Kaartje IJsland
Klik op kaartje voor interactieve map van onze route in IJsland

IJsland
Rondje over de onverharde wegen

IJsland
2 – 31 juli 2021

Een lang gekoesterde wens gaat in vervulling: fietsen op IJsland. We rekenen op relatief koud weer (12–17 graden), veel wind en regelmatig regen. We worden getrakteerd op bijna het tegenovergestelde. Lekker weer met zon, vaak fietsen we in korte broek, we smeren iedere dag met zonnebrand en onze dikke slaapzakken zijn eigenlijk te warm. Maar we klagen niet …

Als we landen op Keflavik airport in IJsland komen we erachter dat er op IJsland niet 1 maar 2 uur tijdsverschil is. Niet goed opgelet maar wel handig. Het is 18.00 uur plaatselijke tijd dus hebben we nog tijd genoeg om onze fietsen in elkaar te zetten en een camping te zoeken. Samen met 6 Nederlandse mountainbikers bouwen we de fietsen om bij de bikepit op het vliegveld. Mooie service, een aparte ruimte met allerlei soorten gereedschap en standaards om je fiets in te zetten.
Om 20.30 uur zijn we onderweg. We hebben nog geen exact plan. We besluiten om richting het westen te fietsen. We belanden uiteindelijk op het meeste westelijke puntje van IJsland, een kampeerplek vlak bij de vuurtoren. De zonsondergang zou hier super moeten zijn. We zien rond 23.00 uur inderdaad de zon steeds verder zakken. Het levert mooie foto’s op.
Als ik rond 2 uur een keer wakker wordt zie ik dat het nog licht is, het wordt echt niet donker in deze tijd van het jaar op IJsland.

We Beginnen…
We besluiten de volgende ochtend om via de weg langs de kust naar het zuiden te fietsen en van daaruit naar Grindavik, daar is een camping. Het is een mooie fietsdag. We pauzeren bij een kerkje waar een tent wordt opgezet voor een bruiloft die middag. Daarvoor zijn we net te vroeg. Later passeren we de gigantische breuklijn vanuit het Amerikaanse en Europese continent, die IJsland eigenlijk in tweeën deelt. Het is hier een scheur van enkele meters breed waar je doorheen kunt wandelen. Later komen we deze breuklijn nog een paar keer tegen op andere plekken. Een apart gezicht.

De lucht van rotte eieren
Vanaf Grindavik blijven we op de kustweg richting het oosten. Het is een rustige weg en dus een goed alternatief voor de veel drukkere ringweg, de “1”. Tijdens de tweede fietsdag verliest Vincent een schroefje van de spd clip onder zijn schoen. Het duurt uiteindelijk nog twee weken, voordat we in Akureyri, een passend schroefje vinden. 

Even verderop zien we voor het eerst een thermisch gebied. Op allerlei plekken komt stoom uit de grond, het ruikt er naar rotte eieren en er staat een fabriek om het hete water en de stoom om te zetten in energie. In IJsland wekt men voor 99% zelf alle elektriciteit op. 70% door de thermische gebieden die in heel IJsland te vinden zijn en de rest door waterkracht. Hier dus geen windmolens en daken vol zonnepanelen.

Pingvellir
Vanuit Selfoss vinden we een mooi rustig weggetje wat ons naar het nationaal park Pingvellir brengt. We blijven daar een dag om te wandelen. Op de camping treffen we een aantal Duitse fietsers en twee Deense vissers. Leuk om te kletsen en verhalen uit te wisselen. Voor vertrek hebben we nog geen route bedacht, we willen ons vooral laten leiden door het weer; zo weinig mogelijk regen en tegenwind. We willen ook graag via één van de twee doorgaande en onverharde wegen door het binnenland fietsen. De meest aansprekende en ook de zwaarste is de F26, de Sprengisandur. Helaas is die weg nog niet open. De weersvooruitzichten zijn goed dus daarom kiezen we ervoor om via de F35, de Kjölur, door het binnenland te fietsen. Het is een onverharde weg met een lengte van 200 km, er zijn bruggen om rivieren over te steken en er zijn een paar hutten met kampeermogelijkheden. We vertrekken richting Geysir en de Gulfoss waterval. We doen eerst inkopen voor de komende vijf dagen. Voornamelijk brood, beleg, pasta, tonijn, bonen in blik, tomatensaus en koekjes. Het past allemaal net in de tas en we zijn er helemaal klaar voor. Aan het einde van de dag komen we aan bij de Geysir geiser. Een indrukwekkend gezicht, de geiser spuit iedere 4 tot 8 minuten tot 35 m hoogte. We kamperen op de naastgelegen camping. We treffen daar de ouders van een collega van Jeannette. We wisten dat ze tegelijk met ons op IJsland zouden zijn en dat ze in een zelfde VW camperbusje rijden als we zelf ook hebben. Toch is het super toevallig als we ze ook daadwerkelijk tegen komen.

Keuken
Het fietsen gaat tot nu toe super goed. Erg hoog zijn de bergen hier niet, het klimmen gaat vaak geleidelijk, afgewisseld met korte venijnige klimmetjes tot 12%. De asfaltwegen zijn overal goed en we worden iedere dag sterker. We hadden verwacht dat alle campings een kookgelegenheid zouden hebben en ook een ruimte om binnen te zitten. Helaas blijkt dat niet zo te zijn. Bijna geen enkele camping heeft dergelijke voorzieningen. Gelukkig is het weer erg goed dus hebben we daar niet zoveel last van.

Gulfoss waterval
De volgende dag komen we na 10 km fietsen aan bij de Gulfoss waterval. Wat een indrukwekkend gezicht. Na de waterval kunnen we nog ongeveer 15 km genieten van asfalt en dan gaat de Kjölur over in een onverharde weg. We stoppen om lucht uit onze banden te laten, zodat ze wat meer grip hebben op alle losliggende stenen. We komen steeds meer tussen de bergen, die hier vooral bestaan uit zwart lava gesteente. Op de achtergrond zien we aan beide zijden van de weg de gletsjers liggen. Een mooi contrast. We overnachten bij een hut waar we onze tent op mogen zetten. Het motregent ’s avonds een klein beetje. Gelukkig mogen we binnen zitten in de hut.

Hotspring als beloning
Op dag twee op de Kjölur willen we een afslag nemen naar Kerlingarfljoll. Het is een hut aan het einde van een weg met een lengte van 10 km. Het schijnt een mooie plek te zijn. Het is in totaal 40 km fietsen. Dat lijkt niet heel veel. Toch hebben we daar de hele dag voor nodig. Vooral de laatste 10 km zijn erg zwaar. Steile klimmen en veel rollende stenen maken het moeilijk om overeind te blijven. Een paar keer moeten we lopen en de fiets duwen. Als we over de laatste heuvel komen weten we dat we er goed aan hebben gedaan om hier naar toe te gaan. Een mooi uitzicht over een aantal verschillende hutten met daarvoor een mooi vlak terrein voor tenten. Op 20 minuten lopen van de kampeerplek is een natuurlijke hotspring waar we natuurlijk even in gaan zitten.

 

Hveravellir
De volgende dag weten we wat ons te wachten staat de eerste 10 km, de weg terug die we gisteren gekomen zijn. Dan nog 35 km om uit te komen bij Hveravellir. Alweer een hut met kampeermogelijkheid en ook hier een natuurlijke hotspring. Er is weer allerlei thermische activiteit met de nodige borrelingen, meertjes en stomende openingen in de grond. Heel apart om te zien. Natuurlijk gaat dit alles weer vergezeld van de ons al bekende rotte eieren lucht.

Wasbord
Dag 4 op de Kjölur brengt ons naar de laatste hut: Afangi. Het fietsen wordt er niet makkelijker op, dit deel heeft vooral veel wasbordribbels. Alles, inclusief wij zelf, wordt door elkaar geschud. Je snapt soms niet dat alles op de fiets blijft zitten en ook nog allemaal heel blijft. Gelukkig is dat wel zo. Na Afangi wordt de weg iets beter. Na 40 km bereiken we het asfalt. Wat is dat heerlijk om te fietsen. Uiteindelijk komen we uit op de ringweg, nummer 1. Daar mogen we meteen 300 m klimmen, een klim met een lengte van 8 km, onze langste klim tot dat moment. Vanochtend gingen we op de eerste klim met een snelheid van 4,6 km per uur naar boven. Nu gaan we met een snelheid van 71,4 km per uur naar beneden …

Varmahlid
We komen aan in Varmahlid. Het blijkt niet veel meer te zijn dan een tankstation, supermarkt, eetgelegenheid, zwembad en camping. Precies genoeg voor ons, met de supermarkt en de camping zijn we blij. We wassen het stof van de fietsen en de tassen, stoppen al onze kleding in de wasmachine en nemen zelf ook een douche. We treffen hier Tim en Tracy uit Amerika*. Ze fietsen drie weken door IJsland en leggen grote afstanden af, vaak boven de 100 km per dag. We wisselen ervaringen uit en kletsen nog lang met Tracy. Tim en Tracy hebben ook nog geen vastomlijnd plan en we besluiten allemaal om morgen via de noordelijke kustroute met een omweg naar Akureyri te gaan. Dat betekend dat we door een aantal tunnels zullen fietsen. We gaan zien wat dat wordt.

*We houden na deze reis contact en tijdens onze fietsreis van een jaar (2023) ontmoeten we Tim en Tracy opnieuw in Thessaloniki, Griekenland.

Camping is gesloten
We vertrekken de volgende dag in noordelijke richting en genieten van het uitzicht op het fjord met een strook landbouw en op de achtergrond de bergen. We fietsen constant langs de zee. De beoogde camping blijkt gesloten en wild kamperen is hier geen optie omdat er alleen maar agrarische percelen zijn. Uiteindelijk komen we uit bij een guesthouse. We mogen op het gazon van het privéhuis van de eigenaresse staan. We mogen haar luxe badkamer gebruiken, ze vult de hottub voor ons en we krijgen grote zachte handdoeken. Wat een luxe op een onverwachte plek. We worden ook nog uitgenodigd voor het ontbijt in het guesthouse. Dat blijkt enorm uitgebreid te zijn, met o.a. pancakes. We genieten er van.

Akureyi
Vandaag zullen we vier tunnels passeren met een totale lengte van 16 km. Ze zijn 1, 4, 7 en 4 km lang. Het valt allemaal reuze mee. We hebben licht aan en een veiligheidsvestje. De auto’s houden goed rekening met ons. Daarom voelen we ons redelijk veilig. Die middag hebben we voor het eerst regen. Het voordeel is dat het in een tunnel niet regent… Het is dan nog maar 45 km naar Akureyri. Helaas hebben we storm tegen. We komen af en toe amper vooruit en we komen dan ook pas rond drie uur in Akureyri aan. Hier kunnen we uiteindelijk het schroefje kopen voor de spd clip voor de schoen van Vincent. Kan hij ook weer fijn fietsen. We doen inkopen bij de supermarkt en gaan naar de camping midden in het centrum. Om er te komen moeten we zo’n steile heuvel op dat we moeten lopen en de fiets moeten duwen. Dat lukt even niet meer na al die wind van vandaag.

Rust
We nemen hier een rustdag en gebruiken die om een plan te maken voor de laatste twee weken van onze vakantie. De weersvoorspelling is gunstig. We hebben allerlei ideeën. We besluiten uiteindelijk om morgen richting de Sprengisandur te gaan. Dat is de andere, en veel zwaardere, weg die dwars door het binnenland loopt. Hij is 250 km lang, onverhard, geen campings en ook geen bruggen. Dat wordt dus waden door de rivieren. We zijn erg benieuwd hoe het zal gaan.

Godafoss waterval
We vertrekken vanuit Akureyri en mogen meteen een lusje maken van 20 km omdat de nieuwe tunnel verboden is voor fietsers. Een flinke klim later zijn ook wij aan de andere kant van de berg en fietsen we via ringweg 1 naar de Godafoss waterval. Niet zo groot als Gulfoss die we eerder al hebben gezien maar wel weer erg mooi. En het is voor ons precies een kilometer omfietsen over vlakke weg, dus ook dat is prima te doen.

We fietsen terug naar de afslag en de weg wordt meteen onverhard. We laten weer lucht uit de banden voor wat meer fietscomfort en leggen de eerste 25 km op de Sprengisandur in stralend weer af. We komen bij een camping waar we de tent op mogen zetten op een grasveld en waar ze een heerlijke douche hebben. Naar beide zullen we de komende dagen nog terug verlangen. Vol goede moed vertrekken we de volgende dag ook weer met stralend weer. De weg valt niet mee, die is heel erg stoffig, er liggen veel stenen en er duiken soms uit het niets zandige stukken op waar je met je wiel in blijft steken. In het beste geval moet je afstappen maar een aantal keren vallen we ook gewoon om door de abrupte overgang. Er passeren nog relatief veel auto’s, die dan ook weer heel veel stof doen opwaaien. We vorderen langzaam. Zo’n beetje aan het einde van de fietsdag realiseren we ons dat we al uren geen riviertje of iets dergelijks hebben gezien waar we water uitkunnen tappen. We houden een passerende auto aan. Ze hebben voldoende drinkwater en ze vullen al onze flessen bij. Uiteindelijk vinden we een klein meertje, zo’n 400 m vanaf de weg waar we mooi uit het zicht kunnen kamperen. Het is wel allemaal zand, zand, zand. Nergens een groen stukje te bekennen. Daarom valt de tent opzetten ook niet mee, het zand is erg los. Gelukkig liggen er overal stenen, waarmee we de haringen kunnen verzwaren. Zo staat de tent uiteindelijk redelijk. Gelukkig gaat de wind wat liggen. Het zand waait overal, ook in onze bekers, onze pannetjes en het eten. Ach ja, zand schuurt de maag zullen we maar zeggen.

Sprengisandur
We slapen heerlijk en staan op tijd (6.30 uur) op om toch nog redelijk wat kilometers te maken. Gisteren waren we na 40 km doodop. Daarom vertrekken we vandaag wat vroeger om wat meer kilometers te kunnen maken. Het is vandaag meer van hetzelfde. Veel zand, veel slechte weg maar wel lekker zonnig weer. Ook vandaag steken we geen enkele rivier over en het fietsen gaat net iets sneller dan gisteren. Tegen het einde van de dag zien we een groot meer op de kaart waar we graag willen kamperen. Het meer is groot maar ligt ook dicht aan de weg. We vinden een mooi plekje, helaas niet helemaal uit het zicht. Wild kamperen is officieel verboden in Ijsland maar als je de volgende camping niet kunt bereiken dan mag het als een soort van noodgeval. Nou, de volgende camping is absoluut niet te bereiken binnen een dag dus is wildkamperen voor ons nu legaal.

Doorwaden van rivieren
Dag 3 wordt de dag van de rivieroversteken. De eerste paar zijn kleintjes en kunnen we met onze waterdichte winterfietsschoenen lopend met de fiets aan de hand passeren. Later volgen er drie oversteken waarvoor we onze schoenen en sokken uit moeten doen en de crocs aan. We brengen samen eerst de ene fiets over en daarna de andere. Het water is maximaal kniehoog en het stroomt redelijk. Samen zijn we stabieler en dat gaat eigenlijk prima. De bagage kan gewoon op de fiets blijven. Het is deze zomer best droog op Ijsland en daarom zijn de rivieren iets minder breed en minder diep dan andere jaren. Gelukje voor ons. Rond koffietijd komen we aan bij de enige hut op onze route. Daar maken we gebruik van door daar koffie en thee te drinken, naar een gewoon toilet te gaan. Er vertrekken daar net twee fietsers, ook in zuidelijke richting. Hij is een IJslander en zij komt uit Australië. Ze fietsen net iets sneller dan wij maar stoppen ook vaker. Daardoor hebben we uiteindelijk toch hetzelfde tempo en zien we elkaar vandaag en de komende dagen een aantal keren. Vanochtend zijn we ook al een fietser uit Spanje tegen gekomen. Dat zijn dan ook meteen de enige fietsers die we op de hele route hebben gezien.

Kvislavegur
Vaak houden de auto’s die ons passeren of tegenkomen echt rekening met ons door te stoppen of zo langzaam te rijden dat er weinig stof opwaait waar we doorheen moeten fietsen. Zo stopt er ook auto, draait het raampje open en spreekt ons aan. Het blijken Nederlanders te zijn die een week door Ijsland rijden met een 4×4 auto. Hij vraagt of we cola willen. “Wat zeg je, heb je cola???” Daar zeggen we geen nee tegen. We krijgen er ook nog een grote koek bij en kletsen een tijdje. Erg leuk en een welkome versnapering.
Op advies van de hutbeheerster nemen we verderop een afslag om een stuk via een andere weg te fietsen, die zou iets beter van kwaliteit zijn. Nou dat kunnen we wel gebruiken. Het is bijna niet te doen. Zoveel wasbordribbels en los zand, om moedeloos van te worden. We nemen de afslag naar de Kvislavegur. Geen officiële weg maar ze heeft ons verzekerd dat de kwaliteit goed is. Voor het eerste deel klopt dat wel, later wordt hij echt slecht. Het is al laat en we zijn moe. Het waait ondertussen erg hard. We vinden een plekje voor de tent net achter een dijk die is aangelegd voor een gletsjermeer. We nemen nog een duik in het meer om al het stof van ons af te spoelen.

Zandstralen
Op dag 4 bereiken we, net na de grootste en breedste rivieroversteek, die we dus missen, weer de Sprengisandur. Wat een verademing. We noemen het een gravelsnelweg. Natuurlijk duurt dat geluk niet heel lang en komen de losse stenen, het losse zand en de wasbordribbels weer terug. Later in de middag komt de wind weer opzetten en zijn we moe en eigenlijk ook wel klaar met deze hele weg. Het fietsen is mooi en de uitdaging is prachtig maar het begint nu wel heel veel van hetzelfde te worden. Weer alleen maar zand en nergens een groen plekje om de tent op te zetten. Uiteindelijk vinden we ook nu weer een plekje achter een soort van verhoging voor de weg. Niet ideaal maar in ieder geval redelijk uit de wind. Iedere keer als er een auto langs komt worden we een beetje gezandstraald, we beginnen er aan te wennen. We verzwaren alle haringen weer met grote stenen en zo staat de tent toch weer stevig. Dit is de eerste keer dat we geen water op onze wildkampeerplek hebben. Gelukkig hebben we een paar kilometer terug, bij een klein riviertje, onze flessen en waterzak volgetankt met water.

Einde Sprengisandur
De laatste dag op de Sprengisandur. We zijn supermoe als we wakker worden en verlangen naar het eindpunt van de route: Landmannalaugar!. Na 5 km bereiken we mooi zwart en vlak asfalt. We weten dat het maar van korte duur is dus we proberen er extra van te genieten. We slaan af naar de F208 richting Landmannalaugar. Dit is de weg die iedereen neemt om in het nationaal park te komen dus rekenen we op een redelijk goede gravelweg. Het tegendeel is waar. We starten met een paar super steile klimmen die absoluut niet te fietsen zijn. Daarna volgt er alleen maar wasbordribbels en mul zand. Het wasbord is niet te doen en het mulle zand ook niet. We duwen de fietsen meer dan we de afgelopen 5 dagen hebben gedaan. Uiteindelijk komen we na 46 km een bocht om en zien we in de verte de gebouwen en camping van Landmannalaugar: we zijn er! We komen aan bij de rivier, wat een heftige oversteek is voor de grote 4×4 wagens. Gelukkig is er voor voetgangers en fietsers een brug. Via een aantal vlonders komen we aan bij de hut en camping. We zijn echt blij dat het erop zit. Er is een groot veld met heel veel stenen met daar tussen in allemaal vlakke stukjes met fijne kiezels waar we de tent opzetten. Rondom liggen overal stenen die je rondom je tent kunt leggen tegen de wind en de grotere stenen waarmee je de haringen kunt verzwaren.

Koffie
We maken zo goed en zo kwaad als het gaat de tent een beetje schoon en ontdoen alle tassen van het ergste stof. Alles is eigenlijk te vies om aan te pakken. Als we alles zo’n beetje schoon hebben komt er een vrouw naar ons toe met koffie die ze voor ons heeft gekocht. Ze zijn ons voorbij gereden onderweg en hadden zo met ons te doen dat ze ons nu trakteert op koffie. Dat is pas een leuke oppepper.

In de avond regent het een beetje. Gelukkig is er een tent met daarin 9 picknicktafels waar we kunnen zitten en koken. We zitten aan tafel bij een aantal Nederlanders die vanaf morgen een wandeltrektocht gaan maken. Ze zijn ons vanmiddag in de bus voorbij gereden en vertellen de hele groep dat wij “die fietsers” zijn die ze vanmiddag voorbij zijn gereden. We hebben een gezellige avond met ze.

Landmannalaugar 
Landmannalaugar is een mooie plek en er heerst een goede sfeer. Daarom besluiten we om hier twee dagen te blijven. Je kunt hier prachtige wandelingen maken, van een uur tot meerdere dagen. Wij maken beide dagen een mooie wandeling en hebben het geluk dat op beide dagen de zon nog even doorkomt. Het kleurenpalet wat je hier ziet op de bergen ziet er daardoor nog veel mooier uit. Daarna is het heerlijk zitten in de hotspring. Het is een klein riviertje met heet water wat uitstroomt in een iets grotere rivier. Hoe dichter je bij de hete rivier gaat zitten, hoe warmer het is. Zo kan iedereen zelf bepalen hoe warm je het water van je hotspring wilt hebben.

Hut
Op naar de laatste 50 km onverharde weg. Het eerste deel van de route kennen we en valt deze keer mee, vooral omdat we weten wat ons te wachten staat. De weg blijkt verder prima te fietsen en net voor lunchtijd bereiken we de verharde weg. We hebben harde wind tegen en in de middag wordt regen voorspeld. We gaan naar een camping en we zien daar dat ze ook hutten verhuren. We gunnen onszelf deze luxe en genieten van een warme douche en heerlijk binnen zitten terwijl het buiten regent.

Terug in de bewoonde wereld
In Hella komen we weer in de bewoonde wereld. Via de Seljalandsfoss waterval (waar je achterdoor kunt lopen) komen we aan op het piepkleine eilandje Vestmannaeyjar. Wat een geweldige plek! De camping is de leukste tot nu toe, het lijkt een beetje op de Hobbit. Er is een vulkaan en er zijn papagaaiduikers. We blijven er een paar dagen en gaan met de bus terug naar Reykjavik. De bus blijkt een goede keuze, de snelweg, wat ook onze fietsroute zou zijn, is erg druk en er zit een flinke klim in.

In Reykjavik is het prachtig weer. We bezoeken de 76 m hoge Hallgrimskerk. In de middag vertrekken we naar onze warmshowers hosts Unnur en Svein, die ons twee nachten willen ontvangen. We leren van alles over IJsland en over de werkende vulkaan, die vanuit hun woning te zien is. We regelen fietsdozen die we achter op de fiets meenemen naar het vliegveld. Het is nog 45 km fietsen naar het vliegveld. Daar demonteren we onze fietsen weer bij de nu bekende bikepit.

Het einde van een mooie, enerverende, vermoeiende maar vooral fantastische fietsvakantie op IJsland.

Duchenne Heroes

Geef een reactie