We praten even wat. Het zijn Belgen en spreken Nederlands. Zij wandelen nu vier dagen over de GR 5. Ze willen vandaag ook lopen tot in Les Rousses. Na een tijdje lopen we door omdat ons tempo wat hoger is. Het blijft voornamelijk een breed grindpad met soms een bospad tot aan Les Rousses. In Les Rousses komen we eigenlijk niet door het dorp, alleen langs een paar huizen. Het is 13.00 uur en we willen pauzeren om te lunchen. Dit doen we bij een speelplaats. Eerst is de zon nog achter de wolken, als de zon te voorschijn komt is het wel erg heet op het bankje. We lopen weer door en zien pas na een aantal km’s dat we de verkeerde richting uit lopen. Achteraf blijkt dat we net voor Les Rousses de GR 559 zijn gaan volgen richting het noordwesten, terwijl we naar het zuiden moesten. Voordat we weten waar we zijn en weer terug zijn op het goede pad zijn we 4 a 5 km en meer dan een uur verder. Het dorp hebben we compleet gemist. Voor ons dus geen winkels en geen terras. Om 15.30 uur komen we aan bij de jeugdherberg van Bief de la Chaille. We moeten nog een half uurtje wachten omdat de eigenaresse nog even met de auto weg moet. Eigenlijk mogen we pas om 17.00 uur naar binnen, maar om 16.00 uur kunnen we toch onze slaapkamer al in. De eigenaresse spreekt goed Nederlands. Het is een Française die getrouwd is met een Nederlander. We betalen € 20,– voor de nacht. Even later komen ook de twee abri-overnachters aanzetten bij de auberge de jeunesse. Ze wilden eigenlijk toch doorlopen naar la Cure om daar een trein te nemen. Ze zijn doodop en kunnen vandaag niet meer verder. Buiten regent en onweert het een uurtje. Na een lekkere douche kunnen we weer buiten zitten. De eigenaresse vertelt dat het normaal in juni nooit zo warm is. De bevolking hier heeft zelf ook last van de hitte. Het dorpje bestaat uit een paar huizen en boerderijen, er is geen kerk of centrum. De gebouwen liggen aan een lange slingerende weg. De weiden en bomen zijn wat het meeste opvalt. ’s Avonds komt er nog een vrouw op de fiets in de jeugdherberg bij. ’s Avonds zitten we samen met de Belgen in de eetzaal. We wisselen wat ervaringen uit. Zij lopen telkens stukken van de GR 5, maar vooral de mooie trajecten. We vertellen op verzoek over de Alpen, waar ze de volgende keer willen wandelen. Met een borrel Jägermeister nemen we afscheid.

 

 

 

 

 

Dag 63
14 juni 2003
Bief de la Chaille (1041 meter) – Nyon (375 meter)

We klimmen via een asfaltweg naar de grens met Zwitserland, die we oversteken. Na de grens wordt de rood/witte markering vervangen door gele bordje met “Tourisme pedestre” erop. Er is meteen een omleiding van de route, door het bos en later door een weiland. Vaak lopen we door het dal met hoger op de bergjes wat bos. Vanaf 1250 meter gaan we afdalen. In Saint Gergue nemen we een koffiepauze, daarna gaat het snel naar beneden. De verharde weg loopt met haarspeldbochten om ons heen. Ons pad gaat rechtdoor naar beneden en kruist telkens de asfaltweg. In de verte zien we het meer van Genève al liggen. Het laatste stuk naar Nyon lopen we over een asfaltweg. Het is weer warm, heet zelfs, 29 graden. We lopen Nyon binnen, ons eindpunt voor deze wandeltocht. Om 13.00 uur zijn we bij het meer. We lunchen op een bank vlak bij de plek waar de boot vertrekt naar de overkant van het meer, waar de route weer verder richting de Alpen loopt. We lopen terug naar de auto en rijden weer naar Nederland.

Geef een reactie